Aan de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit
Den Haag, 24 februari 2026
De vaste commissies voor Digitalisering en Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei
hebben momenteel een tweetal EU-verordeningsvoorstellen in behandeling die onderdeel
uitmaken van een breder digitaal pakket. Het betreft:
-
• COM(2025)836 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen
(EU) 2024/1689 en (EU) 2018/1139 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van
geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie
(Digitale omnibus inzake AI) en
-
• COM(2025)837 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen
(EU) 2016/679, (EU) 2018/1724, (EU) 2018/1725 en (EU) 2023/2854 en Richtlijnen 2002/58/EC,
(EU) 2022/2555 en (EU) 2022/2557 wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader
en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2018/1807, (EU) 2019/1150, (EU) 2022/868
en Richtlijn (EU) 2019/1024 (digitale omnibus),
sedert 19 januari 2026 door de Europese Commissie gepubliceerd in alle officiële EU-talen.
De commissies hebben de Kamer voorgesteld een parlementair behandelvoorbehoud, zoals
bedoeld in artikel 4 van de Rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Lissabon,
te plaatsen bij deze beide voorstellen. De Kamer heeft op 24 februari 2026 besloten
dat deze voorstellen van zodanig politiek belang zijn dat zij over de behandeling
daarvan op bijzondere wijze dient te worden geïnformeerd.
Deze verordeningsvoorstellen, gepresenteerd als technische aanpassingen met het oog
op het verminderen van regeldruk, vereenvoudiging van de uitvoering en versterking
van het concurrentievermogen van de EU, dragen het risico in zich dat afbreuk wordt
gedaan aan de bescherming van fundamentele rechten, waaronder privacyrechten en non-discriminatie,
en andere te behartigen publieke belangen. Ook het wijzigen van bevoegdheden van de
Europese Commissie t.a.v. uitvoeringshandelingen en organisatorische maatregelen,
zoals het aanwijzen van een Europees meldpunt m.b.t cyberincidenten en de rol van
toezichthouders en de taakafbakening met het nieuwe AI Office verdient een zorgvuldige
behandeling.
Gegeven het feit dat de voorstellen zijn gepubliceerd zonder begeleidende impact assessments
en zonder advies van de European Data Protection Supervisor (EDPS) en de European
Data Protection Board (EDPB) is de Eerste Kamer naar het oordeel van de commissies
niet goed in staat om de voorstellen te beoordelen op doeltreffendheid, noodzakelijkheid,
evenredigheid en verenigbaarheid met bestaande (inter)nationale wetgeving. Niet alleen
op Europees niveau, maar ook op nationaal niveau ontbreekt het aan onderbouwde inzichten
wat de gevolgen (juridisch, beleidsmatig, uitvoerings- en toezichtpraktijk) zijn van
de voornemens.
De regering wordt verzocht conform artikel 4, tweede lid, van de Rijkswet een parlementair
behandelvoorbehoud te maken in het kader van de voor de behandeling van deze voorstellen
te volgen wetgevingsprocedure. Op grond van het voorgaande achten de commissies een
mondeling overleg met de regering over het bijzondere politieke belang van beide genoemde
voorstellen bijzonder wenselijk. De Kamer spreekt de verwachting uit dat in dit overleg
afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze van informatieverstrekking door de regering,
over het verloop van de onderhandelingen en van de wetgevingsprocedure, alsmede over
een eventueel vervolgoverleg.
De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, M.L. Vos