36 847 Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele

Nr. 11 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN BERG EN FLACH

Voorgesteld 9 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet inzet op SMR's en dat Nederlandse initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;

constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR's;

overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd en zonder onnodige vertraging verloopt;

overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;

overwegende dat de nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid, inspraak en de rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;

verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten aan de Kamer te sturen, met een concreet tijdpad, een rijkscoördinator of loket, mogelijkheden voor parallelle besluitvoorbereiding en vroeg ANVS-overleg met behoud van de onafhankelijke veiligheidsbeoordeling, en een beoordeling welke onderdelen vanaf een ontvankelijke aanvraag richting circa twee jaar kunnen worden gebracht;

verzoekt de regering daarbij aan te geven hoe de reeds door de ANVS geraamde extra capaciteit en middelen tijdig worden gedekt en beschikbaar komen, ook voor vooroverleg en vergunningsvoorbereiding in de periode 2026–2030,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van den Berg

Flach

Naar boven