Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 15 oktober 2025 en het nader rapport d.d. 15 december 2025, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Klimaat en Groene Groei. Het advies van de Afdeling advisering
van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 11 juli 2025, nr. 2025001601,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 15 oktober 2025, nr. W19.25.00185/IV, bied ik U hierbij aan.
Bij Kabinetsmissive van 11 juli 2025, no. 2025001601, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Klimaat en Groene Groei, in overeenstemming met de Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging
van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee ter implementatie
van onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie
(REDIII, versnellen en vergunnen), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel op een aantal ondergeschikte
punten aan te passen. Dit ten eerste door in voorgesteld eerste lid, van artikel 2.47,
van de Omgevingswet te concretiseren dat de Minister van Klimaat en Groene Groei het
contactpunt is, wanneer diezelfde Minister bevoegd is om het besluit over het hernieuwbare
energieproject in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
vast te stellen.
Ten tweede is een aantal samenloopbepalingen toegevoegd in verband met de tekstuele
afhankelijkheid tussen het voorstel, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
en het wetsvoorstel Wet versterking regie Volkshuisvesting. Tot slot is van de gelegenheid
gebruik gemaakt om de memorie van toelichting te verduidelijken en op de eerder genoemde
punten aan te vullen.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde
memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans