36 863 Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH

Ontvangen 8 juni 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel I, aanhef, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Aan artikel J 4, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting en uitrusting van elk stemlokaal of ten minste een stemlokaal in elke gemeente ten behoeve van kiezers die wegens hun lichamelijke beperkingen of om andere redenen hulp behoeven bij het stemmen.

II

Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel J 28 wordt «gesteldheid» vervangen door «beperkingen».

III

In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel J 28a, eerste lid, «gesteldheid» vervangen door «beperkingen».

Toelichting

Begeleiding tijdens het stemmen kan een belangrijk middel zijn om het kiesrecht uit te kunnen oefenen. De wetgever dient echter ook te waarborgen dat kiezers zoveel mogelijk zonder begeleiding kunnen stemmen, allereerst om recht te doen aan hun zelfstandigheid, maar ook om het stemgeheim te waarborgen en misstanden te beperken. Ondergetekende constateert dat eenvoudige (technische) voorzieningen die de toegankelijkheid vergroten en het stemgeheim waarborgen, niet altijd in alle gemeenten beschikbaar zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan voorzieningen voor kiezers met een visuele beperking, zoals voelbare geleidelijnen op de vloer of de beschikbaarheid van een stembox of stemmal. Het ontbreken van voorzieningen kan betekenen dat kiezers niet zelf hun stem uitbrengen of dat zij onnodig onder begeleiding hun stem uitbrengen.

De Kieswet bepaalt nu dat burgemeester en wethouders geschikte stemlokalen aanwijzen. Burgemeester en wethouders moeten er bij de geschiktheid van stemlokalen ook aandacht aan besteden dat stemlokalen zodanig zijn gelegen en zo zijn ingericht en uitgerust dat kiezers met lichamelijke beperkingen zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen. Tot slot kan de Kiesraad ter ondersteuning instructies en kwaliteitsstandaarden vaststellen voor de uitvoering van het verkiezingsproces (art. A 11 Kieswet). Deze bevoegdheid gebeurt met het oog op de goede uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde en laat onverlet de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen over de geschiktheid van stemlokalen.

In artikel J 4, eerste lid, van de Kieswet is de mogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen over de geschiktheid van stemlokalen. Dit amendement verduidelijkt dat de mogelijkheid van nadere regels ook betrekking heeft op de inrichting en uitrusting van de stemlokalen ten behoeve van kiezers met een lichamelijke beperking of die om andere reden hulp behoeven bij het stemmen. De regels kunnen betrekking hebben op elk stembureau of ten minste één stembureau in elke gemeente. De uitwerking kan in overleg met gemeenten, de Kiesraad en vertegenwoordigende organisaties vorm krijgen, waarbij de noodzaak en de proportionaliteit van de inspanning een belangrijk aandachtspunt vormt. De Kiesraad heeft reeds criteria vastgesteld voor integrale toegankelijkheid van stembureaus, maar daarin komen voorzieningen voor visueel beperkten bijvoorbeeld summier aan bod. Het amendement onderstreept het belang om voortdurend te toetsen hoe specifieke groepen op eenvoudige wijze beter kunnen worden ondersteund.

Omdat artikel J 4 reeds spreekt over lichamelijke beperkingen is daarbij aangesloten. Deze term wordt door het amendement ook consequent toegepast in de wettelijke bepalingen.

Flach

Naar boven