Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36887 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36887 nr. B |
Vastgesteld 28 mei 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van de Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Europese Kiesakte. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 10 april 2026;
• De antwoordbrief van 27 mei 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 10 april 2026
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 6 maart 2026, waarin u reageert op de vragen naar aanleiding van de Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Europese Kiesakte.2 De leden van de fractie van de BBB wensen u naar aanleiding hiervan nog enkele vervolgvragen te stellen.
Deze leden merken het volgende op. In de huidige Nederlandse systematiek wordt vervanging juridisch vormgegeven als een tijdelijk ontslag, waarbij een opvolger op de kieslijst de zetel inneemt. Dit suggereert dat men het ambt volledig verlaat in plaats van tijdelijk rust neemt voor zorgtaken. De duur van het ontslag is niet flexibel en bedraagt exact 16 weken. Dit kan maximaal drie keer in de periode waarin de volksvertegenwoordiger is gekozen. Ook beperkt het zich tot ziekte en zwangerschap waarvoor een doktersverklaring noodzakelijk is. Huisartsen willen hier niet in alle gevallen aan meewerken.
Het initiatiefvoorstel van Tweede Kamerlid Chakor3 beoogt dit te moderniseren, maar stuit daarbij op de noodzaak van een zware grondwetswijziging, omdat de huidige Grondwet vervanging zeer strikt beperkt tot ziekte en zwangerschap. Dit is een juridisch wellicht zuiverdere, maar tevens complexe en lange weg. De leden van de BBB-fractie vragen zich af of het voorstel van de EU in bepaalde gevallen geen uitkomst kan bieden in de Nederlandse situatie. In de EU wordt namelijk gekeken naar stemmen bij volmacht, wat als een eenvoudiger alternatief kan worden gezien voor de formele tijdelijke vervanging zoals die in Nederland geldt. Het Europees Parlement heeft onlangs besloten de regels rondom moederschapsverlof te versterken door een systeem van stemmen bij volmacht (proxy voting) te introduceren.4 In plaats van de zetel tijdelijk af te staan aan een opvolger, kan een lid dat zwanger is of is bevallen haar stemrecht overdragen aan een ander lid naar keuze. Dit kan gedurende maximaal drie maanden vóór de verwachte bevalling en tot zes maanden erna. Het stelt leden in staat hun mandaat volledig uit te oefenen zonder dat er een formele vervangingsprocedure aan te pas komt. Dit is volgens deze leden ook interessant, omdat de huidige procedure voor formele vervanging voor kortere periodes niet uitvoerbaar is.
Bij de beantwoording van de eerder gestelde vragen van de leden van de BBB werd verwezen naar de Eerste Kamer in de jaren vijftig.5 Pas in 1956 mochten vrouwen een bankrekening openen. Hiermee willen deze leden u laten zien dat de tijden veranderd zijn. Ook werd nauwelijks ingegaan op de mogelijkheden van mantelzorg. Naar aanleiding van uw beantwoording hebben deze leden de volgende vragen.
1. Waarom weigert u nader onderzoek naar de praktische haalbaarheid van stemoverdracht? Het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (ARPA) suggereerde immers zelf dat dit voor kortere verlofvormen een oplossing zou kunnen zijn. Wat zijn dan de fundamentele/principiële bezwaren die zelfs een eenvoudig onderzoek in de weg staan?
2. Aanvankelijk was het onduidelijk of een tijdelijk digitaal quorum in COVID-tijd in overeenstemming met de Grondwet was. De Raad van State (RvS) zag desgevraagd echter mogelijkheden. Bent u bereid de RvS te laten onderzoeken welke ruimte de Grondwet hier biedt?
3. U geeft aan dat het kabinet de Europese plannen voor stemoverdracht wel steunt, omdat daar «de urgentie om iets te doen (...) groot is», en dit een opmaat zou kunnen zijn naar tijdelijke vervanging en uitbreiding met vaderschapsverlof en ziekteverlof.6 Waarom gaat die «urgentie» andersom niet op, en zou deze nieuwe Europese regeling geen opmaat kunnen zijn naar een Nederlandse regeling voor (kortdurend) mantelzorgverlof en adoptieverlof?
4. U stelt dat u het ambt te bijzonder vindt om korte verlofvormen zoals mantelzorg en adoptieverlof toe te staan voor volksvertegenwoordigers. Daarbij wijst u naar de Grondwet en Kamerdebatten uit de jaren vijftig. Zoals eerder aangegeven, mochten vrouwen pas in 1956 een eigen bankrekening openen. Is het niet de hoogste tijd om te erkennen dat ook volksvertegenwoordigers gewone mensen zijn, die in gemeenteraden, provinciale staten en de Eerste Kamer vaak een baan naast hun ambt hebben en zorgtaken voor hun naasten vervullen, in plaats van vast te houden aan «ouderwetse» principes?
5. De leden van de BBB-fractie hebben u er specifiek op gewezen dat huisartsen soms weigeren mee te werken aan de noodzakelijke doktersverklaringen voor vervanging, bijvoorbeeld bij overbelasting. Deze leden zien dit signaal uit de praktijk niet terug in uw antwoorden. Graag ontvangen zij hierop alsnog een toelichting.
6. U betoogt dat stemoverdracht problematisch is voor kleine fracties, omdat de kiezer op een specifieke lijst stemt. Is het democratisch gezien niet véél schadelijker als de zetel van een eenmansfractie bij ziekte of verlof 16 weken niet gehoord wordt in het parlement? Kunt u hierop een toelichting geven?
7. Kan de vervanging bij eenmansfracties niet overgaan naar de eerstvolgende persoon op de lijst? Ook hierop ontvangen deze leden graag een toelichting.
8. U prijst de huidige Nederlandse regeling als «breder en passender»,7 maar gaat niet in op de «starre» eis dat men verplicht voor 16 weken het ambt moet verlaten. Hoe kan dit flexibeler worden gemaakt voor volksvertegenwoordigers die slechts kortdurend rust nodig hebben? Kunt u dit toelichten?
9. U stelt dat stemoverdracht in strijd is met het beginsel dat een volksvertegenwoordiger zonder last stemt. Hoe rijmt u dit beginsel met de zogenaamde fractiediscipline? Waarom gebruikt u juist dit beginsel dan om modernisering van het verlof te blokkeren?
10. U beaamt dat modernisering van de regeling gewenst is, maar stelt dat een uitbreiding van de vervangingsgronden of stemoverdracht een langdurige grondwetswijziging vereist. Bent u bereid om een dergelijk traject nu in gang te zetten? Kunt u dit toelichten?
11. U stelt dat stemoverdracht ten onrechte de suggestie wekt dat het werk van een volksvertegenwoordiger slechts uit stemmen bestaat en niets regelt voor zaken als debatteren en contact met de achterban. Is een tijdelijke, praktische overdracht van alléén de stem juist om die reden niet een veel betere noodoplossing dan een volksvertegenwoordiger te verplichten exact 16 weken tijdelijk ontslag te nemen en alle taken los te laten?
12. Het Europees Parlement introduceert een pragmatisch systeem, zodat zwangere vrouwen tot zes maanden na de bevalling veilig thuis kunnen herstellen zonder hun mandaat op te geven. Waarom kiest u ervoor om vast te houden aan de huidige «starre» 16-wekenregeling die zich beperkt tot ziekte en zwangerschap, in plaats van deze moderne eenvoudige aanpak te omarmen? De leden van de fractie van de BBB ontvangen hier graag een toelichting op.
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de nadere schriftelijke vragen die zijn gesteld door de leden van de BBB-fractie van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Europese Kiesakte en daarmee samenhangend de mogelijkheid van invoering van stemoverdracht in Nederland. De vragen werden ingezonden op 10 april 2026, met kenmerk 180512.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
(ingezonden 10 april 2026)
Nadere vragen van de BBB-fractie over de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Europese Kiesakte en daarmee samenhangend de mogelijkheid van invoering van stemoverdracht in Nederland.
Vraag 1
Waarom weigert u nader onderzoek naar de praktische haalbaarheid van stemoverdracht? Het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (ARPA) suggereerde immers zelf dat dit voor kortere verlofvormen een oplossing zou kunnen zijn. Wat zijn dan de fundamentele/principiële bezwaren die zelfs een eenvoudig onderzoek in de weg staan?
Antwoord
Het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers was zich bewust van de fundamentele complicaties rond het onderwerp stemoverdracht maar gaf wel in overweging om de mogelijkheden te onderzoeken. Mijn ambtsvoorganger heeft deze aanbeveling ter harte genomen en heeft verkend of stemoverdracht een mogelijke oplossing zou kunnen zijn. In de kabinetsreactie zijn de resultaten van deze verkenning weergegeven.8 Het vorige kabinet gaf (kort samengevat) aan dat de invoering van stemoverdracht een grondwetswijziging vergt en dat er een aantal inhoudelijke bezwaren bestaan tegen invoering van stemoverdracht. Stemoverdracht kan de suggestie wekken dat het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging zou kunnen worden gereduceerd tot enkel het uitbrengen van een stem aan het einde van de besluitvormingscyclus terwijl het werk van een volksvertegenwoordiger veel omvattender is. De mogelijkheid tot stemmen betreft daarnaast een fundamentele en persoonlijke bevoegdheid van een volksvertegenwoordiger. Daar komt bij dat stemoverdracht leidt tot een verzwaring van de werklast van de overgebleven leden van de fractie en in het geheel geen oplossing biedt voor eenpersoonsfracties. Onder deze omstandigheden vind ik nader onderzoek niet nodig en niet opportuun.
Vraag 2
Aanvankelijk was het onduidelijk of een tijdelijk digitaal quorum in COVID-tijd in overeenstemming met de Grondwet was. De Raad van State (RvS) zag desgevraagd echter mogelijkheden. Bent u bereid de RvS te laten onderzoeken welke ruimte de Grondwet hier biedt?
Antwoord
De vragen die tijdens de coronacrisis speelden rond het functioneren van de Eerste Kamer waren van een andere aard. Deze vragen waren niet eerder in deze vorm aan de orde geweest. De Eerste Kamer zag aanleiding om hierover advies in te winnen bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Het idee van stemoverdracht is echter al vaker bediscussieerd en voor zover mij bekend bestaat er geen onduidelijkheid over de vraag welke ruimte de Grondwet biedt voor stemoverdracht. Om het mogelijk te maken dat een volksvertegenwoordiger mede namens een andere volksvertegenwoordiger een stem uitbrengt, zal de Grondwet gewijzigd moeten worden, hetgeen ook aansluit bij het fundamentele karakter van een aanpassing in de wijze waarop volksvertegenwoordigingen tot hun besluiten komen. Daar komt bij dat de invoering van stemoverdracht – los van het feit dat er een grondwetswijziging voor nodig is – op een aantal fundamentele inhoudelijke bezwaren stuit. Ik zie daarom geen aanleiding om de Afdeling advisering van de Raad van State te verzoeken om onderzoek te laten doen naar de vraag welke ruimte de Grondwet hier biedt.
Vraag 3
U geeft aan dat het kabinet de Europese plannen voor stemoverdracht wel steunt, omdat daar «de urgentie om iets te doen (…) groot is», en dit een opmaat zou kunnen zijn naar tijdelijke vervanging en uitbreiding met vaderschapsverlof en ziekteverlof. Waarom gaat die «urgentie» andersom niet op, en zou deze nieuwe Europese regeling geen opmaat kunnen zijn naar een Nederlandse regeling voor (kortdurend) mantelzorgverlof en adoptieverlof?
Antwoord
Voor wat betreft de Nederlandse context gaat genoemde urgentie niet op. Anders dan geldt voor volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement, bestaat voor volksvertegenwoordigers van de Nederlandse bestuursorganen namelijk al een regeling. Zwangere, pas bevallen en zieke volksvertegenwoordigers kunnen zich immers tijdelijk laten vervangen. Dit betekent dat het uitbrengen van hun stem, en ook al hun andere taken, tijdelijk door iemand anders van de kieslijst kunnen worden overgenomen. Ik zie ook geen urgentie om de regeling – los van de fundamentele, principiële en grondwettelijke bezwaren die daar tegen bestaan – uit te breiden met andere vormen van verlof zoals mantelzorg- en adoptieverlof. Ook het voorstel van het Europees Parlement ziet daar overigens niet op. Voor (mantel)zorgverlof geldt dat de afwezigheid in verband daarmee over het algemeen korter durende periodes behelst. Voor een volksvertegenwoordiger bestaat voor dergelijke situaties daarom meer ruimte om de verschillende verantwoordelijkheden naar eigen inzicht te combineren. Voor adoptieverlof geldt daarbij dat de situaties waarin daarvan sprake zou kunnen zijn, met het inperken van de mogelijkheden tot adoptie, aanmerkelijk worden beperkt. Los van eerder genoemde bezwaren tegen uitbreiding van de vervangingsgronden, zie ik ook daarin geen urgentie om de huidige regeling aan te passen.
Vraag 4
U stelt dat u het ambt te bijzonder vindt om korte verlofvormen zoals mantelzorg en adoptieverlof toe te staan voor volksvertegenwoordigers. Daarbij wijst u naar de Grondwet en Kamerdebatten uit de jaren vijftig. Zoals eerder aangegeven, mochten vrouwen pas in 1956 een eigen bankrekening openen. Is het niet de hoogste tijd om te erkennen dat ook volksvertegenwoordigers gewone mensen zijn, die in gemeenteraden, provinciale staten en de Eerste Kamer vaak een baan naast hun ambt hebben en zorgtaken voor hun naasten vervullen, in plaats van vast te houden aan «ouderwetse» principes?
Antwoord
In mijn eerdere beantwoording verwees ik inderdaad naar de Grondwet en oude Kamerdebatten. Maar ik verwees ook naar de recentere parlementaire behandeling van de verlof- en vervangingsregeling zoals die thans geldt en in 2006 tot stand is gekomen. Bij totstandkoming van die regeling bestond de Wet arbeid en zorg (Wazo) al. Deze wet vormt de basis voor de verlofvormen zoals wij die tegenwoordig voor reguliere werknemers kennen. De grondwetgever heeft er toen heel bewust voor gekozen deze wet voor wat betreft volksvertegenwoordigers niet als uitgangspunt te nemen. Hij bepaalde dat het bijzondere en persoonlijke karakter van het ambt, de plaats van de volksvertegenwoordiger in het constitutionele bestel en het kiezersmandaat, beperkingen stelt aan de mogelijkheid van vervanging. Vervanging moet daarmee alleen mogelijk zijn in geval een volksvertegenwoordiger vanwege een eigen fysieke omstandigheid niet in staat is de taken uit te voeren. Ik deel dit standpunt, en de mening van voorgaande kabinetten hierover, nog steeds en vind ook niet dat van «ouderwetse» principes kan worden gesproken. Volksvertegenwoordigers zijn vanzelfsprekend ook gewone mensen, zeker voor zover zij hun reguliere baan naast hun ambt vervullen. Voor wat betreft hun taak als volksvertegenwoordiger vervullen zij echter een bijzondere rol in de Nederlandse representatieve democratie.
Vraag 5
De leden van de BBB-fractie hebben u er specifiek op gewezen dat huisartsen soms weigeren mee te werken aan de noodzakelijke doktersverklaringen voor vervanging, bijvoorbeeld bij overbelasting. Deze leden zien dit signaal uit de praktijk niet terug in uw antwoorden. Graag ontvangen zij hierop alsnog een toelichting.
Antwoord
Ik ben er mee bekend dat huisartsen soms weigeren mee te werken aan een doktersverklaring die nodig is voor tijdelijke vervanging. Ik ben in mijn eerdere beantwoording niet in gegaan op de signalen hierover uit de praktijk, omdat dat voor beantwoording van de specifieke vragen niet relevant was. Ik zal dat hier alsnog doen.
Uit artikel X10, eerste lid, van de Kieswet volgt dat het voor tijdelijke vervanging in verband met zwangerschap en bevalling van belang is dat er een verklaring van een arts of verloskundige wordt overgelegd waaruit blijkt dat de betreffende volksvertegenwoordiger zwanger is en wat de vermoedelijke datum van bevalling is. Uit het tweede lid volgt dat in geval van tijdelijke vervanging in verband met ziekte een verklaring van een arts moet worden overgelegd waaruit blijkt dat betrokkene langdurig ziek is en het aannemelijk is dat hij of zij het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Er dient dus sprake te zijn van een verklaring van een arts, waarbij niet gespecificeerd is welke arts dat precies betreft. Het kan derhalve ook gaan om de eigen behandelend arts of een bedrijfsarts die gelieerd is aan het bestuursorgaan. De Kieswet vraagt daarnaast om een «medische verklaring». Dit houdt in dat er dus géén sprake is van een medische of arbeidsongeschiktheidskeuring. Om aan de signalen uit de praktijk tegemoet te komen is op de website www.politiekeambtsdragers.nl van mijn ministerie enige tijd geleden een voorbeeld geneeskundige-verklaring geplaatst die door een arts kan worden ingevuld. Daarbij wordt artsen en verloskundigen ook de benodigde achtergrondinformatie geven om de verklaring in te kunnen vullen.
Vraag 6
U betoogt dat stemoverdracht problematisch is voor kleine fracties, omdat de kiezer op een specifieke lijst stemt. Is het democratisch gezien niet véél schadelijker als de zetel van een eenmansfractie bij ziekte of verlof 16 weken niet gehoord wordt in het parlement? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord
Van het niet gehoord worden in geval van zwangerschap en bevalling of ziekte is geen sprake, aangezien voor die situaties geldt dat een volksvertegenwoordiger tijdelijk kan worden vervangen. Dit geldt bij uitstek wanneer er sprake is van eenpersoonsfracties. Een van de redenen waarom de grondwetgever gekozen heeft voor vervanging en niet voor stemoverdracht is juist dat vervanging een betere oplossing biedt voor eenpersoonsfracties. Een lid van een eenpersoons-fractie kan zich laten vervangen door andere (geen zitting hebbende) kandidaten van de kieslijst, in de volgorde waarop zij op dezelfde lijst stonden. Op deze manier blijft de betreffende partij aanwezig in de volksvertegenwoordiging, wat niet het geval is bij stemoverdracht.
Vraag 7
Kan de vervanging bij eenmansfracties niet overgaan naar de eerstvolgende persoon op de lijst? Ook hierop ontvangen deze leden graag een toelichting.
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 8
U prijst de huidige Nederlandse regeling als «breder en passender», maar gaat niet in op de «starre» eis dat men verplicht voor 16 weken het ambt moet verlaten. Hoe kan dit flexibeler worden gemaakt voor volksvertegenwoordigers die slechts kortdurend rust nodig hebben? Kunt u dit toelichten?
Antwoord
In mijn eerdere beantwoording heb ik opgemerkt te werken aan een modernisering van de huidige regeling. Met dit in voorbereiding zijnde wetsvoorstel wordt ook de termijn voor tijdelijke vervanging geflexibiliseerd. Op dit moment is het voor een volksvertegenwoordiger mogelijk om maximaal drie periodes van 16 weken tijdelijk te worden vervangen in verband met zwangerschap en bevalling of ziekte. Voorgesteld wordt de termijn zodanig te flexibiliseren dat na een eerste initiële periode van 16 weken de tijdelijke vervanging verlengd kan worden met blokken van vier weken. De regeling wordt hiermee dus minder star. De duur van de vervanging kan zo beter aansluiten op de persoonlijke situatie. Het verkleint de kans dat iemand langer afwezig is dan noodzakelijk en voorkomt dat iemand alweer aan het werk gaat terwijl daar de tijd nog niet rijp voor is. Ook kan het voorkomen dat een zetel tijdelijk onbezet blijft doordat een volksvertegenwoordiger de tijdelijke vervanging niet voortzet met wederom zestien weken omdat dat een te lange periode van afwezigheid voor diegene zou betekenen.
Bij uitwerking van deze flexibilisering wordt overigens nadrukkelijk wel vastgehouden aan een eerste initiële periode van 16 weken. De regering is van mening dat de argumenten voor het vasthouden daaraan, overeenkomstig het advies van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (ARPA),9 zwaarder wegen dan het nog verder doorvoeren van de flexibilisering. De redenen hiervoor zijn gelegen in het behouden van enige zekerheid voor de vervanger en het uitvoerbaar houden van de regeling. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot introductie van de huidige regeling is opgemerkt dat de periode van zestien weken, gelet op de vergaderfrequentie, vooral voor staten- en raadsleden een tamelijk korte periode is om voldoende ervaring op te doen om als volwaardige vervanger in een fractie te kunnen functioneren. De regering onderschrijft dit en is van mening dat het helemaal loslaten van een eerste initiële periode van 16 weken daarom niet wenselijk is. Overigens deelt de Afdeling advisering van de Raad van State het standpunt dat gelet op het bijzondere en persoonlijke karakter van het ambt de periode waarin een volksvertegenwoordiger wordt vervangen voldoende substantieel moet zijn om een volwaardige vervanging mogelijk te maken, zo blijkt uit eerder genoemd advies.
Vraag 9
U stelt dat stemoverdracht in strijd is met het beginsel dat een volksvertegenwoordiger zonder last stemt. Hoe rijmt u dit beginsel met de zogenaamde fractiediscipline? Waarom gebruikt u juist dit beginsel dan om modernisering van het verlof te blokkeren?
Antwoord
Fractiediscipline is een politiek gebruik dat geen gevolgen heeft voor de geldigheid van de stem die een volksvertegenwoordiger uitbrengt. Als een fractie intern overeenkomt om op een bepaalde manier te stemmen, kan dit niet gekwalificeerd worden als een last in de zin van artikel 67, derde lid, van de Grondwet.10 De regel dat volksvertegenwoordigers stemmen zonder last (het lastverbod) vormt geen belemmering voor het moderniseren van de regels over vervanging en verlof van politieke ambtsdragers. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding om de regeling te flexibiliseren zodat zij beter aansluit bij de behoeften van volksvertegenwoordigers. Het lastverbod verzet zich echter wel tegen de invoering van stemoverdracht. Aan dit verbod ligt het beginsel van het vrije mandaat ten grondslag. Dit beginsel houdt in dat een volksvertegenwoordiger een fundamentele en persoonlijke bevoegdheid heeft gekregen van de kiezer om de bevolking vier jaar lang te vertegenwoordigen. Hierbij past niet dat de bevoegdheid om te stemmen wordt overgedragen aan een andere volksvertegenwoordiger.
Vraag 10
U beaamt dat modernisering van de regeling gewenst is, maar stelt dat een uitbreiding van de vervangingsgronden of stemoverdracht een langdurige grondwetswijziging vereist. Bent u bereid om een dergelijk traject nu in gang te zetten? Kunt u dit toelichten?
Antwoord
Het kabinet is geen voorstander van de uitbreiding van de gronden voor vervanging van volksvertegenwoordigers en ziet het idee van stemoverdracht niet als een goed alternatief voor vervanging. Het kabinet is van mening dat aan beide opties fundamentele en principiële bezwaren kleven, zo blijkt ook uit mijn eerdere antwoorden. Om deze redenen zal het kabinet geen voorstellen doen voor wijziging van de Grondwet op dit punt.
Vraag 11
U stelt dat stemoverdracht ten onrechte de suggestie wekt dat het werk van een volksvertegenwoordiger slechts uit stemmen bestaat en niets regelt voor zaken als debatteren en contact met de achterban. Is een tijdelijke, praktische overdracht van alléén de stem juist om die reden niet een veel betere noodoplossing dan een volksvertegenwoordiger te verplichten exact 16 weken tijdelijk ontslag te nemen en alle taken los te laten?
Antwoord
Nee, die stelling deel ik niet. In geval van tijdelijke vervanging worden alle taken van de volksvertegenwoordiger tijdelijk overgenomen. Er is overigens geen verplichting om tijdelijk ontslag te nemen. De volksvertegenwoordiger kan er voor kiezen om bij ziekte of zwangerschap tijdelijk ontslag te nemen. In dat geval treedt de vervangingsregeling in werking. De regeling gaat ervanuit dat iemand in die situaties tijdelijk niet in staat is zijn of haar rol als volksvertegenwoordiger, met álle taken die daarbij horen, te vervullen. De vervanging is er in die zin ook ter bescherming van volksvertegenwoordigers. Het is belangrijk dat een zieke of zwangere volksvertegenwoordiger zich niet genoodzaakt hoeft te voelen om ten koste van zijn of haar gezondheid door te werken en (los van het uitbrengen van de stem) nog taken uit te voeren. Het is daarom essentieel dat er sprake is van adequate vervanging. Ziekte en zwangerschap betekenen op deze manier ook dat er geen sprake is van een extra belasting voor de overige fractieleden.
Vraag 12
Het Europees Parlement introduceert een pragmatisch systeem, zodat zwangere vrouwen tot zes maanden na de bevalling veilig thuis kunnen herstellen zonder hun mandaat op te geven. Waarom kiest u ervoor om vast te houden aan de huidige «starre» 16-wekenregeling die zich beperkt tot ziekte en zwangerschap, in plaats van deze moderne eenvoudige aanpak te omarmen? De leden van de fractie van de BBB ontvangen hier graag een toelichting op.
Antwoord
Het kabinet is om principiële redenen geen voorstander van stemoverdracht, zoals hiervoor beschreven. De mogelijkheid van vervanging waar de Grondwet de mogelijkheid voor heeft geopend, ziet het kabinet als een betere oplossing die meer recht doet aan het bijzondere karakter van het ambt van volksvertegenwoordiger. Het kabinet heeft zoals opgemerkt daarnaast een wetsvoorstel in voorbereiding om de vervangingsregeling te flexibiliseren. Op basis daarvan zullen volksvertegenwoordigers een vervanging van 16 weken zelf kunnen verlengen met blokken van vier weken.
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kamerstukkendossier 36 837. Het Tweede Kamerlid Tseggai heeft bij brief van 24 februari 2026 medegedeeld dat het zij de verdediging van het wetsvoorstel overneemt van het Tweede Kamerlid Chakor (Kamerstukken II 2025/26, 36 837, nr. 4).
Europees Parlement, wetgevingsresolutie van 13 november 2025 over de wijziging van de Europese Kiesakte (2025/2195 (INL)); Raad van de Europese Unie, persbericht 17 maart 2026, European electoral act: Council agrees to allow proxy voting for MEPs during pregnancy and after giving birth.
Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers, Advies verlof- en vervangingsregeling volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders, Den Haag: februari 2023. Bijlage identifier 1132735 bij Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VII, nr. 91.
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kamerstukkendossier 36 837. Het Tweede Kamerlid Tseggai heeft bij brief van 24 februari 2026 medegedeeld dat het zij de verdediging van het wetsvoorstel overneemt van het Tweede Kamerlid Chakor (Kamerstukken II 2025/26, 36 837, nr. 4).
Europees Parlement, wetgevingsresolutie van 13 november 2025 over de wijziging van de Europese Kiesakte (2025/2195 (INL)); Raad van de Europese Unie, persbericht 17 maart 2026, European electoral act: Council agrees to allow proxy voting for MEPs during pregnancy and after giving birth.
Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers, Advies verlof- en vervangingsregeling volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders, Den Haag: februari 2023. Bijlage identifier 1132735 bij Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VII, nr. 91.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36887-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.