De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel IV, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef vervalt «, eerste lid, onderdeel e,».
2. In onderdeel 1 wordt «subonderdeel» vervangen door «het eerste lid, onderdeel e,
subonderdeel».
3. In onderdeel 2 wordt «subonderdeel 2°» vervangen door «het eerste lid, onderdeel
e, subonderdeel 2°».
4. Er worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
-
3. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Sinds het tijdstip van de aanvraag
dient ten minste zes maanden te zijn verstreken.
-
4. Aan het derde lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d
door een puntkomma, een onderdeel worden toegevoegd, luidende:
-
e. in afwijking van het tweede lid de termijn van zes maanden worden beperkt tot een
periode van ten minste drie maanden indien het een aanvraag betreft die niet valt
onder de categorieën genoemd in artikel 42, eerste lid, van de Procedureverordening.
Toelichting
Dit amendement beoogt de nationale invulling van artikel 17 van de herschikte Opvangrichtlijn
(EU) 2024/1346 te wijzigen door de verkorting van de wachttermijn voor arbeidsmarkttoegang
tot drie maanden te beperken tot louter kansrijke asielaanvragen. De richtlijn stelt
verplicht dat asielzoekers uiterlijk zes maanden na registratie van hun verzoek toegang
tot de arbeidsmarkt krijgen. Zij verplicht niet tot een verkorting naar drie maanden
voor alle categorieën asielzoekers. In de considerans worden lidstaten uitsluitend
aangemoedigd om voor asielzoekers met een waarschijnlijk gegronde aanvraag eerder
toegang mogelijk te maken. De regering kiest er voor de wachttermijn in artikel 6.2
van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022) voor alle asielzoekers
terug te brengen van zes naar drie maanden, met een beperkte uitsluiting voor asielzoekers
in de versnelde procedure, en voor vreemdelingen met een overdrachtsbesluit onder
de Asiel- en migratiebeheerverordening. Indieners willen dit omdraaien en uitbreiden
zodat alleen kansrijke asielzoekers al na drie maanden aan de slag kunnen. Zij vinden
het niet wenselijk dat vreemdelingen verder worden gestimuleerd naar Nederland te
komen omdat ze na korte tijd al geld kunnen verdienen en zeker vreemdelingen die feitelijk
maar zeer weinig kans maken op een asielvergunning. Met dit amendement wordt wettelijk
vastgelegd dat de hoofdregel blijft dat asielzoekers pas na zes maanden toegang tot
de arbeidsmarkt verkrijgen. Slechts voor een afgebakende groep van kansrijke asielaanvragen
kan de termijn bij wijze van uitzondering worden verkort tot ten minste drie maanden.
Het gaat daarbij om aanvragen die in de reguliere (niet-versnelde) procedure worden
behandeld en die niet behoren tot de categorieën genoemd in artikel 42, eerste lid,
van de Procedureverordening (EU) 2024/1348, zoals aanvragen van vreemdelingen uit
veilige landen van herkomst, kennelijk ongegronde of misleidende aanvragen en andere
kansarme aanvragen. Asielzoekers die onder deze versnelde procedure vallen, alsmede
asielzoekers met een overdrachtsbesluit op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening,
krijgen onder dit amendement geen verruimde arbeidsmarkttoegang vóór het verstrijken
van de termijn van zes maanden.
Door in de Wet arbeid vreemdelingen en het BuWav 2022 expliciet te verankeren dat
de drie-maanden-termijn uitsluitend openstaat voor een beperkt en objectief omschreven
segment van kansrijke aanvragen, wordt de nationale beleidsruimte uit de Opvangrichtlijn
beter benut. Tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat voor kansarme groepen en Dublin-gevallen
ten minste het Europese minimum van zes maanden wordt gehandhaafd, waarmee de druk
op de asiel- en opvangketen, de risico’s van verdringing op de arbeidsmarkt aan de
onderkant en de verleiding om arbeidsdeelname in kansarme zaken als argument voor
verblijf in te zetten, zo veel mogelijk worden beperkt.
Boomsma Ceulemans