36 843 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668

Nr. 10 MOTIE VAN HET LID KISTEMAN

Voorgesteld 27 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ATR, het Adviescollege toetsing regeldruk, in zijn meest recente advies adviseert om in de transponeringstabel aan te geven welke ruimte Nederland heeft bij de invulling van de verplichtingen uit de Asbestrichtlijn;

constaterende dat de regeldruk voor bedrijven volgens Panteia kan oplopen tot bijna 100 miljoen euro afhankelijk van nationale keuzes in de uitwerking van de vergunningsplicht, meldingen, opleiding, registratie, bewijs van naleving, eindbeoordeling en toezicht;

constaterende dat volgens ATR niet is gekozen voor een lastenluwere invulling uitgaande van daadwerkelijke risico's in plaats van potentiële risico's en van het principe high trust, high penalty;

overwegende dat bescherming van werknemers vooropstaat, maar dat nationale koppen alleen gerechtvaardigd zijn wanneer zij noodzakelijk, proportioneel, uitvoerbaar en aantoonbaar effectief zijn;

verzoekt de regering vóór vaststelling van de lagere regelgeving alle afzonderlijke verplichtingen voor ondernemers die voortvloeien uit deze implementatie in een overzichtelijke tabel aan de Kamer te sturen, en daarbij aan te geven of het een nationale beleidskeuze betreft;

verzoekt de regering de verplichtingen uit deze tabel voor te leggen aan ATR om na te gaan of lastenluwere varianten mogelijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kisteman

Naar boven