36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

I MOTIE VAN HET LID VAN DE SANDEN C.S.

Voorgesteld 19 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel als uitgangspunt onmiddellijke werking kiest voor de nareis- en tweestatusstelselbepalingen;

constaterende dat op het moment van inwerkingtreding ruim 52.000 nareisaanvragen bij de IND openstaan, ingediend onder het tot dan geldende recht;

constaterende dat de regering heeft erkend dat geen juridische risicoanalyse is gemaakt voor het ontbreken van overgangsrecht voor deze aanvragen;

overwegende dat het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat burgers kunnen vertrouwen op het recht zoals dat gold op het moment dat zij handelden;

overwegende dat onmiddellijke toepassing van strengere nareisvoorwaarden op lopende aanvragen strijdig kan zijn met artikel 8 EVRM en het rechtszekerheidsbeginsel;

overwegende dat een hardheidsclausule noch een reparatiewet is toegezegd;

verzoekt de regering de inwerkingtreding van de nareis- en tweestatusstelselbepalingen bij koninklijk besluit te koppelen aan de totstandkoming van adequaat overgangsrecht voor aanvragen ingediend vóór de datum van inwerkingtreding;

en gaat over tot de orde van de dag.

Van de Sanden

Van Gasteren

Huizinga-Heringa

Van der Goot

Naar boven