Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2025
Tijdens het plenair debat van 11 december 2025 over het staken van de onderhandelingen
met NAM-aandeelhouders Shell en ExxonMobil over de kosten van de Groningse hersteloperatie
en over de aardbeving in Groningen heb ik u toegezegd een brief te sturen over de
op 9 december 2025 aangenomen motie van de leden Beckerman, Teunissen en Van Oosterhout
inzake Warffum.1 In de motie wordt de regering verzocht uitvoering te geven aan een eerder aangenomen
motie (17 juni 2025) welke verzoekt de winning uit het gasveld Warffum te beëindigen.2
Op 25 juni 2025 heeft het kabinet de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin is aangegeven
waarom het kabinet de motie van 17 juni 2025 niet kan uitvoeren. De onderbouwing uit
deze brief geldt onverlet.3
De Mijnbouwwet is het wettelijke kader op basis waarvan vergunningen worden verleend
ten behoeve van activiteiten in de diepe ondergrond, bijvoorbeeld het winnen van gas.
De Tweede Kamer stelt, als medewetgever, samen met de regering, dit wettelijke kader
op. Het kabinet geeft hieraan uitvoering en is bij de beoordeling van de individuele
vergunningen daarmee gebonden aan het kader van de Mijnbouwwet. De Kamer kan uiteraard
de wettelijke kaders aanpassen door middel van een wetstraject.
Op basis van het geldende wettelijke kader is ingestemd met de aanvraag van de NAM
om langer gas te winnen uit het gasveld Warffum. Het kabinet kan voor een individuele
aanvraag geen besluiten nemen buiten het wettelijke kader. Dit geldt ook, zoals de
motie over de gaswinning uit het gasveld Warffum vraagt, voor het intrekken van reeds
genomen besluiten. Hiervoor moet een juridische grondslag zijn en die is niet aanwezig.
De motie van de Tweede Kamer vraagt daarmee om een onrechtmatig besluit te nemen.
Zowel burgers als bedrijven moeten vanuit rechtszekerheid kunnen rekenen op een toetsing
op basis van de geldende wetgeving. Om deze reden kan het kabinet de motie niet uitvoeren.
Het is nu aan de rechter om te toetsen of het kabinet de juiste beoordeling heeft
gemaakt bij het verlenen van de vergunning om de gaswinning bij Warffum te continueren.
Tijdens het wetgevingsoverleg van 8 december 2025 over de incidentele suppletoire
begroting inzake Ternaard heb ik uitgebreid toegelicht wat de Ternaard casus uniek
maakt en waarom het kabinet in die unieke situatie heeft besloten om tot een afkoop
over te gaan
In Ternaard spelen specifieke omstandigheden: juridisch, ruimtelijk en procedureel,
die elders niet of in veel mindere mate aan de orde zijn. Juist vanwege die unieke
combinatie heeft het kabinet aanleiding gezien om een afwijkend besluit te overwegen
en uiteindelijk tot een afkoop te komen. Geen andere Nederlandse mijnbouwactiviteit
combineert deze omstandigheden in dezelfde mate. Dat besluit stond dus in directe
relatie tot die bijzondere context.
Dat betekent dus ook dat het kabinet dat elders niet zal doen; een uitzondering vormt
geen nieuw beleidskader. Het uitgangspunt blijft dat het kabinet beslissingen over
gaswinning neemt binnen het bestaande wettelijke kader, de daarin vastgelegde verantwoordelijkheden
en toetsingskaders.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S.T.M. Hermans