36 836 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 juni 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het voorgehangen ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 22 mei 2026.

  • De antwoordbrief van 2 juni 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid

Den Haag, 22 mei 2026

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 13 februari 2026 over de voorhang van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit.2 Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de fractie van de BBB een aantal vragen en opmerkingen.

  • 1. Waarom bepaalt het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) wanneer het grensbedrag van € 60.000 aangepast moet worden? Is het niet beter om dit te laten bepalen door een onafhankelijk instituut of om te kiezen voor een onafhankelijke index? Waarom is ervoor gekozen om de IMG dit te laten bepalen en hoe gaan ze dit doen? Het gaat er hierbij om dat het IMG zal gaan over een mogelijke aanpassing van het hoogst uit te keren bedrag. Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

  • 2. De regering trekt met de nieuwe interactieve kaart strakke grenzen voor het effectgebied waar het bewijsvermoeden geldt. Dit kan leiden tot discussie: drie gemeenten in Friesland vallen af omdat ze er maar gedeeltelijk binnen vallen.3 Het IMG kan het gebied echter uitbreiden op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Wat is er nodig om één of meer Friese gemeenten toe te voegen? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken zien uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoeken u deze uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief aan de Eerste Kamer aan te bieden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2026

Hierbij zend ik u mijn antwoorden op de vragen die uw Kamer heeft gesteld (uw kenmerk 181037) over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen, en enkele technische wijzigingen en verduidelijkingen.

  • 1. Waarom bepaalt het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) wanneer het grensbedrag van € 60.000 aangepast moet worden? Is het niet beter om dit te laten bepalen door een onafhankelijk instituut of om te kiezen voor een onafhankelijke index? Waarom is ervoor gekozen om de IMG dit te laten bepalen en hoe gaan ze dit doen? Het gaat er hierbij om dat het IMG zal gaan over een mogelijke aanpassing van het hoogst uit te keren bedrag. Deze leden lezen hier graag een toelichting op

Een verhoging van het grensbedrag vergt een aanpassing van het Besluit Tijdelijke wet Groningen (na de voorliggende aanpassing: Besluit Groningen) en is daarmee een bevoegdheid van de regering.

In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over het bovenliggende wetsvoorstel is aangegeven dat het IMG is gevraagd te signaleren als het wenselijk is om het grensbedrag integraal te heroverwegen. Hierbij is ook aangegeven dat het centrale criterium voor het grensbedrag is dat het overgrote deel van de schades binnen het grensbedrag valt.4

Daarnaast zal ook de Afdeling advisering van de Raad van State om advies worden gevraagd bij een eventuele aanpassing van het drempelbedrag en geldt hiervoor een voorhangprocedure nu de Tweede Kamer een amendement met die strekking heeft aangenomen.5

Het IMG heeft als zelfstandig bestuursorgaan tot taak op onafhankelijke wijze de schade af te handelen of te herstellen en hecht veel waarde aan goed functionerende regelingen hiervoor. Het IMG beschikt op basis van de schaderapporten en de calculatie van de herstelkosten ook over de benodigde informatie over de vraag of het drempelbedrag nog aansluit bij de kosten. Het IMG is daarom bij uitstek de organisatie om te signaleren of bij het overgrote deel van de schademeldingen de herstelkosten nog binnen het grensbedrag vallen. In de beantwoording van de schriftelijke vragen is ook aangegeven dat dit met het huidige grensbedrag het geval is.

Omdat het grensbedrag van € 60.000 een criterium is in de schadeafhandeling middels daadwerkelijk herstel, en geen daadwerkelijke kosten vertegenwoordigt, verhoudt toepassing van een onafhankelijke indexatie (bijvoorbeeld loon- en prijsbijstelling) zich niet goed tot de uitvoerbaarheid van de maatregel. Daarnaast leidt standaardindexering van het grensbedrag tot onlogische grensbedragen.

Met advisering door het IMG en de Afdeling advisering van de Raad van State en met de voorhangprocedure bij de Eerste en Tweede Kamer heb ik het vertrouwen dat een eventuele aanpassing van het grensbedrag tijdig en op basis van de juiste afwegingen wordt gemaakt.

  • 2. De regering trekt met de nieuwe interactieve kaart strakke grenzen voor het effectgebied waar het bewijsvermoeden geldt. Dit kan leiden tot discussie: drie gemeenten in Friesland vallen af omdat ze er maar gedeeltelijk binnen vallen.6 Het IMG kan het gebied echter uitbreiden op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Wat is er nodig om één of meer Friese gemeenten toe te voegen? Deze leden lezen hier graag een toelichting op.

De afbakening van het effectgebied volgt uit het Besluit Tijdelijke wet Groningen. Hierin is vastgelegd dat het IMG het bewijsvermoeden in ieder geval toepast in het gebied waar een bodembeweging met een trillingssnelheid van 2 mm/s (1% overschrijdingskans) heeft plaatsgevonden, en binnen 6 kilometer van de grens van het Groningenveld, de gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk. De interactieve kaart is een weergave van dit effectgebied. Er worden geen nieuwe grenzen getrokken. Naast delen van Groningen en Drenthe liggen ook de Friese gemeenten Noardeast-Fryslân, Achtkarspelen en Ooststellingwerf deels binnen dit effectgebied. Het IMG past het bewijsvermoeden toe in het volledige effectgebied, en daarmee ook in de delen van de Friese gemeenten die daar onder vallen. Dat een gemeente slechts gedeeltelijk binnen het effectgebied ligt, betekent niet dat deze gemeente daardoor in zijn geheel buiten het effectgebied valt.

Tegelijkertijd kan niet worden voorkomen dat bij een geografische afbakening sommige woningen net buiten het effectgebied komen te liggen, ook in de Friese gemeenten. Het IMG houdt bij dergelijke grensgevallen, bijvoorbeeld wanneer de afbakening door straten loopt, zoveel mogelijk rekening met het voorkomen van onwenselijke situaties. Daarnaast beperkt deze afbakening het IMG niet om ook daarbuiten schade af te handelen wanneer daar in specifieke gevallen aanleiding toe bestaat, bijvoorbeeld bij bijzonder kwetsbare objecten.

Nieuwe wetenschappelijke inzichten over mogelijke schade door de winning uit het Groningenveld en het gebruik van de gasopslagen bij Norg en Grijpskerk, kunnen aanleiding geven tot aanpassing van de werkwijze of uitbreiding van het effectgebied. Mede hierom investeert het IMG voortdurend in de ontwikkeling en verdieping van relevante kennis over schademechanismes. In dit kader is in september 2025 nog een aanvullend onderzoek opgeleverd naar het risico op schade door de indirecte effecten van diepe bodemdaling (IEDB) gerelateerd aan de voormalige gaswinning. Het IMG werkt momenteel aan de doorvertaling van deze inzichten in zijn werkwijze. Naar verwachting is hier na de zomer meer duidelijkheid over.

Ik vertrouw erop met deze beantwoording de leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken voldoende te geïnformeerd te hebben en zal het ontwerpbesluit voor advisering voorleggen bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/2026, 36 836, A

X Noot
4

Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 7, p. 31.

X Noot
5

Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 20.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/2026, 36 836, A

X Noot
4

Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 7, p. 31.

X Noot
5

Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 20.

Naar boven