Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 3 december 2025 en het nader rapport d.d. 12 januari 2026, aangeboden aan de
Koning door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het advies
van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 21 oktober 2025, no. 2025002365,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 3 december 2025, no. W13.25.00305/III, bied ik U hierbij aan. De tekst van
het advies treft u hieronder cursief aan.
Bij Kabinetsmissive van 21 oktober 2025, no.2025002365, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering
van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende
wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met de aanvraag van een Wlz-indicatie
door familie, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
TH.C. de Graaf
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de memorie van toelichting te verduidelijken
dat de wijziging er primair op is gericht de toegankelijkheid tot de Wet langdurige
zorg te waarborgen. Daarnaast is verduidelijkt waarom ervoor is gekozen om de kring
van aanvragers voor een indicatiebesluit namens een verzekerde hetzelfde te laten
zijn als de personen die op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk
gehandicapte cliënten (Wzd) en artikel 7:465, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek
mogen optreden als vertegenwoordiger. Het gaat bij het indienen van een aanvraag voor
een indicatiebesluit immers om een handelen namens de client. Het aanbrengen van deze
beperking in de kring van aanvragers draagt er ook toe bij dat de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht
niet groter is dan noodzakelijk.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij