De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I wordt «Deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger, is niet strafbaar.»
vervangen door «Medeplichtigheid aan dit misdrijf is niet strafbaar.»
Toelichting
Dit amendement strekt ertoe de voorgestelde uitzondering op strafbaarheid van deelneming
aan het misdrijf van onrechtmatig verblijf (het in de Asielnoodmaatregelenwet voorgestelde
artikel 108a Vw 2000) te beperken tot uitsluitend medeplichtigheid.
De novelle stelt voor om alle vormen van deelneming (anders dan als pleger) uit te
sluiten van strafbaarheid. Deze ruime uitsluiting omvat daarmee niet alleen medeplichtigheid
(artikel 48 Sr), maar ook de zwaardere vormen van deelneming zoals medeplegen en opzettelijk
uitlokken (artikel 47 Sr).
Het uitsluiten van medeplichtigheid stelt buiten twijfel dat het verlenen van hulp
uit medemenselijkheid buiten de strafbaarstelling valt. Echter, het uitsluiten van
de zwaardere deelnemingsvormen leidt ertoe dat ook derden die bewust en actief het
terugkeerbeleid saboteren straffeloos blijven. Dit is onwenselijk aangezien de strafbaarstelling
juist als noodzakelijke stok achter de deur moet dienen tegen personen die vertrek
frustreren.
Door enkel medeplichtigheid van strafbaarheid uit te zonderen, blijft het mogelijk
om de zwaardere deelnemingsvormen te vervolgen. Dit is met name relevant bij situaties
waarin er sprake is van nauwe en bewuste samenwerking om de vreemdeling langdurig
uit het zicht van de overheid te houden, zoals bij georganiseerd onderduiken of het
faciliteren van illegaal verblijf op grote schaal, wat juridisch als medeplegen kan
worden gekwalificeerd. Dit amendement herstelt daarmee de mogelijkheid om op te treden
tegen die derden die het terugkeerbeleid bewust frustreren, zonder dat dit ten koste
gaat van de bescherming van humanitaire hulpverleners.
Door de strafuitsluiting nauwkeuriger juridisch af te bakenen wordt het wetsvoorstel
met dit amendement tevens in lijn gebracht met de voorlichting en het advies van de
Afdeling advisering van de Raad van State. Die merkte op dat, als het de bedoeling
is om humanitaire hulpverleners te beschermen, dit kan worden bereikt door medeplichtigheid
niet strafbaar te stellen.
Van Meijeren