36 856 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq'ers 2026–2030

D BRIEF VAN DE LEDEN ŠEFČOVIČ EN LAHBIB VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken

Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Brussel, 20 februari 2026

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar brief over de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030, COM(2025) 725 final.

Gelijkheid en non-discriminatie zijn fundamentele waarden van de Europese Unie, die zijn vastgelegd in de EU-Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie («het Handvest»). De Commissie zet zich ten volle in om de uitdagingen waarmee lhbtiq’ers in heel Europa worden geconfronteerd aan te pakken.

Zoals werd aangekondigd in de politieke beleidslijnen van voorzitter Von der Leyen en in het werkprogramma van de Commissie voor 2025, is er op 8 oktober 2025 een nieuwe strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030 vastgesteld. Zij bouwt voort op de resultaten van de vorige strategie voor 2020–2025 en maakt de weg vrij voor verdere vooruitgang.

De nieuwe strategie beoogt om lhbtiq’ers te beschermen tegen geweld, ervoor te zorgen dat ze kunnen leven in vrijheid en gelijkheid, en belanghebbenden op alle niveaus te betrekken. Intersectionaliteit wordt als horizontaal beginsel op de hele strategie toegepast. De aanpak is tweeledig en bestaat uit het uitvoeren van gerichte maatregelen en het integreren van gelijkheid in beleidsterreinen. De belangrijkste prioriteiten van de strategie betreffen het verbieden van conversiepraktijken en het aanpakken van door haat ingegeven aanhoudend geweld en aanhoudende intimidatie, offline en online.

De Commissie neemt de door de Eerste Kamer geuite bezorgdheid over de maatregelen uit de strategie op het gebied van asiel en migratie serieus en zou graag de volgende toelichting willen geven.

Met het migratie-en asielpact, met name de asielprocedureverordening en de richtlijn opvangvoorzieningen, worden de waarborgen voor kwetsbare verzoekers, met inbegrip van lhbtiq’ers, versterkt. Lidstaten moeten de individuele omstandigheden en de bijzondere behoeften van kwetsbare personen gedurende de hele asielprocedure in acht nemen, ook bij de opvangvoorzieningen1. Deze waarborgen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat verzoekers met bijzondere procedurele behoeften en opvangbehoeften hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen.

Op grond van het huidige asielacquis, met name de erkenningsrichtlijn2, kan rekening worden gehouden met de seksuele gerichtheid of genderidentiteit en genderexpressie van een verzoeker om internationale bescherming wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een bepaalde sociale groep behoort, en kunnen deze aspecten de basis vormen voor een gegronde vrees voor vervolging. Ook de verordening asielnormen3 verduidelijkt in overweging 41 dat de omstandigheden in het land van herkomst, met inbegrip van bijvoorbeeld het bestaan en de toepassing van strafrechtelijke bepalingen die speciaal gericht zijn tegen lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen, met zich mee kunnen brengen dat deze personen moeten worden beschouwd als behorend tot een bepaalde sociale groep.

De beoordeling van de verzoeken om internationale bescherming blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Ze moet op individuele basis, objectief en conform het EU- en internationaal recht worden uitgevoerd. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten bij de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming de geloofwaardigheid van de verzoeker, en daarbij ook de verklaringen en documenten of ander ingediend bewijsmateriaal, onderzoeken op een wijze die de grondrechten van de verzoeker eerbiedigt, zoals gewaarborgd in het Handvest en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met name het recht op eerbiediging van de menselijke waardigheid en het recht op eerbiediging van privéleven en familie- en gezinsleven.

Wat betreft seksuele gerichtheid en genderidentiteit, mogen verzoekers niet worden onderworpen aan gedetailleerde ondervragingen4 of tests met betrekking tot hun seksuele gewoonten, zoals uitdrukkelijk verklaard door het Hof van Justitie van de Europese Unie5. Dergelijke praktijken zouden per definitie afbreuk doen aan de menselijke waardigheid, waarvan artikel 1 van het Handvest de eerbiediging waarborgt6.

Bij de uitvoering van de Uniebegroting bij EU-financieringsinstrumenten, zoals het Fonds voor asiel, migratie en integratie, in gedeeld beheer, zijn de Commissie en de lidstaten onderworpen aan de regels omtrent financieel beheer zoals vastgesteld in het Financieel Reglement7 en de verordening gemeenschappelijke bepalingen8 om een rechtmatig beheer van het Fonds te waarborgen. Deze regels hebben betrekking op de financiële programmering, uitvoering, monitoring en evaluatie alsook de controle en de audit van de uitgaven, en moeten in overeenstemming met het Handvest worden uitgevoerd. Ze geven de Commissie het recht om bij bepaalde omstandigheden de betalingen aan de lidstaten op te schorten en te onderbreken en passende financiële correcties door te voeren.

Soortgelijke bepalingen zijn van toepassing op de uitvoering van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI – Europa in de wereld). De Commissie kan ook krachtens het Financieel Reglement betalingen opschorten en onderbreken, financiële correcties doorvoeren en, waar van toepassing, entiteiten uitsluiten van deelname aan Uniefinanciering voor een periode van maximaal vijf jaar.

Hoewel er binnen delen van de moslimgemeenschap onaanvaardbare incidenten gerelateerd aan lhbtiq-fobie hebben plaatsgevonden, vertegenwoordigen deze delen niet de overgrote meerderheid van deze gemeenschap noch de waarden waar deze gemeenschap voor staat. Er is onvoldoende bewijs dat er bij moslims vaker lhbtiq-fobische opvattingen heersen dan bij de algemene bevolking. Zowel de moslimgemeenschap als de lhbtiq-gemeenschap zijn steeds vaker het doelwit van dezelfde extremistische groeperingen die door heel Europa haat verspreiden.

Ter bestrijding van alle vormen van moslimhaat en -discriminatie creëerde de Europese Commissie in 2015 het mandaat van de coördinator voor de bestrijding van moslimhaat. Sindsdien heeft de Commissie haar inspanningen opgevoerd ter verbetering van de zichtbaarheid, het bewustzijn en het begrip omtrent moslimhaat, samengewerkt met de lidstaten door middel van dialogen en richtsnoeren, het maatschappelijk middenveld ondersteund bij het monitoren en aanpakken van haatincidenten, en onlineveiligheid verbeterd met de digitaledienstenverordening. Zij blijft ook een leidende rol spelen binnen de internationale coalitie tegen moslimhaat.

De Commissie pakt moslimhaat aan vanuit het oogpunt van mensenrechten en non-discriminatie; waarden van de Europese Unie die volledig verankerd zijn in artikel 2 VEU. Elke entiteit die verantwoordelijk is voor een ernstige fout bij de beroepsuitoefening, met inbegrip van aanzet tot discriminatie, haat of geweld of andere handelingen in strijd met de EU-waarden, kan conform de aangescherpte bepalingen van het Financieel Reglement worden uitgesloten van Uniefinanciering indien, na een procedure op tegenspraak, aan de toepasselijke wettelijke voorwaarden is voldaan.

De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar de verdere voortzetting van de politieke dialoog.

Maroš Šefčovič Lid van de Commissie

Hadja Lahbib Lid van de Commissie


X Noot
1

Artikelen 20–23 van Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie, PB L, 2024/1348, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj; en

artikelen 24–28 van Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming, PB L, 2024/1346, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj.

X Noot
2

Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking), PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/95/oj.

X Noot
3

Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, PB L 2024/1347, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1347/oj.

X Noot
4

Gevoegde zaken C-148/13 tot en met C-150/13, punt 64.

X Noot
5

Gevoegde zaken C-148/13 tot en met C-150/13.

X Noot
6

Gevoegde zaken C-148/13 tot en metC-150/13, punt 65.


X Noot
1

Artikelen 20–23 van Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie, PB L, 2024/1348, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1348/oj; en

artikelen 24–28 van Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming, PB L, 2024/1346, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1346/oj.

X Noot
2

Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking), PB L 337 van 20.12.2011, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/95/oj.

X Noot
3

Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, PB L 2024/1347, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1347/oj.

X Noot
4

Gevoegde zaken C-148/13 tot en met C-150/13, punt 64.

X Noot
5

Gevoegde zaken C-148/13 tot en met C-150/13.

X Noot
6

Gevoegde zaken C-148/13 tot en metC-150/13, punt 65.

Naar boven