36 863 Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID CLEMMINCK-CROCI

Ontvangen 9 juni 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

Artikel J 28 vervalt

II

Artikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «J 28» vervangen door «J 27».

2. De artikelen J 28a en J 28b worden vernummerd tot J 28 en J 28a.

3. In het voorgestelde artikel J 28 (nieuw), eerste lid, wordt «om andere redenen dan zijn lichamelijke gesteldheid» vervangen door «vanwege zijn lichamelijke gesteldheid of om andere redenen».

Toelichting

Met dit amendement wordt geregeld dat bijstand in het stemhokje, ongeacht de reden waarom de kiezer bijstand nodig heeft, uitsluitend wordt verleend door een lid van het stembureau. Dat geldt dus ook voor kiezers die vanwege hun lichamelijke gesteldheid ondersteuning nodig hebben. Daarmee wordt voor alle kiezers één gelijk regime ingevoerd. De kiezer behoudt toegang tot noodzakelijke ondersteuning, maar deze ondersteuning wordt in het stemhokje verleend door een daarvoor aangewezen, neutraal en getraind stembureaulid.

De indiener onderkent dat artikel 29, onderdeel a, onder iii, van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap bepaalt dat personen met een handicap, waar nodig en op hun verzoek, ondersteuning bij het uitbrengen van hun stem moeten kunnen krijgen door een persoon van hun eigen keuze. Ook onderkent de indiener dat Nederland bij de ratificatie een interpretatieve verklaring heeft afgelegd, waarin onder ondersteuning in beginsel ondersteuning buiten het stemhokje wordt verstaan, behoudens ondersteuning die vanwege een lichamelijke handicap nodig is. Het huidige artikel J 28 Kieswet sluit daarbij aan. Dit amendement brengt daarin bewust een wijziging aan.

De indiener acht deze wijziging gerechtvaardigd, omdat zij de rechten van kiezers met een handicap niet wegneemt, maar op een andere wijze waarborgt en op onderdelen versterkt. Het recht op ondersteuning blijft bestaan. Ook blijft ruimte bestaan voor de eigen keuze van de kiezer binnen de waarborg dat de ondersteuning in het stemhokje wordt gegeven door een stembureaulid als neutrale ondersteuner. De kiezer kan, voor zover praktisch mogelijk en met inachtneming van een ordelijk verloop van de stemming, aangeven door welk beschikbaar stembureaulid hij of zij wil worden ondersteund. Gemeenten en voorzitters kunnen de inrichting van het stembureau daarop afstemmen, bijvoorbeeld door meerdere daarvoor geïnstrueerde stembureauleden beschikbaar te hebben. De eigen keuze wordt daarmee niet willekeurig terzijde geschoven, maar ingevuld binnen een kring van personen die voor deze taak zijn aangewezen, getraind en onder verantwoordelijkheid van het stembureau handelen.

De reden voor deze keuze ligt in de bescherming van het stemgeheim, de vrije wilsuiting van de kiezer en het beginsel van één kiezer, één stem. Artikel 29 van het VN-verdrag handicap ziet niet alleen op toegankelijkheid en ondersteuning, maar ook op het waarborgen van geheime stemming zonder intimidatie. De Nederlandse interpretatieve verklaring is eveneens mede vanuit die waarborgen opgesteld. De indiener sluit daarbij aan. Wanneer een kiezer in het stemhokje wordt bijgestaan door een meegebrachte of aangewezen derde, is voor het stembureau moeilijker te controleren of de ondersteuning beperkt blijft tot praktische hulp en of geen druk, sturing of beïnvloeding plaatsvindt. Bijstand door een stembureaulid biedt hiervoor een sterkere institutionele waarborg.

De indiener is zich ervan bewust dat in de memorie van toelichting de optie om ook kiezers met een lichamelijke beperking uitsluitend door een stembureaulid te laten bijstaan, wordt aangeduid als een achteruitgang van hun rechtspositie. De indiener deelt die waardering niet. Een rechtspositie wordt niet uitsluitend bepaald door de vraag of een kiezer een willekeurige derde in het stemhokje kan meenemen, maar ook door de vraag of de stem daadwerkelijk vrij, geheim, zonder druk en op gelijke voet met andere kiezers kan worden uitgebracht. Juist op die punten biedt dit amendement extra bescherming.

Daarnaast maakt dit amendement de regeling eenvoudiger en gelijker toepasbaar. Voor kiezers, stembureaus en gemeenten geldt één duidelijke norm: bijstand in het stemhokje wordt verleend door een lid van het stembureau. Dat voorkomt verschillende regimes afhankelijk van de oorzaak van de ondersteuningsbehoefte en draagt bij aan een uniforme uitvoering in het stemlokaal.

De indiener acht stembureauleden bovendien beter geëquipeerd om deze ondersteuning te bieden. Zij worden specifiek geïnstrueerd en getraind voor hun taak in het stemlokaal. Daarmee blijft de toegankelijkheid van het stemmen voor kiezers die hulp nodig hebben behouden.

Ten slotte ziet de indiener hierin ook een praktische verbetering. De kiezer die ondersteuning nodig heeft, kan in ieder stemlokaal en op elk moment rekenen op beschikbare bijstand en is daardoor niet afhankelijk van het vooraf regelen van een eigen ondersteuner.

Clemminck-Croci

Naar boven