Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 februari 2026
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet
2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen
af te nemen en te verwerken (36 859) aangenomen. Met deze brief verzoek ik u om behandeling van het genoemde wetsvoorstel
op dinsdag 24 februari aanstaande en stemming op dezelfde dag.
Dit wetsvoorstel voorziet, door schrapping van artikel 115 van de Vreemdelingenwet
2000, in de bestendiging van de bevoegdheid voor de Minister van Asiel en Migratie
om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en verwerken, geregeld in artikel
106a van de Vreemdelingenwet 2000, en in het behoud van die biometrische kenmerken
in de vreemdelingenadministratie.
Op grond van artikel 115 van de Vreemdelingenwet 2000 vervalt op 1 maart 2026 de nationale
bevoegdheid voor de Minister om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen
en te verwerken en moeten alle gezichtsopnames en vingerafdrukken, die op basis hiervan
in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, op die datum worden vernietigd.
-
• Biometrie is binnen de vreemdelingenketen het enige objectieve identificatiemiddel
en vormt de basis van vrijwel alle kernprocessen. Zo gebruikt de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) deze gegevens bij asielaanvragen, reguliere verblijfsaanvragen (gezinsmigratie
en studie van derdelanders) en naturalisatie. De gegevens worden ook gebruikt door
de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), alsmede de
Koninklijke marechaussee bij het vreemdelingentoezicht en de Dienst Terugkeer en Vertrek
(DT&V) bij vertrekprocedures. Zo is de nationale grondslag nodig voor de IND om voor
asielaanvragen o.m. (blijvend) te verifiëren of personen die zich in Ter Apel melden
reeds staan geregistreerd in Nederland, en er in zijn algemeenheid, nog steeds sprake
is van één en dezelfde persoon.
-
• De afgenomen gegevens worden opgeslagen in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV)
en van daaruit door ketenpartners geraadpleegd. Het wegvallen van de bevoegdheid voor
de Minister en vernietiging van de verzamelde gegevens zou de uitvoeringspraktijk
ernstig hinderen. Hierdoor nemen de risico’s op identiteitsfraude, onder meer bij
de verstrekking van een machtiging tot voorlopig verblijf en bij naturalisatieprocedures,
toe en worden kernprocessen in asiel-, verblijfs-, toezicht- en vertrekprocedures
ernstig bemoeilijkt.
Dit leidt tot een onwerkbare situatie voor de vreemdelingenketen en brengt directe
risico’s mee voor toezicht en openbare orde. De IND heeft haar zorgen hierover in
een brief aan mij toegelicht. Ik voeg deze brief hier bij.
Gezien de dringende noodzaak om de wet, als deze wordt aangenomen, uiterlijk op 27 februari
2026 te publiceren in het Staatsblad en zo te voorkomen dat de bevoegdheid vervalt
en de gegevens op 1 maart vernietigd moeten worden, verzoek ik uw Kamer het voorstel
op dinsdag 24 februari 2026 direct te behandelen en nog diezelfde dag over het voorstel
te stemmen. Een latere datum van behandeling en stemming maakt dat de bevoegdheid
komt te vervallen óók als uw Kamer voor het wetsvoorstel zou stemmen.
Ik heb toegezegd dat er een nieuw wetsvoorstel zal worden ingediend waarin een nieuwe
horizonbepaling zal worden opgenomen en waarbij uitgebreidere behandeling mogelijk
is. Hiermee hoop ik u voldoende comfort te geven, zodat we geen onomkeerbare stappen
hoeven te zetten.
Uiteraard zal ik van mijn kant ook al het mogelijke doen om u hierbij van dienst te
zijn.
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel