36 872 Wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee ter implementatie van onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (REDIII, vergunnen)

A VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI1

Vastgesteld 14 juli 2026

Het wetsvoorstel heeft de fractieleden van de BBB aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De fractieleden van de BBB stellen dat het omzeilen van de milieueffectrapportage (MER) op projectniveau burgers monddood maakt. Hoe rijmt de regering dit wetsvoorstel met het Verdrag van Aarhus2 en het Nevele-arrest3, die juist inspraak en participatie van omwonenden bij milieubesluiten garanderen?

Het wetsvoorstel introduceert de aanname dat hernieuwbare energie per definitie het «hogere openbare belang» en zelfs de «volksgezondheid» dient.4 Hoe valt dit juridisch te verantwoorden (denk aan de SMB-richtlijn5 en het voorzorgsbeginsel) als we weten dat omwonenden chronische klachten ervaren door laagfrequent geluid en slagschaduw, en de natuur schade ondervindt (vogels, vleermuizen)? Waarom geldt deze wet alleen voor zonne- en windenergie en bijvoorbeeld niet voor geothermie, groen gas of SMR’s?

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om natuurschade door energieprojecten financieel te compenseren («af te kopen») als er onvoorziene negatieve effecten zijn.6 Waarom mogen de energieontwikkelaars de Habitatrichtlijn7 en de natuurbescherming omzeilen, terwijl dit bijvoorbeeld niet geldt voor projectontwikkelaars in de woningbouw of de PAS-melders?

De regering verschuift de zware onderzoekslasten (zoals de plan-MER) van de projectontwikkelaar naar de overheid, specifiek de provincies en nu ook de gemeenten.8 Beschikken de provincies, de gemeenten en omgevingsdiensten over voldoende financiële middelen, menskracht en expertise voor de taken die deze nieuwe wet met zich meebrengt? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Hoe uitvoerbaar en hoe noodzakelijk is deze «versnellingswet» in de praktijk als de lokaal opgewekte stroom door netcongestie nergens heen kan zonder (dure) batterij-opslag?

In de praktijk zorgen vergunningsvrije projecten voor koudwatervrees bij banken (geen vergunning leidt tot geen financiering) en leiden ze achteraf tot jarenlange bezwaarprocedures van omwonenden. Erkent de regering het risico dat deze wet de energietransitie ook kan vertragen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Als er straks via een simpele «screening» projecten vergund kunnen worden en natuurschade financieel gecompenseerd kan worden, hoe garandeert de regering dan dat deze «afkoopgelden» daadwerkelijk leiden tot ecologisch herstel op de lange termijn? Wie handhaaft de afspraken en controleert de resultaten?

De Unie van Waterschappen en Vewin geven aan dat de versnelde uitrol en het label «hoger openbaar belang» mogelijk grondwaterbeschermingsgebieden bedreigen.9 Hoe bewaart de regering de balans tussen de Kaderrichtlijn Water(KRW) en onze drinkwaterveiligheid en het faciliteren van energieontwikkelaars?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien de nota naar aanleiding van het tweede verslag met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk op 1 september 2026, zodat deze in de eerste commissievergadering na het zomerreces behandeld kan worden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Kluit

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Steenkamp (CDA), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, Aarhus, 25 juni 1998.

X Noot
3

Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503.

X Noot
4

Vraag ter verduidelijking staat uit bij de fractie

X Noot
5

Richtlijn 2001/42/EG van het Europees parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's

X Noot
6

Kamerstukken II 2025/26, 36 872, nr. 3.

X Noot
7

Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206).

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/26, 36 872, nr. 3, p. 5–6.

X Noot
9

Vraag ter verduidelijking staat uit bij de fractie

Naar boven