Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36856 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36856 nr. C |
Vastgesteld 6 februari 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de EU strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 18 november 2025.
• De antwoordbrief van 3 februari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
Aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Den Haag, 18 november 2025
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben kennisgenomen van de Commissiemededeling: Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030.2 De leden van de fracties van D66 en PvdD gezamenlijk, de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA sluiten aan bij de vragen van de voorgenoemde fracties, PVV en Volt hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen.
Vragen en opmerkingen van de fracties van D66 en PvdD
De leden van de fracties van D66 en de PvdD hebben met belangstelling kennisgenomen van de Europese strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030 (hierna: de Strategie). Deze leden staan voor een samenleving waarin iedereen vrij is om te houden van wie men wil. Iemands geaardheid mag absoluut geen aanleiding vormen voor discriminatie, uitsluiting of zelfs agressie. De leden waarderen het dat de Europese Commissie zich inzet voor het beschermen van de rechten van lhbtiq+’ers in alle lidstaten en benadrukt dat gelijke behandeling en acceptatie geen vanzelfsprekendheid zijn, maar blijvende aandacht en inzet vergen. Desalniettemin hebben deze leden een aantal vragen.
Deze leden lezen met genoegen dat de maatschappelijke acceptatie van lhbtiq+’ers na de vaststelling van de strategie voor gelijkheid lhbtiq+’ers 2020–2025 in EU-lidstaten is toegenomen, maar zien op nationaal niveau ook een aantal zorgelijke ontwikkelingen. Uit de lhbtiq+-monitor is gebleken dat, alhoewel de maatschappelijke acceptatie richting homoseksuele en lesbische personen vrij hoog is (86%), de acceptatie van bi+ personen (66%) en non-binaire personen (53%) aanzienlijk achterloopt.3 Ondertussen is de groep met een negatieve houding ten opzichte van genderdiversiteit licht toegenomen en heeft minder dan de helft (43%) van de lhbtiq+’ers het gevoel dat het goed gaat met de acceptatie van deze gemeenschap.4 De leden vragen in deze context hoe u de lhbtiq+-acceptatie in Nederland beoordeelt. Welke strategie hanteert u bovendien op nationaal niveau om de lhbtiq+-emancipatie te bevorderen? Deze leden wijzen u op het feit dat uit onderzoek blijkt dat de online haat richting de lhbtiq+-gemeenschap toeneemt. Welke maatregelen neemt u om deze ontwikkeling tegen te gaan?
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen hebben zeven partijen het Regenboog Stembusakkoord ondertekend.5 In het Stembusakkoord doen de partijen een aantal beloften over de veiligheid en emancipatie van de regenbooggemeenschap. De partijen benadrukken onder meer het belang van het verhogen van het aantal discriminatierechercheurs en het vergroten van de politiecapaciteit op het gebied van online discriminatie. De partijen zijn bovendien van mening dat groepsbelediging van transgender personen strafbaar moet worden gesteld en dat de regering de «transgenderwet» die zij heeft ingetrokken, opnieuw zou moeten indienen.
Deze leden vragen u of u het Stembusakkoord omarmt en of u actief aan de slag gaat met het invoeren van de maatregelen die in het akkoord worden genoemd. De leden verzoeken u bovendien te verduidelijken of u voornemens bent om de genoemde transgenderwet opnieuw in te dienen, en wat hiervoor het tijdspad is.
De leden hebben bovendien nog een aantal specifieke vragen over de strategie voor gelijkheid van lhbtiq+’ers 2026–2030. Op pagina zeven van de Strategie lezen de leden dat lidstaten verplicht worden om een preventieve aanpak te ontwikkelen tegen gendergerelateerd geweld. De leden verzoeken u te verduidelijken of u al bent begonnen met de ontwikkeling van preventieve maatregelen. Indien dit het geval is, vragen deze leden u inzicht te geven in hoe deze maatregelen eruitzien. Op pagina 23 van de Strategie lezen de leden bovendien dat de Commissie lidstaten oproept om uiterlijk in 2027 nationale actieplannen inzake gelijkheid van lhbtiq+’ers vast te stellen. De Commissie maakt melding van geweld tegen en discriminatie van asielzoekers. Helaas zijn er in Nederland in azc’s incidenten geweest van geweld en discriminatie tegen lhbtiq+-asielzoekers. Bent u voornemens hen apart op te vangen, zodat zij beter beschermd kunnen worden?
Op het gebied van sport signaleert de Commissie grote risico’s voor lhbtiq+’ers. Kunt u een overzicht geven van hoe de Nederlandse sportbonden discriminatie op dit gebied te lijf gaan? Hoe reageert u op de anti-homoretoriek in en om de voetbalvelden? Vindt u dat de KNVB daar voldoende tegen optreedt? Het komt meer dan eens voor dat er vanaf de tribunes homovijandige spreekkoren plaatsvinden. Wanneer wordt daar effectief tegen opgetreden? Moet u hier niet normstellend aangeven dat in het uiterste geval een voetbalwedstrijd gestaakt dient te worden? Graag ontvangen de leden een reflectie hierop.
De lidstaten worden door de Commissie tevens aangemoedigd om nationale coördinatoren voor lhbtiq+-gelijkheid aan te wijzen. De leden zien graag een toelichting van u op de stand van zaken bij de ontwikkeling van de nationale actieplannen inzake gelijkheid van lhbtiq+’ers. Tevens horen deze leden graag of u voornemens bent om een nationale coördinator voor lhbtiq+-gelijkheid aan te wijzen. Zou zo’n coördinatorschap opgenomen kunnen worden in een ambassadeurschap voor lhbtiq+-zaken, analoog aan de ambassadeur voor mensenrechten? Naar de mening van deze leden rechtvaardigt het belang dat de EU hecht aan de bescherming van lhbtiq+’ers tegen discriminatie zo’n apart mandaat. Hoe staat u daar tegenover?
Deze leden lezen in de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 oktober 2025 dat veel landen in de EU kritiek hebben op Hongarije en Slowakije en dat een artikel 7-procedure in gang is gezet, maar dat nog niet de benodigde meerderheden zijn gevonden om tot daadwerkelijke maatregelen tegen deze twee landen over te gaan.6 Hoe zet de Nederlandse regering zich in om andere landen te overtuigen zich aan te sluiten bij de landen met kritiek op Hongarije en Slowakije? Gaat de regering daarvoor actief de boer op? Zo nee, waarom niet?
In de Commissiemededeling wordt de «UN Independent Expert on Sexual Orientation and Gender Identity» (de heer Graeme Reid) genoemd, met wie de EU wil samenwerken. Hoe werkt de Nederlandse regering met de VN-Independent Expert samen? Wat kan Nederland leren van het werk dat hij de afgelopen jaren heeft verricht? Hoe betrokken is Nederland bij de VN-campagnes op dit gebied?
In 2024 hebben twintig landen een ministeriële verklaring ondertekend waarin zij een strategie afspreken om discriminatie van lhbtiq+’ers tegen te gaan. Nederland is medeondertekenaar. Waarom hebben niet alle EU-lidstaten die verklaring ondertekend? Niet alle ondertekenaars zijn lid van de EU. Zo heeft Oekraïne zich achter de verklaring geschaard, hetgeen de leden toejuichen. Maar waarom benut de regering de Equal Rights Coalition (ERC) niet om meer ondertekenende landen te werven? De Equal Rights Coalition is mede door Nederland opgericht. De eerste conferentie van de ERC vond in Uruguay plaats, mede door Nederland georganiseerd.
Doelstelling van de ERC is door middel van best practices vooruitgang op dit onderwerp te boeken in alle delen van de wereld. Graag zouden deze leden een overzicht ontvangen van de activiteiten van de ERC en van de Nederlandse inzet daarin. Waarom maakt de Europese Commissie in het strategiedocument geen melding van de ERC?
In de week van maandag 3 augustus 2026 vindt in Amsterdam de WorldPride plaats, waarin een meerdaagse mensenrechtenconferentie in de Beurs van Berlage wordt georganiseerd. Duizenden buitenlandse bezoekers worden op de WorldPride verwacht. Anti-discriminatie is op de mensenrechtenconferentie het belangrijkste onderwerp. Hoe steunt de Nederlandse regering de WorldPride?
Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie
De Commissiemededeling stelt op pagina twaalf het volgende: «Het migratie- en asielpact heeft de waarborgen en garanties voor kwetsbare verzoekers, waaronder lhbtiq+’ers, op het gebied van internationale bescherming versterkt. (...) De Commissie werkt samen met het EU-Asielagentschap (EUAA), het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en de lidstaten om instrumenten te ontwikkelen om kwetsbare verzoekers in een vroeg stadium te kunnen identificeren en ondersteunen. Via het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI), of een vervolginstrument, is de Commissie voornemens initiatieven te blijven financieren om waarborgen voor verzoekers en kwetsbare verzoekers te verkrijgen, wat ook voldoende steun voor lhbtiq+-aanvragers inhoudt.».
De geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen van lhbtiq+’ers is «complex», waarbij het de vraag is hoe oprecht ingestudeerde verhalen over seksuele geaardheid zijn.7 Daarbij worden deze motieven vaak ook nog ingestoken door asiel-NGO’s.8 Kunt u, gelet op de «versterkte waarborgen en garanties», voorkomen dat nog meer niet-oprechte vluchtverhalen over seksuele geaardheid bij asielaanvragen gehonoreerd worden?
Kunt u aangeven hoe bij het voornemen om «initiatieven te blijven financieren om waarborgen voor verzoekers en kwetsbare verzoekers te verkrijgen, wat ook voldoende steun voor lhbtiq+-aanvragers inhoudt» voorkomen wordt dat initiatieven niet-oprechte vluchtverhalen over seksuele geaardheid bij asielaanvragen kunnen instrueren? Bent u bereid om financiering van dergelijke initiatieven stop te zetten indien zij ondersteuning bieden bij dergelijke niet-oprechte vluchtverhalen (over seksuele geaardheid)? Zo nee, waarom niet?
In de Commissiemededeling wordt geen aandacht geschonken aan de oververtegenwoordiging van daders van anti-lhbti-geweld met een niet-Westerse migratieachtergrond, uit met name islamitische landen zoals Marokko, hetgeen al jarenlang uit onderzoeken blijkt.9 Kunt u aangeven waarom hier geen aandacht aan wordt geschonken en deze specifieke oververtegenwoordiging van een dadergroep met culturele c.q. religieuze (islamitische) motieven niet een gerichte aanpak zou behoeven? Bent u bereid om deze oververtegenwoordigde groep daders gericht aan te pakken? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de Volt-fractie
Hoe beoordeelt u de voortzetting van de Europese strategie voor lhbtiq-gelijkheid voor de periode 2026–2030 in relatie tot het huidige nationale beleid tegen discriminatie van de lhbtiq-gemeenschap?
De Commissie roept lidstaten op om uiterlijk in 2027 een nationaal actieplan of strategie voor lhbtiq-gelijkheid vast te stellen. Kunt u aangeven of Nederland voornemens is een dergelijk actieplan op te stellen of te actualiseren? Zo ja, wat is de beoogde planning? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt deze Europese oproep zich tot het eerder aangekondigde meerjarenprogramma tegen discriminatie en racisme van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) dat de regering in voorbereiding heeft? Wanneer verwacht de regering dit programma aan het parlement te kunnen aanbieden?
Welke rol ziet de regering voor de NCDR bij de uitvoering van de Europese en nationale doelstellingen op het terrein van lhbtiq-gelijkheid? Is de NCDR betrokken bij de voorbereiding van de Nederlandse reactie op de genoemde mededeling van de Commissie?
De Commissie benadrukt in de mededeling het belang van systematische gegevensverzameling, monitoring en kennisdeling over de positie van lhbtiq-personen. Op welke wijze wordt in Nederland voorzien in deze informatievoorziening? Hoe wordt de informatievoorziening over lhbtiq-personen in de asielketen vormgegeven?
De mededeling benadrukt de verantwoordelijkheid van de lidstaten om gelijke toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, arbeid en huisvesting te bevorderen voor lhbtiq-personen. Hoe beoordeelt u de stand van zaken in Nederland op deze terreinen, mede in het licht van de Europese ambities?
Is de regering voornemens om binnen de Raad van de Europese Unie actief steun uit te spreken voor de uitvoering van de lhbtiq-strategie 2026–2030? Welke prioriteiten zal Nederland daarbij inbrengen?
Is de regering bereid het parlement te informeren over de Nederlandse inzet bij de bespreking van deze mededeling in de Raad, inclusief de wijze waarop Nederland invulling geeft aan de oproep tot een nationaal actieplan en de betrokkenheid van de NCDR daarbij?
De commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2026
Hierbij stuur ik u de antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken inzake de Commissiemededeling: Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2026–2030.
Ik dank de diverse fracties voor hun vragen. Ik heb de vragen uit de brief gedestilleerd, genummerd en in die volgorde hieronder beantwoord.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking
D66 en PvdD met steun van GroenLinks-PvdA
1.
Hoe beoordeelt u de lhbtiq+-acceptatie in Nederland? Welke strategie hanteert u bovendien op nationaal niveau om de lhbtiq+-emancipatie te bevorderen?
Over het algemeen is de acceptatie van lhbtiq+ personen in Nederland hoog. Tegelijk zijn er ook zorgen, bijvoorbeeld over de opvattingen van jongeren of de veiligheid van lhbtiq+ personen. Vandaar dat ik een aantal maatregelen neem om de emancipatie te bevorderen. Deze staan uiteengezet in de Emancipatienota «Veilig meedoen» die op 20 juni jl. met uw Kamer is gedeeld.10
2.
Welke maatregelen neemt u om de toenemende online haat richting de lhbtiq+-gemeenschap tegen te gaan?
Het is belangrijk dat lhbtiq+ personen zich overal veilig en welkom voelen, ook online. Hier heb ik ook aandacht voor in de aankomende Versterkte aanpak veiligheid lhbtiq+.
Afgelopen zomer heeft het kabinet ook het plan van aanpak tegen online discriminatie11 gepubliceerd. Dit plan van aanpak geeft mandaat aan de Minister van BZK om coördinerend op te treden voor een alomvattende aanpak gericht op het bevorderen van een veilige en inclusieve online ruimte, het tegengaan van online discriminerende, racistische en haatdragende uitingen en het helpen van degenen die het doelwit zijn. De uitvoering van het plan van aanpak vindt plaats in samenwerking met de Ministeries van OCW, SZW en J&V.
Het plan bevat zes beleidslijnen gericht op: 1) een meer gecoördineerde aanpak van online discriminatie; 2) het beter ondersteunen van slachtoffers; 3) het vergroten van bewustwording; 4) het beter registreren van online discriminatie; 5) meer toezicht op en samenwerking met internetpartijen; en 6) vaker (en meer zichtbare) consequenties voor daders.
3.
Omarmt u het Regenboog Stembusakkoord en gaat u actief aan de slag met het invoeren van de maatregelen die daarin worden genoemd?
Het demissionaire kabinet heeft het vorige Regenboogstembusakkoord niet opgenomen in het Regeerprogramma. Het uitvoeren van het nieuwe Regenboogstembusakkoord is desgewenst aan een volgend kabinet.
4.
Bent u voornemens om de genoemde transgenderwet opnieuw in te dienen, en wat is hiervoor het tijdspad?
Het demissionaire kabinet is niet van plan de transgenderwet opnieuw in te dienen. Het eventueel opnieuw indienen van de transgenderwet is aan een nieuw kabinet. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zal alles in gereedheid brengen opdat het komende kabinet snel een nieuw wetsvoorstel kan indienen.
5.
Bent u al begonnen met de ontwikkeling van preventieve maatregelen tegen gendergerelateerd geweld? Indien dit het geval is, hoe zien deze maatregelen eruit?
Ik neem verschillende maatregelen om gendergerelateerd geweld te voorkomen. Met het emancipatiebeleid in den brede zet ik op het wegnemen van de grondoorzaken van gendergerelateerd geweld, zoals genderongelijkheid en schadelijke gendernormen. Dit doe ik onder andere door middel van bewustwording, onderwijs en het bevorderen van gendergelijkheid en gelijkwaardigheid. Daarnaast is het bestrijden van gendergerelateerd geweld een expliciete doelstelling van het emancipatiebeleid. In de Emancipatienota: Veilig Meedoen! vindt u de inspanningen van dit kabinet om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland veilig kan zijn.12 Meer specifieke informatie over maatregelen om bepaalde vormen van dergelijk geweld te voorkomen treft u in het Nationaal Actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld13, het plan van aanpak Stop Femicide,14 en de voortgangsrapportages daarvan.15
6.
Bent u voornemens geweld en discriminatie tegen lhbtiq+-asielzoekers tegen te gaan door hen apart op te vangen zodat zij beter beschermd kunnen worden?
Het COA erkent dat er groepen zijn, waaronder lhbtiq+ personen, die zich in een extra kwetsbare positie in de opvang kunnen bevinden. Het COA zet daarom specifieke instrumenten in om de veiligheid en het welzijn van kwetsbare personen in de opvang te vergroten. Een voorbeeld hiervan is het uitvoeringskader kwetsbare personen, waarmee handvatten geboden worden aan COA medewerkers in het opvangen en begeleiden van bewoners waarbij extra risico is op kwetsbaarheid. Lhbtiq+ personen kunnen hier ook onder vallen.
Het COA vangt doelgroepen niet apart op, met uitzondering van alleenreizende jongeren. Als lhbtiq+ bewoners wensen om bij elkaar te verblijven, dan probeert het COA daar waar mogelijk rekening mee te houden bij het plaatsen van bewoners op locaties. Dit leidt op diverse locaties tot het samen plaatsen van bewoners die zich identificeren als lhbtiq+ persoon.
7.
Kunt u een overzicht geven van hoe de Nederlandse sportbonden discriminatie op het gebied van sport te lijf gaan?
NOC*NSF, de koepelorganisatie van de georganiseerde sport in Nederland, is in 2023 het beleidsprogramma «Onze Club Is Van Iedereen» (OCIVI)16 gestart met als doelstelling inclusie binnen de Nederlandse sportorganisaties te bevorderen en discriminatie aan te pakken. NOC*NSF voert OCIVI uit in samenwerking met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) én actief betrokken sportbonden en brancheorganisaties.
NOC*NSF biedt daarbij diverse e-learnings en handreikingen aan gericht op het bevorderen van een sociaal veilige sport, het bevorderen van inclusiviteit en het tegengaan van discriminatie bij sportbonden en clubs. Zo bevat de e-learning «discriminatie»17 voor bestuurders, coaches en vertrouwenscontactpersonen praktische voorbeelden over hoe verenigingen antidiscriminatiebeleid kunnen opzetten, hoe zij meldingen kunnen behandelen, waar ondersteuning beschikbaar is en welke rollen personen binnen een vereniging of club hebben bij het tegengaan van discriminatie. Ook heeft NOC*NSF de handreiking «gender- en seksediverse personen in de sport»18 ontwikkeld. Deze handreiking biedt concrete adviezen en beleidsrichtlijnen aan sportbonden en clubs hoe ze een inclusieve en sociaal veilige sportomgeving kunnen creëren.
Samen met VWS ondersteun ik ook al geruime tijd de Alliantie Gelijkspelen. Deze alliantie, bestaand uit de organisaties NOC*NSF, de John Blankenstein Foundation, de KNVB en de KNHB, zet zich in om de acceptatie van lhbtiq+ personen in de breedtesport te verbeteren. De Alliantie Gelijkspelen bevordert de ontwikkeling van kennis en expertise over lhbtiq+-acceptatie in de sport door het geven van workshops en trainingen. Ook biedt de alliantie aan sportbonden en gemeenten ondersteuning op maat bij het schrijven van inclusief sportbeleid.
8.
Hoe reageert u op de anti-homoretoriek in en om de voetbalvelden en vindt u dat de KNVB hierin voldoende optreedt? Wanneer wordt er effectief opgetreden tegen homovijandige spreekkoren vanaf de tribunes? Moet u niet normstellend aangeven dat in het uiterste geval een voetbalwedstrijd gestaakt dient te worden en wat is uw reflectie op het optreden tegen homovijandige spreekkoren op de tribunes?
Discriminatoire, racistische, homofobe en antisemitische uitingen, gedragen of spreekkoren horen in de voetbalwereld niet thuis. Samen met mijn collega’s van JenV, VWS en SZW, en de KNVB zet ik in op een effectieve aanpak van discriminatie en racisme in het voetbal via het programma «Ons voetbal is voor iedereen» (OVIVI).
De praktijk blijft weerbarstig. Binnen OVIVI wordt dan ook gewerkt aan technische oplossingen die vroegtijdige signalen en duidelijke uitingen van discriminatie vastleggen in beeld en geluid. Ook blijft OVIVI zich inzetten op preventie en voorlichting. Uiteindelijk zijn de betaald voetbalorganisaties (bvo’s) verantwoordelijk voor de veiligheid in hun stadions.
Als bezoekers in spreekkoren het woord homo als scheldwoord gebruiken wordt sinds het voetbalseizoen 2023/2024 er in voetbalstadion ingegrepen. Zo heeft de KNVB een landelijke richtlijn opgesteld om discriminerende, racistische, homofobe en antisemitische spreekkoren aan te pakken waaraan clubs zich dienen te houden. Als een spreekkoor zich voordoet, bestaat de mogelijkheid om de wedstrijd tijdelijk stil te leggen. Bij aanhoudende spreekkoren kan de wedstrijd volledig worden gestaakt. Het volledig staken van de wedstrijd wordt afgewogen tegen de risico’s voor de openbare orde die dit met zich mee kan brengen. Waar mogelijk worden aanstichters van ongewenste spreekkoren opgespoord en vervolgens gestraft via de ketenbenadering: club, supportersvereniging, KNVB en politie en justitie. Clubs en KNVB kunnen bijvoorbeeld stadionverboden opleggen naar aanleiding van discriminerende spreekkoren.
9.
Wat is de stand van zaken bij de ontwikkeling van nationale actieplannen inzake gelijkheid van lhbtiq+-personen?
In juni is de nieuwe Emancipatienota «Veilig Meedoen» gepubliceerd.19 Deze bevat alle acties en maatregelen die het demissionaire kabinet treft inzake de gelijkheid van lhbtiq+ personen.
10.
Bent u voornemens om een nationale coördinator voor lhbtiq+-gelijkheid aan te wijzen? Zou een coördinatorschap voor lhbtiq+-gelijkheid opgenomen kunnen worden in een ambassadeurschap voor lhbtiq+-zaken, analoog aan de ambassadeur voor mensenrechten, en rechtvaardigt het belang dat de EU hecht aan de bescherming van lhbtiq+-personen tegen discriminatie zo’n apart mandaat? Hoe staat u daar tegenover?
Op dit moment zie ik geen noodzaak om, aanvullend op bestaande structuren, een nationale coördinator voor lhbtiq+-gelijkheid aan te wijzen. Lhbtiq+-gelijkheid maakt onderdeel uit van verschillende portefeuilles, waaronder die van de ambassadeur voor de mensenrechten en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Daarnaast ben ik als Staatssecretaris coördinerend bewindspersoon voor emancipatie en geef ik vanuit die rol de coördinatie voor lhbtiq+-gelijkheid vorm.
11.
Hoe zet de Nederlandse regering zich in om andere landen te overtuigen zich aan te sluiten bij de landen met kritiek op Hongarije en Slowakije? Gaat de regering daarvoor actief de boer op? Zo nee, waarom niet?
Ten aanzien van Hongarije is in 2018 de artikel 7 procedure gestart door het Europees Parlement vanwege ernstige zorgen over de eerbiediging van de waarden van artikel 2 van het EU-Verdrag. Sindsdien vinden regelmatig hoorzittingen en stand van zaken besprekingen plaats in de Raad Algemene Zaken, zoals recentelijk tijdens de Raad Algemene Zaken van 21 oktober jl.20 Deze procedure tegen Hongarije bevindt zich in de fase van artikel 7, eerste lid, van het EU-Verdrag. Nederland intervenieert tijdens deze besprekingen telkens in Benelux-verband en spreekt daarin de aanhoudende zorgen over de rechtsstatelijke ontwikkelingen in Hongarije uit. Daarnaast staat het kabinet in nauw contact met andere gelijkgezinde lidstaten en informeert daarin naar hun posities inzake de artikel 7-procedure tegen Hongarije en de mogelijkheden om deze verder te brengen. Over posities van individuele lidstaten doet het kabinet geen uitspraken.
Tegen Slowakije is daarentegen geen artikel 7 procedure gestart. Wel is de Commissie op 21 november jl. een inbreukprocedure tegen Slowakije gestart vanwege een in september aangenomen grondwetswijziging.21 In het verslag van de Raad Algemene Zaken van 17 november jl. heeft de Minister van Buitenlandse Zaken aangegeven de Commissie, als hoedster van de Verdragen, daarin te steunen.22 Tijdens de Formele Raad Gelijkheid van 17 oktober jl. riep ik de Commissie op om alle maatregelen te treffen die nodig zijn om te verzekeren dat de fundamentele rechten en vrijheden van lhbtiq+ personen in alle EU lidstaten worden gewaarborgd. Daarnaast uitte de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Raad Algemene Zaken van 21 oktober jl. onze zorgen over de eerbiediging van het voorrangsbeginsel en de rechten van lhbtiq+ personen en heeft hij de Commissie opgeroepen om op te treden en gebruik te maken van het beschikbare rechtsstaatinstrumentarium indien de grondwetswijziging het Unierecht schendt.
12.
Hoe werkt de Nederlandse regering samen met de VN Independent Expert on Sexual Orientation and Gender Identity en wat kan Nederland leren van het werk dat deze VN Independent Expert de afgelopen jaren heeft verricht? Hoe betrokken is Nederland bij de VN-campagnes betreffende seksuele oriëntatie en genderidentiteit?
Nederland ondersteunt het mandaat van de VN Independent Expert on Sexual Orientation and Gender Identity (IE SOGI) sinds de oprichting proactief in de Mensenrechtenraad, onder andere via de Group of Friends in Genève. Daarnaast vraagt Nederland, bijvoorbeeld middels verklaringen, aandacht voor de bevindingen uit de analyses van de IE SOGI en reflecteert op deze analyses binnen de UN LGBTI Core Group in New York. Nederland kan veel leren van het werk van de IE SOGI op het gebied van systematisch monitoren en blootleggen van discriminatie en geweld op basis van seksuele oriëntatie, genderidentiteit en -expressie, en geslachtskenmerken (SOGIESC). Hiermee kan de bilaterale en multilaterale inzet worden versterkt door, op basis van de gepresenteerde feiten, landen aan te spreken en te ondersteunen bij het waarborgen van gelijke rechten voor lhbtiq+ personen. Op het gebied van VN-campagnes spreekt Nederland zich uit tijdens internationale VN-herdenkings- en bewustwordingsdagen en organiseert waar mogelijk evenementen. Ook zet Nederland zich actief in voor de inclusie van SOGI(ESC)-taal in VN-resoluties middels de UN LGBTI Core Group.
13.
Waarom hebben niet alle EU-lidstaten in 2024 de ministeriële verklaring tegen discriminatie van lhbtiq+-personen ondertekend?
Tijdens het IDAHOT+ Forum in Den Haag op 15 mei 2024 tekenden 32 landen, waaronder 20 EU-lidstaten, deze ministeriële verklaring.23 Binnen de EU is brede, maar geen unanieme steun voor de verklaring tegen lhbtiq+-discriminatie, door politieke en culturele verschillen tussen lidstaten. Mijn voorgangers verrichtten intensief diplomatiek werk voor een zo’n breed mogelijke steun aan deze verklaring en aandacht voor het onderwerp. Ook ik blijf me inzetten om alle EU-lidstaten hiervan te overtuigen en de samenwerking te versterken.
14.
Waarom benut de regering de Equal Rights Coalition (ERC) niet om meer ondertekenende landen te werven?
Het belang van regio-overstijgende samenwerking vormt een van de fundamentele pijlers van de Equal Rights Coalition (ERC). Momenteel is de regio-specifieke inzet binnen de ERC echter beperkt door de regio-overstijgende en thematische focus, waardoor Europese overheden voor verklaringen zoals deze ministeriële verklaring veelal buiten ERC-verband worden geworven. Tijdens de bijeenkomst van het ERC Executive Committee eind november 2025 heeft Nederland het belang van zowel regio-overstijgende als regio-specifieke inzet en samenwerking binnen de ERC geagendeerd om de regionale impact en betrokkenheid van bestaande leden te vergroten.
15.
Graag ontvangen wij een overzicht van de activiteiten van de Equal Rights Coalition (ERC) en van de Nederlandse inzet daarin.
Leden van de ERC werken samen binnen vijf thematische werkgroepen gericht op: internationale diplomatie, donor coördinatie, nationale wetgeving en beleid, de Sustainable Development Goals en ontheemding en humanitaire hulp. Deze werkgroepen richten zich op kennisuitwisseling en het versterken van coördinatie, communicatie en samenwerking op internationaal en nationaal niveau om gelijke rechten voor lhbtiq+ personen te bevorderen. Daarnaast publiceert de ERC publieke verklaringen over landensituaties zoals de positieve ontwikkelingen in Santa Lucia24 en de zorgwekkende situatie in Georgië25. Nederland was actief betrokken bij het opstellen van verklaringen en verweven van ondertekende landen als voormalig covoorzitter van de International Diplomacy Working Group.
16.
Waarom maakt de Europese Commissie in het strategiedocument geen melding van de ERC?
De Equal Rights Coalition is een regio-overschrijdende coalitie tussen gelijkgezinde landen. Tot op heden is het niet mogelijk geweest voor regionale organen (zoals de EU) om zich bij de ERC aan te sluiten wat zowel de kennis over ERC als de betrokkenheid van landen via de ERC beperkt bij o.a. de ontwikkeling van regionale lhbtiq+-strategieën. Het ERC Executive Committee heeft aangegeven samenwerking met regionale organen en instellingen te willen bevorderen.
17.
Hoe steunt de Nederlandse regering de World Pride (augustus 2026) in Amsterdam?
Het Ministerie van OCW draagt bij aan World Pride met een financiële bijdrage via Regenboogstad Amsterdam. Het is aan het dan zittende kabinet om te beslissen over eventuele deelname aan of andere vormen van steun aan World Pride.
PVV
18.
Kunt u, gelet op de versterkte waarborgen en garanties, voorkomen dat nog meer niet-oprechte vluchtverhalen over seksuele geaardheid bij asielaanvragen gehonoreerd worden?
De IND heeft als onderdeel van de Basis Opleiding Asiel, die iedere nieuwe hoor- en beslismedewerker volgt, uitgebreid aandacht voor lhbtiq+-thematiek. Daarnaast is er een werkinstructie «Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd» ter ondersteuning van de werkzaamheden van IND medewerkers. Ook worden bekerings- en lhbti-coördinatoren (BLC’s) geraadpleegd. Deze maatregelen zorgen ervoor dat IND medewerkers een juiste afweging kunnen maken over het al dan niet honoreren van een asielaanvraag met een dergelijk asielmotief.
19.
Kunt u aangeven hoe bij het voornemen om initiatieven te blijven financieren om waarborgen voor verzoekers en kwetsbare verzoekers te verkrijgen wordt voorkomen dat initiatieven niet-oprechte vluchtverhalen over seksuele geaardheid bij asielaanvragen kunnen instrueren? Bent u bereid om financiering van dergelijke initiatieven stop te zetten indien zij ondersteuning bieden bij dergelijke niet-oprechte vluchtverhalen over seksuele geaardheid? Zo nee, waarom niet?
Initiatieven die (kwetsbare) verzoekers, waaronder lhbtiq+ personen, ondersteunen richten zich op het bieden van informatie, psychosociale ondersteuning en voorlichting, zodat verzoekers begrijpen welke rechten en plichten zij hebben en hoe de asielprocedure werkt. De initiatieven hebben geen rol in het beïnvloeden van de inhoud van een individuele aanvraag. De beoordeling van de geloofwaardigheid ligt bij de IND en de daarvoor geldende kaders. Eventuele financiering van initiatieven die deze informatie verstrekken is onderhevig aan specifieke voorwaarden en monitoring.
20.
Kunt u aangeven waarom er in de Commissiemededeling geen aandacht wordt geschonken aan de oververtegenwoordiging van daders van anti-lhbti-geweld met een niet-Westerse migratieachtergrond, uit met name islamitische landen zoals Marokko, hetgeen al jarenlang uit onderzoeken blijkt, en waarom deze specifieke oververtegenwoordiging van een dadergroep met culturele c.q. religieuze (islamitische) motieven niet een gerichte aanpak zou behoeven? Bent u bereid om deze oververtegenwoordigde groep daders gericht aan te pakken? Zo nee, waarom niet?
Er is geen Europees onderzoek bekend, waaruit eenduidig zou blijken dat binnen de groep van daders van anti-lhbtiq+-geweld in Europese landen, daders met een niet-Westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd zouden zijn. Etniciteit wordt vanwege discriminatiegronden in Nederland niet geregistreerd bij incidenten of strafdossiers. Wel wordt nationaliteit/staatsburgerschap geregistreerd, wat niet per definitie iets zegt over etniciteit. Onderzoek toont aan dat bij de strafdossiers nationaliteit – na correctie voor andere sociale factoren – geen verklarende factor is voor het geweld. Wat wel bekend is, is dat meer dan 95% van de veroordeelde daders van geweld tegen lhbtiq+ personen man is. Dit maakt dat ik inzet op een brede aanpak van anti-lhbtiq+-geweld in plaats van focus op groepen met een specifieke migratieachtergrond.
Volt
21.
Hoe beoordeelt u de voortzetting van de Europese strategie voor lhbtiq-gelijkheid voor de periode 2026–2030 in relatie tot het huidige nationale beleid tegen discriminatie van de lhbtiq-gemeenschap?
Het kabinet verwelkomt de tweede strategie van de Commissie voor de positie van en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen. De aangekondigde strategie komt op een moment dat de gelijke behandeling van lhbtiq+ personen in delen van de Unie verder onder druk is komen te staan. Deze ontwikkelingen beperken de mate waarin lhbtiq+ personen volwaardig maatschappelijk kunnen participeren en hun Europese fundamentele rechten als ieder ander kunnen genieten. Gegeven die omstandigheden is het kabinet positief over het feit dat de Commissie met deze strategie opvolging geeft aan haar eerdere inzet. Met deze strategie zet de Commissie in op drie actielijnen, te weten Beschermen, Versterken en Betrekken. Deze actielijnen passen goed bij de prioriteiten van het demissionaire kabinet in de Emancipatienota 2025 «Veilig Meedoen»: iedereen moet veilig zijn, en iedereen moet volwaardig kunnen meedoen.26
22.
Kunt u aangeven of Nederland voornemens is een nationaal actieplan of strategie voor lhbtiq-gelijkheid op te stellen of te actualiseren? Zo ja, wat is de beoogde planning? Zo nee, waarom niet?
In juni jl. is de nieuwe Emancipatienota «Veilig Meedoen» gepubliceerd.27 Deze bevat alle acties en maatregelen die het demissionaire kabinet treft inzake de gelijkheid van lhbtiq+ personen.
23.
Hoe verhoudt deze Europese oproep zich tot het eerder aangekondigde meerjarenprogramma tegen discriminatie en racisme van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) dat de regering in voorbereiding heeft? Wanneer verwacht de regering dit programma aan het parlement te kunnen aanbieden?
De recent gepubliceerde EU lhbtiq+-strategie is een vervolg op de eerste vijfjarenstrategie van de Europese Commissie om hardnekkige ongelijkheden aan te pakken waarmee lhbtiq’ers in hun dagelijks leven worden geconfronteerd. De EU strategie richt zich op een specifieke non-discriminatiegrond vanuit de pijlers bescherming, versterking van positie en grotere betrokkenheid van de samenleving. Het Nationaal Programma tegen discriminatie en racisme van de NCDR is gericht op een brede aanpak van discriminatie en racisme op alle non-discriminatiegronden. Het Nationaal Programma gaat ook specifiek in op discriminatie en racisme van lhbtiq+ personen. Het streven is om het Nationaal Programma met meerjarenagenda in conceptvorm nog in 2025 aan het parlement aan te bieden. Het is vervolgens aan het nieuwe kabinet om het Nationaal Programma met meerjarenagenda vast te stellen.
24.
Welke rol ziet de regering voor de NCDR bij de uitvoering van de Europese en nationale doelstellingen op het terrein van lhbtiq-gelijkheid? Is de NCDR betrokken bij de voorbereiding van de Nederlandse reactie op de genoemde mededeling van de Commissie?
In het bredere gelijkheidsbeleid 2020–2025 van de Europese Unie lopen de actieplannen over anti-racisme en lhbtiq+-gelijkheid parallel. De Nederlandse reactie is conform gebruikelijke werkwijze interdepartementaal afgestemd, onder andere met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarvan de Minister verantwoordelijk is voor de NCDR, zodat beleid op het gebied van gelijke behandeling, veiligheid en emancipatie goed op elkaar blijft aansluiten. Nederland blijft inzetten op een integrale benadering waarin beide thema’s elkaar versterken.
25.
Op welke wijze wordt in Nederland voorzien in systematische gegevensverzameling, monitoring en kennisdeling over de positie van lhbtiq-personen?
Om de voortgang en maatschappelijke acceptatie te meten, worden in 2026 en 2028 nieuwe edities van de Emancipatiemonitor en Lhbtiqa+-monitor gepubliceerd.
26.
Hoe wordt de informatievoorziening over lhbtiq-personen in de asielketen vormgegeven?
Binnen de IND zijn bekerings- en lhbtiq+ -coördinatoren (BLC’s) aangesteld. De BLC’s trainen nieuwe medewerkers over de juiste omgangsvormen en bejegening richting lhbtiq+ personen. Ook houden zij kennis en vaardigheden bij over het sensitief optreden bij lhbtiq+ personen door middel van structurele intervisie over lhbtiq+ casuïstiek.
Het COA streeft er naar om op elke COA-locatie minstens één contactpersoon lhbtiq+ te hebben. Deze contactpersonen hebben extra kennis en affiniteit met de doelgroep en ondersteunen collega’s in de begeleiding van lhbtiq+ bewoners.
In samenwerking met COC Nederland, biedt het COA daarnaast voor iedere medewerker een basistraining aan over lhbtiq+-thematiek. Ook kunnen medewerkers een e-learning volgen over dit onderwerp, waarbij onder andere ingezoomd wordt op relevante gesprekstechnieken. Aanvullend is er een verdiepende training beschikbaar voor lhbtiq+ contactpersonen. Naast de trainingen kunnen medewerkers via het intranet van het COA relevante informatie vinden, onder andere over organisaties die zich bezighouden met dit thema.
Ook wordt er voorlichting gegeven aan alle bewoners, specifiek over artikel 1 uit de Grondwet en andere gerelateerde thema’s. Er is voor bewoners op het bewonersplatform van het COA relevante informatie beschikbaar voor lhbtiq+ personen, zoals informatie over lhbtiq+-gerelateerde organisaties, maar ook over artikel 1 en wat te doen als je slachtoffer bent van discriminatie.
27.
Hoe beoordeelt u de stand van zaken in Nederland op het gebied van gelijke toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, arbeid en huisvesting voor lhbtiq-personen, mede in het licht van de Europese ambities?
Over het algemeen beoordeel ik de stand van zaken als positief. Tegelijk zijn er ook uitdagingen als het gaat om gelijke toegang tot de verschillende domeinen voor lhbtiq+ personen. Zo kent de zorg voor transgenderpersonen lange wachttijden, is de werkbeleving van bi+ personen negatiever dan van anderen en krijgen lhbtiq+ leerlingen meer dan gemiddeld te maken met pesten en uitsluiting op school. Mede in het licht van deze uitdagingen, die in de EU en in Nederland spelen, verwelkom ik de nieuwe Europese ambities.
28.
Is de regering voornemens om binnen de Raad van de Europese Unie actief steun uit te spreken voor de uitvoering van de lhbtiq-strategie 2026–2030? Welke prioriteiten zal Nederland daarbij inbrengen?
Ja. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 11 vond op 17 oktober jl. de Formele Raad Gelijkheid plaats alwaar deze strategie op de agenda stond. Ik nam deel als coördinerend bewindspersoon voor emancipatiebeleid. Beide Kamers ontvingen op 30 oktober jl. een verslag over de Nederlandse inbreng. Ik heb toen de strategie verwelkomd en Commissie opgeroepen om alle maatregelen te treffen die nodig zijn om te verzekeren dat de fundamentele rechten en vrijheden van lhbtiq+ personen in alle EU lidstaten worden gewaarborgd.28
29.
Is de regering bereid het parlement te informeren over de Nederlandse inzet bij de bespreking van deze mededeling in de Raad, inclusief de wijze waarop Nederland invulling geeft aan de oproep tot een nationaal actieplan en de betrokkenheid van de NCDR daarbij?
Ja. Beide Kamers hebben de geannoteerde agenda van de Formele Raad Gelijkheid ontvangen.29 Op vrijdag 3 oktober jl. heeft de vaste Kamercommissie voor OCW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal schriftelijke vragen ingestuurd. In het verslag van het schriftelijk overleg kunt u, in aanvulling op het BNC-fiche, meer lezen over de kabinetspositie over de Europese strategie voor lhbtiq+-gelijkheid.30, 31 Voor de antwoorden met betrekking tot een nationaal actieplan en de betrokkenheid van de NCDR verwijs ik naar het antwoord op vraag 22, 23 en 24.
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
J. van Werkhooven & R. van der Hoeve, Acceptatie van lhbtiqa+ personen neemt toe, maar niet van elke letter, Ipsos I&O, 10 juli 2025 (https://www.ipsos-publiek.nl/actueel/acceptatie-van-lhbtiqa-personen-neemt-toe-maar-niet-van-elke-letter/).
J. Kester, Weer gaat het volgens lhbti+’ers slechter met de acceptatie: intolerantie vaker geuit door familie, vrienden en collega’s, eenvandaag, 2 augustus 2025 (https://eenvandaag.avrotros.nl/opiniepanel/uitslagen/weer-gaat-het-volgens-lhbtiers-slechter-met-de-acceptatie-intolerantie-vaker-geuit-door-familie-vrienden-en-collegas-160923).
F. Seine, Zeven partijen ondertekenen regenboogakkoord voor belofte meer veiligheid lhbti’ers, NRC, 25 oktober 2025 (https://www.nrc.nl/nieuws/2025/10/25/zeven-partijen-ondertekenen-regenboogakkoord-bij1-en-50plus-dit-keer-niet-a4910718).
J. Schans & L. van Lierop, De geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen met een LHBTI- of bekeringsmotief. Een inventarisatie van (on)mogelijkheden tot verbetering, Memorandum 2019-2, WODC.
M. Rengers & A. Kouwenhoven, Liefde als bewijs: zo probeert de IND te bepalen wie homo, lesbisch of trans is – en wie niet, NRC.nl., 1 november 2025.
Zie onder meer: F. Verbeek, Rapport homodiscriminatie Amsterdam: dader vaak jonge Marokkaan, ewmagazine.nl, 21 juli 2021.
Zie hierover ook Kamerbrief over Slowaakse grondwetswijziging | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.
Kamerstukken I, Geannoteerde Agenda EPSCO-Raad «gelijkheid» van 17 oktober 2025 (21 501-31)
Kamerstukken II, Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van 17 oktober 2025 in Luxemburg voor het onderdeel «sociaal beleid» (Kamerstuk 21 501-31-801)
Samenstelling:
Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
J. van Werkhooven & R. van der Hoeve, Acceptatie van lhbtiqa+ personen neemt toe, maar niet van elke letter, Ipsos I&O, 10 juli 2025 (https://www.ipsos-publiek.nl/actueel/acceptatie-van-lhbtiqa-personen-neemt-toe-maar-niet-van-elke-letter/).
J. Kester, Weer gaat het volgens lhbti+’ers slechter met de acceptatie: intolerantie vaker geuit door familie, vrienden en collega’s, eenvandaag, 2 augustus 2025 (https://eenvandaag.avrotros.nl/opiniepanel/uitslagen/weer-gaat-het-volgens-lhbtiers-slechter-met-de-acceptatie-intolerantie-vaker-geuit-door-familie-vrienden-en-collegas-160923).
F. Seine, Zeven partijen ondertekenen regenboogakkoord voor belofte meer veiligheid lhbti’ers, NRC, 25 oktober 2025 (https://www.nrc.nl/nieuws/2025/10/25/zeven-partijen-ondertekenen-regenboogakkoord-bij1-en-50plus-dit-keer-niet-a4910718).
J. Schans & L. van Lierop, De geloofwaardigheidsbeoordeling van asielaanvragen met een LHBTI- of bekeringsmotief. Een inventarisatie van (on)mogelijkheden tot verbetering, Memorandum 2019-2, WODC.
M. Rengers & A. Kouwenhoven, Liefde als bewijs: zo probeert de IND te bepalen wie homo, lesbisch of trans is – en wie niet, NRC.nl., 1 november 2025.
Zie onder meer: F. Verbeek, Rapport homodiscriminatie Amsterdam: dader vaak jonge Marokkaan, ewmagazine.nl, 21 juli 2021.
Zie hierover ook Kamerbrief over Slowaakse grondwetswijziging | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.
Kamerstukken I, Geannoteerde Agenda EPSCO-Raad «gelijkheid» van 17 oktober 2025 (21 501-31)
Kamerstukken II, Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van 17 oktober 2025 in Luxemburg voor het onderdeel «sociaal beleid» (Kamerstuk 21 501-31-801)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36856-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.