De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In het opschrift wordt «aanpassing» vervangen door «schrappen».
II
In de beweegreden wordt «hulp verlenen aan vreemdelingen die illegaal in Nederland
verblijven, niet strafbaar zal zijn» vervangen door «de strafbaarstelling van illegaal
verblijf zal vervallen».
III
In artikel I wordt «wordt in artikel I, onderdeel HHa, aan artikel 108a, derde lid,
een zin toegevoegd, luidende: Deelnemen aan dit misdrijf, anders dan als pleger, is
niet strafbaar.» vervangen door «vervalt artikel I, onderdelen BBa en HHa.».
Toelichting
Indiener beoogt met dit amendement de strafbaarstelling van illegaal verblijf uit
de Asielnoodmaatregelenwet te halen. Strafbaarstelling van illegaal verblijf zat niet
in de oorspronkelijke Asielnoodmaatregelenwet zoals voorgesteld door de regering maar
is via een amendement toegevoegd. Deze maatregel was dus volgens de regering in eerste
instantie niet nodig voor een effectief pakket aan maatregelen. Het amendement is
ook ontraden door de Minister van Asiel en Migratie. Inmiddels is de regering, zo
blijkt uit de toelichtingen op de novelle, van mening dat strafbaarstelling van illegaal
verblijf in de Asielnoodmaatregelenwet niet mag ontbreken. De regering geeft hier
geen sluitende onderbouwing voor en het is ook niet aannemelijk te maken dat er voldoende
is getoetst aan uitvoerbaarheid.
Indiener wil met dit amendement alle reacties van uitvoeringsorganisaties zoals de
Dienst Terugkeer en Vertrek, de Inspectie Justitie en Veiligheid, Koninklijke Marechaussee,
Raad voor de Rechtspraak, Politie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten recht
doen. Zij geven aan dat strafbaarstelling van illegaal verblijf er niet aan bijdraagt
dat uitgeprocedeerde asielzoekers eerder het land verlaten. Zij zullen door deze maatregel
een gevangenisstraf krijgen, om vervolgens weer vrijgelaten te worden, omdat terugkeer
in veel gevallen niet mogelijk is. Deze organisaties geven bovendien aan dat het een
enorme belasting is van hun uitvoeringscapaciteit, en dat deze maatregel de drempel
voor asielzoekers verhoogt om hulp te vragen van politie, rechtspraak, zorg of anderszins;
essentiële diensten waarvan elke asielzoeker het recht heeft om daar gebruik van te
maken.
Bovendien treft het strafbaar stellen van illegaal verblijf niet alleen overlastgevende
uitgeprocedeerde asielzoekers die niet meewerken aan hun terugkeer. Ook uitgeprocedeerde
asielzoekers die niet terug kunnen naar hun land van herkomst, mensen met een verlopen
visum, ongedocumenteerde Surinamers en kinderen van ouders zonder verblijfsvergunning
van wie de ouders een gevangenisstraf krijgen. De regering schetst dat de maatregel
primair gericht is op «vreemdelingen die wel kunnen terugkeren maar dit actief frustreren»,
maar daar is de wetstekst niet op toegespitst. Uit de memorie van toelichting blijkt
dat de Minister de handhavingspraktijk zal vragen de strafbaarstelling primair in
te zetten tegen criminele en overlastgevende vreemdelingen. Hieruit blijkt dat ook
de regering impliciet erkent dat dit wetsvoorstel onvoldoende doelmatig is. Daarnaast
is met het amendement van de leden Rajkowski en van Zanten (Kamerstuk 36 704, nr. 52) de drempel voor het opleggen van een ongewenstverklaring verlaagd, waarmee reeds
tegemoet gekomen wordt aan deze doelgroep. Ook hier geeft het ministerie geen rekenschap
van. Ten slotte bevat de Europese Terugkeerverordening meerdere maatregelen die effectieve
terugkeer van asielzoekers moet bevorderen. Deze verordening gaat in juni 2026 in.
Indiener ziet veel liever dat de regering zich inzet en de capaciteit van de uitvoeringsorganisaties
gebruikt om effectieve maatregelen te nemen om uitgeprocedeerde asielzoekers terug
te laten keren naar het land van herkomst en stelt daarom, conform het eerdere advies
van de Minister aan de Kamer, voor om deze bepaling te schrappen.
Indien er in de toekomst behoefte is aan een dergelijk voorstel staat het de (mede-)wetgever
tevens vrij om een ordentelijk en volledig wetstraject te doorlopen.
Ceder