36 877 Gezamenlijke Mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën

D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 juni 2026

De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken1 en voor Europese Zaken2 hebben schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de gezamenlijke mededeling – een Europees schild voor de democratie. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 23 december 2025.

  • Een uitstelbericht van 16 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 26 mei 2026.

De griffier voor dit verslag, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR EUROPESE ZAKEN

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 23 december 2025

De vaste commissies voor Binnenlandse Zaken en voor Europese Zaken hebben tijdens hun gezamenlijke commissievergadering van 9 december 2025 hun leden gelegenheid gegeven tot het stellen van vragen over de gezamenlijke mededeling European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies.3 De leden van de fracties van D66 en Volt hebben van de geboden mogelijkheid gebruikgemaakt. De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA sluiten zich aan bij de gestelde vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

Met belangstelling hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van de gezamenlijke mededeling European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies. Deze leden onderschrijven het belang van een weerbare democratische rechtsstaat, waarin onafhankelijke journalistiek, vrije toegang tot betrouwbare informatie en een open digitaal publieke debat centraal staan. De leden hebben naar aanleiding van het document nog enkele vragen en verzoeken om nadere toelichting.

Deze leden constateren dat het European Democracy Shield uitgebreid ingaat op de noodzaak om de weerbaarheid van de onafhankelijke nieuwsvoorziening te versterken, onder andere vanwege de dominantie van grote online platforms, de veranderende advertentiemarkt en de snelle opkomst van generatieve AI. Kunt u reflecteren op deze analyse? Op welke wijze geeft het kabinet concreet invulling aan de aanbeveling uit het European Democracy Shield om onafhankelijke nieuwsmedia actief te versterken en te beschermen als pijler van de democratische rechtsorde?

Verder lezen deze leden dat het European Democracy Shield een geïntegreerde weerbaarheidsstrategie voorstaat, waarin mediabeleid, digitale veiligheid, informatie-integriteit en burgerparticipatie samen worden benaderd. Hoe borgt het kabinet dat het Nederlandse mediabeleid, inclusief de kabinetsreactie op het WRR-rapport Aandacht voor Media, in lijn wordt gebracht met de bredere weerbaarheidsstrategie die in het European Democracy Shield wordt geschetst? De leden ontvangen graag een inhoudelijke appreciatie op dit punt.

Ook merken deze leden op dat het European Democracy Shield nadrukkelijk wijst op de risico’s voor de democratische informatieomgeving door AI-gegenereerde en gemanipuleerde content. Op welke wijze gaat het kabinet waarborgen dat burgers betrouwbare informatie kunnen blijven onderscheiden in een digitale omgeving waarin synthetische content zowel in kwaliteit als omvang toeneemt? Welke aanvullende instrumenten acht het kabinet hiervoor noodzakelijk, bijvoorbeeld op het gebied van transparantie, detectie of educatie?

Voorts hechten deze leden groot belang aan structurele versterking van nieuwswijsheid en digitale geletterdheid, mede in het licht van de aanbevelingen over media- en informatievaardigheden in het European Democracy Shield. Welke stappen is het kabinet voornemens te zetten om nieuwswijsheid en kritische denkvaardigheden duurzaam te versterken? In hoeverre voorziet het kabinet daarbij in samenwerking met nieuwsmedia, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties?

Tot slot vragen de leden in hoeverre en op welke termijn het kabinet voornemens is de Kamer te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen uit het European Democracy Shield worden vertaald naar concreet nationaal beleid, inclusief de aangekondigde Europese initiatieven op het gebied van media-vrijheid, digitale platforms en informatie-integriteit.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van Volt

De leden van de Volt-fractie hechten groot belang aan een sterke, weerbare en open democratie, waarin burgers toegang hebben tot betrouwbare informatie, media pluriform kunnen opereren en verkiezingen vrij zijn van manipulatie en ongewenste beïnvloeding. Digitale ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en de toenemende machtsconcentratie van grote technologiebedrijven zetten deze uitgangspunten onder druk. De opkomst van generatieve AI en de groeiende afhankelijkheid van online platforms versterken deze kwetsbaarheden.

Deze leden zijn ervan overtuigd dat democratische weerbaarheid in de 21ste eeuw niet alleen nationale inzet vereist, maar ook een sterke, gecoördineerde Europese aanpak. De gezamenlijke mededeling European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies vormt hiervoor een belangrijk kader. Tegelijkertijd heeft Volt ook kritische kanttekeningen geplaatst over de reikwijdte, de vrijwillige aard van de voorstellen en de feitelijke impact op nationale democratische systemen.

Met de onderstaande vragen willen deze leden beter inzicht krijgen in de wijze waarop het kabinet invulling geeft aan deze Europese mededeling, welke concrete maatregelen het kabinet noodzakelijk acht voor Nederland, en hoe deze bijdragen aan een sterke, open en toekomstbestendige democratie.

Platformdominantie, generatieve AI en beïnvloeding publieke opinie

De leden van de Volt-fractie vragen hoe het kabinet de structurele risico’s die platformdominantie en generatieve AI vormen voor de toegang van burgers tot betrouwbare en pluriforme informatie beoordeelt, mede in het licht van de doelstellingen van de European Democracy Shield.

Op welke wijze brengt het kabinet momenteel de risico’s van generatieve AI voor het publieke debat, verkiezingsprocessen en institutioneel vertrouwen in kaart?

Hanteert het kabinet concrete dreigingsscenario’s met betrekking tot AI-gegenereerde desinformatie, deepfakes en microtargeting? Zo ja, welke zijn dat?

Welke groepen burgers acht het kabinet het meest kwetsbaar voor informatiemanipulatie, en welke specifieke maatregelen worden overwogen om deze groepen te beschermen?

Welke indicatoren gebruikt het kabinet om de effectiviteit van bestaand beleid tegen desinformatie en platformdominantie te meten?

Welke lacunes ziet het kabinet in het huidige nationale en Europese instrumentarium om de democratische weerbaarheid te versterken en welke aanvullende maatregelen acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?

Machtsconcentratie van grote technologiebedrijven

De leden van de Volt-fractie vragen vervolgens welke concrete stappen het kabinet zet, zowel nationaal als in EU-verband, om de machtsconcentratie van grote technologiebedrijven te beperken.

Welke Nederlandse prioriteiten brengt het kabinet in bij Europese onderhandelingen over toezicht en handhaving ten aanzien van Very Large Online Platforms (VLOPs)?

Hoe beoordeelt het kabinet de huidige effectiviteit van de handhaving van de DSA, en welke verbeteringen acht het kabinet noodzakelijk?

Welke mogelijkheden ziet het kabinet om interoperabiliteit, dataportabiliteit en het gebruik van open standaarden te bevorderen om afhankelijkheid van dominante platforms te verminderen?

Hoe wil het kabinet de ontwikkeling en opschaling van Europese alternatieven, zoals open-source technologie en publieke digitale infrastructuur, actief ondersteunen?

Overweegt het kabinet aanvullende regulering van digitale advertentiemarkten, gezien hun centrale rol in platformmacht en de financiering van online desinformatie?

Transparantie over algoritmes en zichtbaarheid van nieuws

De leden van de Volt-fractie vragen voorts op welke wijze het kabinet ervoor zorgt dat online platforms transparant zijn over de werking van hun algoritmes en de impact daarvan op de zichtbaarheid van onafhankelijke journalistiek.

Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mate waarin platforms relevante data delen met toezichthouders en onafhankelijke onderzoekers?

Hoe wordt gegarandeerd dat journalisten, onderzoekers en maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de gegevens die nodig zijn om de maatschappelijke impact van algoritmes te beoordelen?

Is het kabinet bereid minimumvereisten voor algoritmische transparantie te introduceren, waaronder verplichte risicoanalyses van aanbevelingssystemen?

Hoe zorgt het kabinet ervoor dat transparantieverplichtingen niet alleen technisch, maar ook begrijpelijk en toegankelijk zijn voor burgers?

Welke maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat aanbevelingssystemen regionale, onafhankelijke of minderheidsmedia structureel benadelen?

Is het kabinet voornemens maatregelen te verkennen om investeringen in onafhankelijke nieuwsmedia te stimuleren?

Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid

Bij het European Democracy Shield wordt voorgesteld een Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid op te richten, gebaseerd op vrijwillige deelname van lidstaten en respect voor nationale bevoegdheden.4 Hoe beoordeelt het kabinet de effectiviteit van een dergelijk centrum wanneer lidstaten waar de democratie onder druk staat (bijvoorbeeld vanwege buitenlandse inmenging of normvervaging) niet deelnemen?

Hoe weegt het kabinet de zorg dat het democratieschild, als een document met vrijwillige maatregelen zonder afdwingbare sancties, mogelijk onvoldoende effect heeft tegen buitenlandse inmenging of grensoverschrijdende desinformatie?

Is Nederland bereid zich actief te committeren aan deelname aan dit Europese Centrum voor Democratische Weerbaarheid, en zo ja, op welke wijze?

Welke stappen onderneemt het kabinet om in EU-verband te bevorderen dat dergelijke structuren niet alleen vrijwillig, maar ook effectief en impactvol worden, mits binnen de bestaande Europese bevoegdheden?

AI in politieke campagnes en verkiezingen

De Europese Commissie wil vrijwillige guidance ontwikkelen voor het verantwoord gebruik van AI in verkiezingsprocessen. De leden van de Volt-fractie vragen hoe het kabinet de effectiviteit van vrijwillige afspraken op dit terrein in de afwezigheid van bindende regelgeving beoordeeld.

Welke concrete dreigingsscenario’s hanteert het kabinet met betrekking tot AI-gegenereerde desinformatie, deepfakes en politieke microtargeting tijdens verkiezingen?

Is het kabinet bereid aanvullende waarborgen te verkennen voor transparantie over het gebruik van AI in politieke campagnes, waaronder AI-gegenereerde video’s, deepfakes en geautomatiseerde targeting?

Hoe verhoudt deze inzet zich tot bestaande nationale en Europese regelgeving rond politieke communicatie en verkiezingsintegriteit?

Publieke omroep en democratische informatievoorziening

Het European Democracy Shield en aanverwante Europese debatten benadrukken de rol van onafhankelijke nieuwsvoorziening. De leden van de Volt-fractie vragen ten slotte hoe het kabinet de huidige en voorgenomen financiering van de Nederlandse publieke omroep beoordeeld in het licht van Europese verplichtingen en de rol van publieke media als buffer tegen desinformatie?

Acht het kabinet de financiering van de NPO toereikend om haar democratische, maatschappelijke en culturele opdracht te vervullen binnen een sterk gedigitaliseerde informatiemaatschappij?

Zo nee, welke aanvullende maatregelen of financieringsmodellen worden door het kabinet overwogen om pluriforme en onafhankelijke journalistiek te versterken?

De commissies voor Binnenlandse Zaken en Europese Zaken zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 februari 2026

Hierbij informeer ik u dat de beantwoording van de vragen van de Eerste Kamer, gesteld op 24 december 2025 met kenmerk 179228, niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgerond.

Gezien de demissionaire status van het kabinet laat ik een reactie aan het nieuwe kabinet. Om deze reden is het niet mogelijk de antwoorden tijdig aan uw Kamer te doen toekomen. De beantwoording zal zo spoedig mogelijk door het nieuwe kabinet aan uw Kamer worden verzonden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2026

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de fractieleden van D66 en Volt over Joint Communication: European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies. Deze vragen werden ingezonden op 23 december 2025 met kenmerk 179228.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

Met belangstelling hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van de gezamenlijke mededeling European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies. Deze leden onderschrijven het belang van een weerbare democratische rechtsstaat, waarin onafhankelijke journalistiek, vrije toegang tot betrouwbare informatie en een open digitaal publiek debat centraal staan. De leden hebben naar aanleiding van het document nog enkele vragen en verzoeken om nadere toelichting.

Vraag 1

Deze leden constateren dat het European Democracy Shield uitgebreid ingaat op de noodzaak om de weerbaarheid van de onafhankelijke nieuwsvoorziening te versterken, onder andere vanwege de dominantie van grote online platforms, de veranderende advertentiemarkt en de snelle opkomst van generatieve AI. Kunt u reflecteren op deze analyse? Op welke wijze geeft het kabinet concreet invulling aan de aanbeveling uit het European Democracy Shield om onafhankelijke nieuwsmedia actief te versterken en te beschermen als pijler van de democratische rechtsorde?

Antwoord

Een democratische rechtsstaat heeft een sterk en pluriform medialandschap nodig. De Nederlandse media stellen burgers in staat deel te nemen aan het democratisch proces door het brengen van informatie, controleren van de macht en het bieden van een podium voor de uitwisseling van ideeën en meningen. Op verschillende manieren geeft het kabinet invulling aan het versterken van de onafhankelijke nieuwsmedia. Zo werkt het kabinet, onder aanvoering van de Minister van OCW, aan het hervormen van de lokale publieke omroepen en de landelijke publieke omroep. In deze hervormingen heeft het versterken van de journalistieke functie nadrukkelijk de aandacht. Ook maakt het kabinet werk van prominentiebeleid. In de kabinetsreactie op het WRR-rapport Aandacht voor Media en in de recente Mediabegrotingsbrief 2026 is hierop ingegaan.5

Vraag 2

Verder lezen deze leden dat het European Democracy Shield een geïntegreerde weerbaarheidsstrategie voorstaat, waarin mediabeleid, digitale veiligheid, informatie-integriteit en burgerparticipatie samen worden benaderd. Hoe borgt het kabinet dat het Nederlandse mediabeleid, inclusief de kabinetsreactie op het WRR-rapport Aandacht voor Media, in lijn wordt gebracht met de bredere weerbaarheidsstrategie die in het European Democracy Shield wordt geschetst? De leden ontvangen graag een inhoudelijke appreciatie op dit punt.

Antwoord

Het kabinet herkent de noties die in het European Democracy Shield worden vermeld en is van mening dat er reeds synergie bestaat tussen het European Democracy Shield en het staande Nederlandse kabinetsbeleid. Dit is ook uiteengezet in het BNC-fiche over het European Democracy Shield dat op 30 januari 2026 aan uw Kamer is aangeboden.

Zo maakt dit kabinet werk van een integraal mediabeleid, wat volgt uit het coalitieakkoord. Dit kabinet werkt aan een hervorming van de publieke omroep om te zorgen dat die ook in de toekomst zichtbaar en vindbaar is en de belangrijke taak in de democratie kan blijven vervullen. Daarnaast wordt het wetsvoorstel lokale omroepen binnenkort naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit voorstel worden lokale publieke omroepen versterkt en geprofessionaliseerd. Dit draagt ook bij aan de versterking van de lokale democratie. Na de zomer zal het kabinet, conform een toezegging aan de Tweede Kamer, een verdere toelichting geven op de opvolging van het advies van de WRR.

Vraag 3

Ook merken deze leden op dat het European Democracy Shield nadrukkelijk wijst op de risico’s voor de democratische informatieomgeving door AI-gegenereerde en gemanipuleerde content. Op welke wijze gaat het kabinet waarborgen dat burgers betrouwbare informatie kunnen blijven onderscheiden in een digitale omgeving waarin synthetische content zowel in kwaliteit als omvang toeneemt? Welke aanvullende instrumenten acht het kabinet hiervoor noodzakelijk, bijvoorbeeld op het gebied van transparantie, detectie of educatie?

Antwoord

Het kabinet constateert dat het steeds uitdagender wordt voor burgers om AI-gegenereerde en gemanipuleerde content te herkennen. Dat is een zorg en vraagt om versterkte maatregelen. Zowel om dergelijke content te herkennen en te labelen, als beter te communiceren over de bron van content en of die al dan niet door AI is vervaardigd. Daarom bevat artikel 50 van de AI-verordening transparantieverplichtingen voor aanbieders en exploitanten van bepaalde AI-systemen, met inbegrip van generatieve en interactieve AI-systemen en deepfakes.

Daarnaast zetten we in op het verifieerbaar maken van de herkomstinformatie van digitale content door middel van internationale specificatie C2PA. Dit wordt onder andere gebruikt om AI-gegenereerde informatie te herkennen. In een project dat wij steunen in samenwerking met het SIDN-fonds wordt er gewerkt aan een open source implementatie die het eenvoudiger maakt voor Nederlandse partijen om deze standaard te gebruiken6. Bij succes zal de Rijksoverheid zich nationaal en internationaal inzetten voor brede adoptie van de standaard.

Tot slot werk ik aan structureel beter zicht op de verspreiding van Foreign Manipulation and Interference (FIMI), ofwel buitenlandse desinformatie. Tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen zijn hiervoor pilots opgezet rond FIMI-detectie. Uit deze pilots kunnen lessen worden getrokken voor het verbeteren van het toekomstige zicht van de overheid op de verspreiding van buitenlandse desinformatie. De analyse, en de onderliggende onderzoeken in het kader van de pilots, zal ik in het najaar met uw Kamer delen.

Vraag 4

Voorts hechten deze leden groot belang aan structurele versterking van nieuwswijsheid en digitale geletterdheid, mede in het licht van de aanbevelingen over media- en informatievaardigheden in het European Democracy Shield. Welke stappen is het kabinet voornemens te zetten om nieuwswijsheid en kritische denkvaardigheden duurzaam te versterken? In hoeverre voorziet het kabinet daarbij in samenwerking met nieuwsmedia, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties?

Antwoord

Het kabinet is doordrongen van het belang van nieuwswijsheid, digitale geletterdheid en mediawijsheid. Elk jaar bekostigt het Ministerie van OCW het Netwerk Mediawijsheid dat met meer dan 1.200 partners werk maakt van de missie «iedereen mediawijs». In het meerjarenplan van Netwerk Mediawijsheid is weerbaarheid tegen desinformatie opgenomen als belangrijke maatschappelijke opgave. In het werk op het gebied van mediawijsheid komt nieuwswijsheid ook steeds nadrukkelijker naar voren als belangrijk onderwerp. Zo organiseert Netwerk Mediawijsheid in 2026 voor het eerst de Week van het Nieuws (18–24 mei), een publiekscampagne waarin journalisten, onderwijs, bibliotheken en het publiek elkaar actief opzoeken en samenwerken aan vertrouwen, toegankelijkheid, kennisdeling en dialoog.7

Vraag 5

Tot slot vragen de leden in hoeverre en op welke termijn het kabinet voornemens is de Kamer te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen uit het European Democracy Shield worden vertaald naar concreet nationaal beleid, inclusief de aangekondigde Europese initiatieven op het gebied van media-vrijheid, digitale platforms en informatie-integriteit.

Antwoord

In het BNC-fiche is ingegaan op de aanbevelingen en hoe het kabinet kijkt naar de samenhang met het nationale beleid. Een deel van de mededeling dient ook nog nader uitgewerkt te worden door de Europese Commissie. De initiatieven worden in 2026 en 2027 verder geconcretiseerd. Het kabinet beziet hoe dit aansluit bij het nationale beleid en zal uw Kamer daar tegen die tijd over informeren.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van Volt

De leden van de Volt-fractie hechten groot belang aan een sterke, weerbare en open democratie, waarin burgers toegang hebben tot betrouwbare informatie, media pluriform kunnen opereren en verkiezingen vrij zijn van manipulatie en ongewenste beïnvloeding. Digitale ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en de toenemende machtsconcentratie van grote technologiebedrijven zetten deze uitgangspunten onder druk. De opkomst van generatieve AI en de groeiende afhankelijkheid van online platforms versterken deze kwetsbaarheden.

Deze leden zijn ervan overtuigd dat democratische weerbaarheid in de 21ste eeuw niet alleen nationale inzet vereist, maar ook een sterke, gecoördineerde Europese aanpak. De gezamenlijke mededeling European Democracy Shield: Empowering Strong and Resilient Democracies vormt hiervoor een belangrijk kader. Tegelijkertijd heeft Volt ook kritische kanttekeningen geplaatst over de reikwijdte, de vrijwillige aard van de voorstellen en de feitelijke impact op nationale democratische systemen.

Met de onderstaande vragen willen deze leden beter inzicht krijgen in de wijze waarop het kabinet invulling geeft aan deze Europese mededeling, welke concrete maatregelen het kabinet noodzakelijk acht voor Nederland, en hoe deze bijdragen aan een sterke, open en toekomstbestendige democratie.

Platformdominantie, generatieve AI en beïnvloeding publieke opinie

Vraag 6

De leden van de Volt-fractie vragen hoe het kabinet de structurele risico’s die platformdominantie en generatieve AI vormen voor de toegang van burgers tot betrouwbare en pluriforme informatie beoordeelt, mede in het licht van de doelstellingen van de European Democracy Shield. Op welke wijze brengt het kabinet momenteel de risico’s van generatieve AI voor het publieke debat, verkiezingsprocessen en institutioneel vertrouwen in kaart? Hanteert het kabinet concrete dreigingsscenario’s met betrekking tot AI-gegenereerde desinformatie, deepfakes en microtargeting? Zo ja, welke zijn dat?

Antwoord

Tijdens en voorafgaand aan de organisatie van iedere verkiezing in Nederland worden maatregelen genomen om ons voor te bereiden op alle verschillende mogelijke risico’s.8 Zo organiseert BZK verkiezingstafels waarin deelnemers9 informatie uitwisselen en maatregelen bespreken. Informatiemanipulatie over het verkiezingsproces en in het publieke debat, ook gegenereerd via AI, is een dreigingsscenario dat aan de orde komt. Daarnaast heeft het kabinet binnen de overheidsbrede visie generatieve AI stappen aangekondigd om de risico’s van generatieve AI met betrekking tot desinformatie en informatiemanipluatie te verminderen.10 Ook bevat de Europese AI-verordening, die op 1 augustus 2024 in werking is getreden en waarvan de bepalingen gefaseerd van toepassing worden, onder meer regels over het labelen van AI gegenereerde inhoud.11

Het kabinet wil, evenals uw Kamer, dat zeer grote online platformen en bedrijven diensten leveren die gebruik maken van Large Language models (zoals chatbots) verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen tegen illegale content, (AI-gegenereerde) desinformatie en gemanipuleerde content. Het Ministerie van BZK heeft, zoals aan uw Kamer toegezegd,12 voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen gesprekken gevoerd met de platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces waarin de zorgen van het kabinet en uw Kamer zijn overgebracht.13 Daarnaast heeft de Europese Commissie aangegeven in het European Democracy Shield om samen met de platformen (die de gedragscode betreffende desinformatie hebben ondertekent) te verkennen welke maatregelen genomen kunnen worden ter bevordering van de transparantie van aanbevelingssystemen, het labelen van AI gegenereerde content, en om financiële prikkels voor desinformatie via reclame-inkomsten weg te nemen.

Vraag 7

Welke groepen burgers acht het kabinet het meest kwetsbaar voor informatiemanipulatie, en welke specifieke maatregelen worden overwogen om deze groepen te beschermen?

Antwoord

Het kabinet acht het van belang dat iedere groep weerbaar wordt tegen informatiemanipulatie en iedereen mediawijs is. Daarom steunt het kabinet de doelstellingen van het Netwerk Mediawijsheid, die per doelgroep kennis deelt. Ook steunt het kabinet de ontwikkeling van een scenario over de risico’s van informatiemanipulatie op internet voor senioren. Tot slot vindt het kabinet belangrijk dat het internet een veilige en omgeving is voor kinderen en jongeren. In het coalitieakkoord is het voornemen geuit voor een Europese minimumleeftijd van 15 jaar. Het kabinet werkt op dit moment uit welke mogelijkheden er zijn voor een handhaafbare Europese minimumleeftijd.

Vraag 8

Welke indicatoren gebruikt het kabinet om de effectiviteit van bestaand beleid tegen desinformatie en platformdominantie te meten?

Antwoord

Voor het beleid tegen desinformatie werkt het kabinet evidence-based. Zo laat het Ministerie van BZK wetenschappelijk onderzoek doen naar interventies die, specifiek voor Nederland, effectief zouden kunnen zijn. Dit onderzoek loopt tot 1 september 2026.14

Ook leert het kabinet van de pilots op FIMI-detectie, zoals omschreven in het antwoord op vraag 3. Uit de pilots trekt het kabinet lessen voor het verbeteren van het toekomstige zicht van de overheid op de verspreiding van buitenlandse desinformatie. De analyse, en de onderliggende onderzoeken in het kader van de pilot, zal ik in het najaar met uw Kamer delen.

Vraag 9

Welke lacunes ziet het kabinet in het huidige nationale en Europese instrumentarium om de democratische weerbaarheid te versterken en welke aanvullende maatregelen acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?

Antwoord

Zoals omschreven in het antwoord op vraag 7 neemt het kabinet verschillende maatregelen om de weerbaarheid van onze democratische processen te versterken. Hierbij merkt het kabinet op dat er eerder en beter zicht moet komen op FIMI. Daarnaast is het van belang dat de digitale weerbaarheid van instituties en de samenleving wordt versterkt. Daarom steunt het kabinet de initiatieven van Netwerk Mediawijsheid, dat zich richt op het ontwikkelen van digitale vaardigheden voor burgers. Ook is mijn ambtsvoorganger vorig jaar met politieke partijen in gesprek gegaan om gezamenlijk te inventariseren wat politieke partijen kunnen doen om hun digitale weerbaarheid te vergroten, en hoe mijn ministerie hen hierin kan ondersteunen.

Machtsconcentratie van grote technologiebedrijven

De leden van de Volt-fractie vragen vervolgens welke concrete stappen het kabinet zet, zowel nationaal als in EU-verband, om de machtsconcentratie van grote technologiebedrijven te beperken.

Vraag 10

Welke Nederlandse prioriteiten brengt het kabinet in bij Europese onderhandelingen over toezicht en handhaving ten aanzien van Very Large Online Platforms (VLOPs)?

Antwoord

Zeer grote online platformen moeten op grond van de digitaledienstenverordening (hierna: «Digital Services Act» of «DSA») voldoen aan diverse verplichtingen. De Europese Commissie houdt toezicht op deze diensten en doet dat in samenwerking met de digitaledienstencoördinator en/of bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de betreffende dienst is gevestigd. Deze toezichthouders zijn onafhankelijk. Om de onafhankelijkheid van de toezichthouders te waarborgen zal het kabinet geen prioriteiten voor hen stellen. Prioritering is een eigenstandige bevoegdheid en staat de DSA ook niet toe (artikel 50, tweede lid). Het is aan de toezichthouders om te bepalen welke prioriteiten ze stellen, wat ze hebben bereikt, en om daar transparant over te zijn. Zoals de ACM dat bijvoorbeeld heeft gedaan in haar Focus op de digitale economie 2025 en haar jaarverslagen.15

Binnen deze taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is er wel regulier contact tussen de betrokken departementen onderling en met de ACM. Bijvoorbeeld over de middelen die de ACM ter beschikking heeft voor het verrichten van haar taken, markt- of technologische ontwikkelingen die van invloed zijn op tussenhandeldiensten (internetaanbieders, hostingbedrijven en online platformen), en in het algemeen zaken waar de ACM tegenaan loopt bij het verrichten van haar taken. Er worden tevens gesprekken gevoerd met de zeer grote online platformen en met de Europese Commissie.

Vraag 11

Hoe beoordeelt het kabinet de huidige effectiviteit van de handhaving van de DSA, en welke verbeteringen acht het kabinet noodzakelijk?

Antwoord

Sinds de DSA van toepassing is hebben toezichthouders al diverse acties ondernomen ter uitvoering van de DSA, waaronder het starten van onderzoeks- en handhavingsprocedures. Zo is de Europese Commissie bijvoorbeeld diverse onderzoeken naar zeer grote online platformen gestart. In dat kader heeft de Europese Commissie informatie opgevraagd, hebben zeer grote online platformen toezeggingen gedaan om bezwaren over naleving op te lossen, en is recent een eerste boete uitgedeeld.16 In Nederland is de ACM een onderzoek gestart naar Snapchat in verband met handel in illegale vapes.17

De DSA is pas sinds 17 februari 2024 volledig kracht. Het heeft tijd nodig voordat de wetgeving volledig is doorgewerkt via aanpassingen van diensten, gerechtelijke (civiele) uitspraken of beslissingen van toezichthouders. De eerste stappen zijn duidelijk genomen, getuige bijvoorbeeld de aanpassingen die (zeer grote) online platforms hebben gedaan, de handhavingsactiviteiten van de Europese Commissie18, civielrechtelijke uitspraken (bijv. Bits of Freedom vs. Meta). Het is daarom nog te vroeg om een oordeel te kunnen vellen over de effectiviteit van de DSA en de handhaving.

Vraag 12

Welke mogelijkheden ziet het kabinet om interoperabiliteit, dataportabiliteit en het gebruik van open standaarden te bevorderen om afhankelijkheid van dominante platforms te verminderen?

Antwoord

De afgelopen jaren zijn verschillende Europese regels geïntroduceerd om de afhankelijkheid van platformen te verminderen. Zo draagt de Digital Markets Act (DMA) bij aan interoperabiliteit. Poortwachters moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat diensten van derden toegang hebben tot hun besturingssysteem en software. De Europese Commissie houdt hier toezicht op en wordt daarbij ondersteund door nationale toezichthouders (in Nederland de ACM).

Daarnaast is ook de markt voor clouddienstverlening bij uitstek gebaat bij interoperabiliteit, dataportabiliteit en het gebruik van open standaarden om afhankelijkheid van leveranciers te verminderen. Met de Dataverordening, die in 2025 van kracht is geworden, bestaat er in deze markt nu wetgeving die aanbieders van clouddiensten verplicht overstapbelemmeringen weg te nemen. Ze dienen mee te werken om overstappen tussen clouddiensten technisch mogelijk te maken (o.a. door dataportabiliteit) en mogen geen contractuele belemmeringen opwerpen. Ook mogen ze geen overstapkosten meer heffen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Dataverordening hebben verschillende cloudaanbieders deze al uitgefaseerd. Aanbieders van clouddiensten moeten daarnaast zorgen voor interoperabiliteit, zodat de gebruiker verschillende clouddiensten tegelijk kan gebruiken. Dat vergroot de keuzevrijheid voor eindgebruikers. In Nederland houdt de ACM toezicht op de bepalingen uit de Dataverordening ten aanzien van clouddienstverlening.

Vraag 13

Hoe wil het kabinet de ontwikkeling en opschaling van Europese alternatieven, zoals open-source technologie en publieke digitale infrastructuur, actief ondersteunen?

Antwoord

Het kabinet wil de ontwikkeling en opschaling van Europese alternatieven, zoals open-source technologie en publieke digitale infrastructuur, actief ondersteunen door digitale autonomie en soevereiniteit centraal te stellen. Hiertoe kiest de overheid voor een Europese digitale infrastructuur, waarbij strategische afhankelijkheden in Cloud, data en cruciale systemen doelgericht worden afgebouwd. Open-source technologie en open standaarden krijgen prioriteit in digitale inkoop en aanbestedingen, terwijl grote IT-projecten worden opgesplitst om meer Nederlandse en Europese mkb’ers te betrekken. Daarnaast investeert het kabinet in de ontwikkeling van een AI-fabriek in Noord-Nederland en Europees autonome datacentra, om zo een digitaal weerbare samenleving te bouwen. Publiek-private samenwerking stimuleert innovatie in sleuteltechnologieën zoals AI, cybersecurity en quantum, met focus op schaalbaarheid. Tot slot zet het kabinet in op centrale regie en een strategie voor ontvlechting, inclusief Europese alternatieven, aanbestedingsrichtlijnen en gedeelde best practices.

Vraag 14

Overweegt het kabinet aanvullende regulering van digitale advertentiemarkten, gezien hun centrale rol in platformmacht en de financiering van online desinformatie?

Antwoord

Op 19 december 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van BZK een reactie op het Rathenau-rapport «De prijs van gratis internet» gedeeld met de Kamer.19 Hierin wordt ingegaan op de schaduwkanten van online tracking. Het kabinet neemt deze zorgen serieus. Gezien de internationale aard van digitale advertentiemarkten is het belangrijk om op EU-niveau naar dit vraagstuk te kijken. Ik heb daarom onder andere in het kader van de Omnibus Digitaal aandacht gevraagd voor cookiebeleid en de voordelen van contextueel adverteren. Over deze Omnibus Digitaal wordt op dit moment onderhandeld in de EU. Aanvullende nationale regulering van digitale advertentiemarkten lijkt dan ook niet opportuun. Ik zal uw Kamer via de staande EU-informatieafspraken over commissievoorstellen informeren over de voortgang van de onderhandeling.

Transparantie over algoritmes en zichtbaarheid van nieuws

De leden van de Volt-fractie vragen voorts op welke wijze het kabinet ervoor zorgt dat online platforms transparant zijn over de werking van hun algoritmes en de impact daarvan op de zichtbaarheid van onafhankelijke journalistiek.

Vraag 15

Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mate waarin platforms relevante data delen met toezichthouders en onafhankelijke onderzoekers?

Antwoord

Indien toezichthouders informatie nodig hebben voor het verrichten van toezicht dan kunnen zij die op grond van artikel 5:16 Awb vorderen. Onafhankelijke onderzoekers kunnen dankzij de DSA toegang tot data van zeer grote online platformen verkrijgen voor het verrichten van onderzoek naar systeemrisico’s. Om die toegang te verkrijgen dienen zij bij de digitaledienstencoördinator de status van «erkende onderzoeker» te verkrijgen. Met de publicatie van een gedelegeerde handeling is duidelijkheid verschaft over de wijze waarop dit soort aanvragen kunnen worden verricht en beoordeeld.20 Het kabinet moedigt aan dat onafhankelijke onderzoekers gebruik van deze mogelijkheid gaan maken. Uit het feit dat X recentelijk is beboet voor niet-naleving van de verplichting om erkende onderzoekers toegang tot data te verschaffen blijkt dat toezichthouders het belang ervan onderkennen en er prioriteit aan geven om dit te realiseren.21

Vraag 16

Hoe wordt gegarandeerd dat journalisten, onderzoekers en maatschappelijke organisaties toegang krijgen tot de gegevens die nodig zijn om de maatschappelijke impact van algoritmes te beoordelen?

Antwoord

Dankzij de DSA hebben onafhankelijke onderzoekers de mogelijkheid om toegang te verkrijgen tot data van zeer grote online platformen voor onderzoek naar systeemrisico’s. Dit zou het ook mogelijk moeten maken om onderzoek te verrichten naar de maatschappelijke impact van algoritmes voor zover die systeemrisico’s (kunnen) veroorzaken. Daarnaast schrijft de DSA voor dat tussenhandeldiensten tenminste één keer per jaar transparantierapportages publiceren waarin ze onder meer informatie geven over de moderatie die zij hebben verricht, en het gebruik dat daarbij is gemaakt van geautomatiseerde hulpmiddelen zoals algoritmes. Journalisten, maatschappelijke organisaties, maar ook gebruikers, beleidsmakers of politici kunnen gebruik maken van die transparantierapportages. De DSA verplicht tussenhandeldiensten verder om duidelijke informatie te verschaffen over eventuele beleidsmaatregelen, procedures, maatregelen en instrumenten die worden ingezet voor inhoudsmoderatie, met inbegrip van algoritmische besluitvorming. Online platformen moeten bovendien transparant zijn over de belangrijkste parameters die in hun aanbevelingssystemen worden gebruikt, alsook over eventuele opties voor afnemers om deze te wijzigen of te beïnvloeden. Dit houdt in dat wordt toegelicht waarom bepaalde informatie aan de afnemer van een dienst wordt voorgesteld.

Vraag 17

Is het kabinet bereid minimumvereisten voor algoritmische transparantie te introduceren, waaronder verplichte risicoanalyses van aanbevelingssystemen? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat transparantieverplichtingen niet alleen technisch, maar ook begrijpelijk en toegankelijk zijn voor burgers?

Antwoord

Dit soort verplichtingen zijn er al. De DSA schrijft voor dat (zeer grote) online platformen transparant moeten zijn over (het gebruik en de invloed van) hun algoritmes.22 Die informatie moet duidelijk, eenvoudig, begrijpelijk, gebruiksvriendelijk en ondubbelzinnig zijn.

Zeer grote online platformen zijn bovendien reeds verplicht om tenminste één keer per jaar te onderzoeken of hun diensten vatbaar zijn voor zogenaamde systeemrisico’s. Eenzelfde onderzoek moeten zij laten verrichten door onafhankelijk auditors. Indien een zeer groot online platform algoritmes gebruikt, dan moet de rol en invloed daarvan ook worden onderzocht. Als uit het eigen onderzoek of dat van de onafhankelijk auditors blijkt dat er systeemrisico’s zijn dan moet het zeer grote online platform maatregelen treffen. Zoals bijvoorbeeld de aanpassing van algoritmes.

Zeer grote online platformen moeten rapporteren over hun onderzoek naar systeemrisico’s en dat van onafhankelijk auditors. Daardoor krijgen journalisten, toezichthouders, maatschappelijke organisaties, gebruikers, onafhankelijk onderzoekers, politici, beleidsmakers en anderen inzicht in de bevindingen over deze systeemrisico’s en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

Het is aan de toezichthouders om de naleving van deze verplichtingen te controleren en desnoods handhavend op te treden.

Vraag 18

Welke maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat aanbevelingssystemen regionale, onafhankelijke of minderheidsmedia structureel benadelen?

Antwoord

Zoals aangegeven in de Mediabegrotingsbrief 2026 werkt het kabinet aan prominentiemaatregelen. Die maatregelen richten zich in eerste instantie op audiovisuele mediadiensten op aanvraag op gebruikersinterfaces op bijvoorbeeld smart-tv’s. Een grotere reikwijdte zou het online domein zijn. Dit onderwerp is echter zo complex, zowel juridisch als technisch, dat daarvoor samen moet worden gewerkt met andere EU-lidstaten.23 Het kabinet gaat zich daar de komende tijd voor inzetten.

Vraag 19

Is het kabinet voornemens maatregelen te verkennen om investeringen in onafhankelijke nieuwsmedia te stimuleren?

Antwoord

Het kabinet investeert reeds in journalistiek, met bijvoorbeeld projecten van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Het kabinet heeft recent een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer tot versterking van de lokale publieke omroepen, met het doel deze omroepen te versterken. De bekostiging wordt, met het wetsvoorstel, met circa € 21 miljoen euro verhoogd.

Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid

Bij het European Democracy Shield wordt voorgesteld een Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid op te richten, gebaseerd op vrijwillige deelname van lidstaten en respect voor nationale bevoegdheden.24

Vraag 20

Hoe beoordeelt het kabinet de effectiviteit van een dergelijk centrum wanneer lidstaten waar de democratie onder druk staat (bijvoorbeeld vanwege buitenlandse inmenging of normvervaging) niet deelnemen? Hoe weegt het kabinet de zorg dat het democratieschild, als een document met vrijwillige maatregelen zonder afdwingbare sancties, mogelijk onvoldoende effect heeft tegen buitenlandse inmenging of grensoverschrijdende desinformatie?

Antwoord

Het beschermen van de democratische rechtsstaat en het tegengaan van FIMI is een nationale bevoegdheid. Dat neemt de Europese Commissie ook in acht. Binnen die ruimte is het positief dat de Commissie gestart is met het opzetten van versterkte samenwerking en kennisdeling. Gelet op de geopolitieke en technologische ontwikkelingen en de grensoverschrijdende effecten daarvan onderschrijft het kabinet de noodzaak voor Europese samenwerking. Nederland zal, waar mogelijk, zich inzetten dat alle lidstaten actief zullen deelnemen aan het Europees Centrum voor Democratische Weerbaarheid.

Vraag 21

Is Nederland bereid zich actief te committeren aan deelname aan dit Europese Centrum voor Democratische Weerbaarheid, en zo ja, op welke wijze? Welke stappen onderneemt het kabinet om in EU-verband te bevorderen dat dergelijke structuren niet alleen vrijwillig, maar ook effectief en impactvol worden, mits binnen de bestaande Europese bevoegdheden?

Antwoord

Ja, het kabinet neemt actief deel aan de vormgeving van het Europese Centrum voor Democratische Weerbaarheid. Nederland deelt actief kennis, kunde en ervaringen over onze nationale maatregelen om democratische weerbaarheid te versterken. Daarnaast wordt met de Commissie en gelijkgestemde landen gesproken over hoe de Europese samenwerking en kennisdeling gericht versterkt kan worden om grensoverschrijdende risico’s voor onze democratie tegen te gaan.

AI in politieke campagnes en verkiezingen

De Europese Commissie wil vrijwillige guidance ontwikkelen voor het verantwoord gebruik van AI in verkiezingsprocessen.

Vraag 22

De leden van de Volt-fractie vragen hoe het kabinet de effectiviteit van vrijwillige afspraken op dit terrein in de afwezigheid van bindende regelgeving beoordeelt.

Antwoord

Verkiezingen zijn een nationale competentie zijn, waardoor de Commissie op dit terrein geen bindende regels kan vaststellen. Binnen die ruimte is het positief dat de Commissie dergelijke handvatten ontwikkelt, zodat lidstaten hier naar eigen inzicht gebruik van kunnen maken.

De vrijwillige afspraken op het terrein van het verantwoord gebruik van AI in verkiezingsprocessen waarnaar wordt verwezen, vormen een aanvulling op bestaande wettelijke verplichtingen, zoals de AI-verordening en andere relevante EU-regelgeving. De te ontwikkelen richtlijnen moet politieke partijen en andere actoren in het verkiezingsproces helpen bij het verantwoord gebruik van AI in verkiezingsprocessen.

Vraag 23

Welke concrete dreigingsscenario’s hanteert het kabinet met betrekking tot AI-gegenereerde desinformatie, deepfakes en politieke microtargeting tijdens verkiezingen?

Antwoord

Zoals vermeld in het antwoord op vraag 6 organiseert het Ministerie van BZK voorafgaand aan de organisatie van iedere verkiezing in Nederland verkiezingstafels waar verschillende dreigingsscenario’s worden besproken, waaronder (AI-gegenereerde) informatiemanipulatie.

Deze dreigingen wil het kabinet tegengaan en bestrijden. Daarom werk ik aan maatregelen om de weerbaarheid van verkiezingen verder te verbreden en te versterken om zo dreigingen en risico’s eerder en meer proactief te kunnen signaleren en tegen te gaan. Het detecteren van FIMI en de pilots, zoals vermeld in antwoord op vraag 3, is onderdeel van de maatregelen die worden uitgewerkt.

Vraag 24

Is het kabinet bereid aanvullende waarborgen te verkennen voor transparantie over het gebruik van AI in politieke campagnes, waaronder AI-gegenereerde video’s, deepfakes en geautomatiseerde targeting? Hoe verhoudt deze inzet zich tot bestaande nationale en Europese regelgeving rond politieke communicatie en verkiezingsintegriteit?

Antwoord

Het zorgvuldig gebruik van AI in politieke campagnes is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van politici en politieke partijen zelf. Het is ook aan politici om elkaar aan te spreken op ongewenst gebruik van deze nieuwe technologieën. Een gedragscode, zoals aangekondigd in het European Democracy Shield, kan daarbij helpen. Daarnaast is nieuwe regelgeving recent van kracht of aanstaande. Zo is de Europese verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame per 10 oktober 2025 van toepassing. De AI-verordening is geheel van toepassing per augustus 2027. Die verordening bevat onder meer transparantieverplichtingen om ervoor te zorgen dat kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerd audio-, beeld-, video-, of tekstinhoud en deepfakes herkenbaar en detecteerbaar moeten zijn. De precieze reikwijdte en toepassing van deze verordeningen moet gaandeweg vorm krijgen in de praktijk. Het kabinet zal zich voor het toezicht op in het buitenland gevestigde sociale media platformen inzetten op een goede samenwerking met aldaar gevestigde toezichthouders en de Europese Commissie.

Publieke omroep en democratische informatievoorziening

Het European Democracy Shield en aanverwante Europese debatten benadrukken de rol van onafhankelijke nieuwsvoorziening.

Vraag 25

De leden van de Volt-fractie vragen ten slotte hoe het kabinet de huidige en voorgenomen financiering van de Nederlandse publieke omroep beoordeeld in het licht van Europese verplichtingen en de rol van publieke media als buffer tegen desinformatie? Acht het kabinet de financiering van de NPO toereikend om haar democratische, maatschappelijke en culturele opdracht te vervullen binnen een sterk gedigitaliseerde informatiemaatschappij? Zo nee, welke aanvullende maatregelen of financieringsmodellen worden door het kabinet overwogen om pluriforme en onafhankelijke journalistiek te versterken?

Antwoord

Het kabinet is het met de leden eens dat een sterke publieke omroep cruciaal is voor een democratische samenleving. De publieke omroep biedt nieuws en informatie, controleert de macht en biedt een podium aan een verscheidenheid aan ideeën. Daarnaast vertellen de publieke omroepen verhalen uit de samenleving en dragen zo bij aan verbinding in de samenleving. Het kabinet acht het huidige en in de nabije toekomst bestaande financieringsniveau van de publieke omroep voldoende om de publieke mediaopdracht te vervullen en daarmee dus ook zijn belangrijke journalistieke functie voor de samenleving kan invullen.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Bovens (CDA), Dittrich (D66), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Kanis (D66), Karimi (GroenLinks-PvdA), Kemperman (FVD) (ondervoorzitter), Koffeman (PvdD), Martens (GroenLinks-PvdA), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden, Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

JOIN(2025) 791.

X Noot
4

JOIN(2025) 791, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 36 800 VIII, nr. B en Kamerstukken II 2024/25, 32 827, nr. 370.

X Noot
7

Zie voor meer informatie: https://weekvanhetnieuws.nl/

X Noot
8

Kamerstukken II, 2024–2025, 36 552, nr. 12

X Noot
9

Deelnemers bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende ministeries, de veiligheidspartners, het Nationaal Cyber Security Centrum, de Autoriteit Consument en Markt, de gemeenten en de Kiesraad.

X Noot
10

Kamerstukken II, 2023–2024, 26 643, nr. 1125

X Noot
11

Artikel 50 EU AI-verordening

X Noot
12

Kamerstukken II 2025/26, 35 165, nr. 97.

X Noot
13

Kamerstukken II, 2025/2026, 35 165, nr. 107

X Noot
14

Kamerstukken II, 2024–2025, 30 821, nr. 254

X Noot
19

Kamerstukken II, 26 643, nr. 1452.

X Noot
20

Link naar gedelegeerde handeling invoegen. Kon ik nog niet doen omdat Eur-lex plat lag toen ik het probeerde op te zoeken.

X Noot
22

Zie artikel 14, eerste lid, artikel 15, eerste lid, onder c en artikel 27, eerste lid

X Noot
23

Kamerstukken I 2025–26, 36 800 VIII, B, p. 19–20.

X Noot
24

JOIN(2025) 791, p. 3.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Bovens (CDA), Dittrich (D66), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Kanis (D66), Karimi (GroenLinks-PvdA), Kemperman (FVD) (ondervoorzitter), Koffeman (PvdD), Martens (GroenLinks-PvdA), Oplaat (BBB), Panman (BBB), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden, Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

JOIN(2025) 791.

X Noot
4

JOIN(2025) 791, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 36 800 VIII, nr. B en Kamerstukken II 2024/25, 32 827, nr. 370.

X Noot
7

Zie voor meer informatie: https://weekvanhetnieuws.nl/

X Noot
8

Kamerstukken II, 2024–2025, 36 552, nr. 12

X Noot
9

Deelnemers bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende ministeries, de veiligheidspartners, het Nationaal Cyber Security Centrum, de Autoriteit Consument en Markt, de gemeenten en de Kiesraad.

X Noot
10

Kamerstukken II, 2023–2024, 26 643, nr. 1125

X Noot
11

Artikel 50 EU AI-verordening

X Noot
12

Kamerstukken II 2025/26, 35 165, nr. 97.

X Noot
13

Kamerstukken II, 2025/2026, 35 165, nr. 107

X Noot
14

Kamerstukken II, 2024–2025, 30 821, nr. 254

X Noot
19

Kamerstukken II, 26 643, nr. 1452.

X Noot
20

Link naar gedelegeerde handeling invoegen. Kon ik nog niet doen omdat Eur-lex plat lag toen ik het probeerde op te zoeken.

X Noot
22

Zie artikel 14, eerste lid, artikel 15, eerste lid, onder c en artikel 27, eerste lid

X Noot
23

Kamerstukken I 2025–26, 36 800 VIII, B, p. 19–20.

X Noot
24

JOIN(2025) 791, p. 3.

Naar boven