36 836 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

C VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN1

Vastgesteld 9 juni 2026

1. Inleiding

De leden van de fractie GroenLinks-PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van de «Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen». Deze wijziging heeft deze leden aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

De leden van FVD hebben kennisgenomen van deze wijziging en stellen de volgende vragen daarover.

2. Uitvoerbaarheid

De leden van de fractie GroenLinks-PvdA stellen dat de uitvoering van deze in hun ogen majeure operatie, complex is en nadrukkelijk aandacht vraagt. Om de impact van wetgeving te kunnen beoordelen zijn uitvoerbaarheidstoetsen uitermate belangrijk. Deze leden hebben daarom de uitvoerbaarheidstoetsen van de betrokken organisaties, te weten, het Instituut Mijnbouwschade Groningen (verder IMG), de Nationaal Coördinator Groningen (verder NCG), de Autoriteit Persoonsgegevens (verder AP), het Staatstoezicht op de Mijnen (verder SodM) en het Adviescollege Veiligheid Groningen (verder ACVG), met grote interesse gelezen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen dat de uitvoerbaarheid lastig te beoordelen is omdat: soms ten tijde van het opstellen van de uitvoerbaarheidstoets een aantal zaken nog niet duidelijk was (zie onder andere de reactie van het IMG), de uitvoerbaarheidstoetsen zijn uitgevoerd op de wetstekst die in het derde kwartaal van 2024 voorlag en hiermee latere wijzigingen van de wetstekst geen onderdeel uitmaken van de uitvoerbaarheidstoetsen, de opmerkingen uit de uitvoerbaarheidstoetsen deels wel en deels niet zijn overgenomen en onduidelijk is hoe de uitvoeringsorganisaties deze (gedeeltelijke) wijzigingen beoordelen in het licht van de uitvoering en de wetstekst in de Tweede Kamer geamendeerd is.

Deze leden stellen hier daarom graag de volgende vraag: is de regering bereid om een actueel beeld van de uitvoerbaarheid te geven door de direct betrokkenen, IMG, NCG, AP, SodM en ACVG, een actuele uitvoerbaarheidstoets te vragen op basis van de voorliggende wetstekst? Deze leden ontvangen graag een toelichting.

3. Het begrip «Ereschuld»

De leden van de FVD-fractie willen van de regering weten hoe de regering het begrip «ereschuld» definieert in de context van dit wetsvoorstel (artikelen die de generatielange aanpak vastleggen)? Is dit een juridisch bindend begrip of een politieke/morele kwalificatie? Kan de regering aangeven op welke specifieke passages in de memorie van toelichting en in Nij Begun dit begrip is gegrond en welke rechtsgevolgen eraan worden verbonden?

Deze leden willen ook een toelichting van de regering waarom de «ereschuld» niet beperkt blijft tot het herstellen van de directe fysieke schade en veiligheidsrisico’s als gevolg van de gaswinning, maar wordt uitgebreid tot de bevordering van brede welvaart en energietransitie in de gehele provincie Groningen en delen van Noord-Drenthe?

Tot slot willen de leden van de FVD-fractie hier aan de regering vragen op welke wijze de proportionaliteitstoets (art. 3:4 Awb) toegepast is of wordt bij de keuze om de ereschuld te vertalen in een generatielange, regionaal brede aanpak? Kan de regering de afweging expliciet maken tussen de belangen van de Groningse inwoners enerzijds en de nationale belastingbetaler anderzijds?

4. Zorgplichtbepalingen, brede welvaart en energie transitie

De fractieleden van FVD lezen in de zorgplichtbepalingen (nieuw in de Tijdelijke wet Groningen) dat de Minister belast wordt met de bevordering van brede welvaart, waaronder het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Kan de regering aangeven hoe deze zorgplicht zich verhoudt tot het legaliteitsbeginsel (art. 3:2 Awb en art. 81 Grondwet)? Verder willen deze leden vragen of hiermee een nieuwe beleidsdoelstelling (energietransitie) gekoppeld wordt aan een schadeherstelregime, en zo ja, op welke wijze wordt voorkomen dat dit leidt tot oneigenlijke doorkruising van andere wetgeving (zoals de Wet verduurzaming gebouwde omgeving)?

5. Uitgaven en financiële verplichtingen

De leden van de FVD-fractie hebben enkele vragen over financiën. Het wetsvoorstel bevat naar opvatting van deze leden ruime financiële inzet («koste wat kost», generatielange aanpak, structurele middelen zonder harde jaarplafonds). De leden stellen daarom de vraag hoe zich dit verhoudt tot het begrotingsrecht (art. 105 Grondwet) en het beginsel dat uitgaven dienen te berusten op een specifieke wettelijke grondslag met voldoende begrenzing? Is er sprake van een voldoende gedetermineerde begrotingsverplichting?

De fractieleden van FVD vragen aan de regering of zij kan aangeven welke budgettaire plafondbepalingen of evaluatiemomenten er zijn ingebouwd om te voorkomen dat de open-einde-financiering (schadeherstel IMG tot € 60.000 zonder causaliteitsonderzoek) leidt tot disproportionele staatsuitgaven? Wordt er een meerjarig maximumbedrag gehanteerd?

Verder willen deze leden weten of de 7,5 miljard euro die in reactie op Nij Begun is gereserveerd voor het aflossen van de «ereschuld» (met eventuele indexeringen daarop meegerekend), de finale maatstaf is van het bedrag dat aan dit doel zal worden besteed? Zo nee, zijn de doelstellingen dan leidend en zal er geld moeten worden bijgelegd wanneer 7,5 miljard euro ontoereikend blijkt om die te behalen?

Verder willen de leden van de FVD-fractie weten hoe de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitgaven geborgd worden bij de uitvoering van de zorgplichten? Wordt er een specifieke audit- of toetsingsrol toebedeeld aan de Algemene Rekenkamer of een andere onafhankelijke instantie, en zo nee, waarom niet?

Tot slot vragen deze leden aan de regering te bevestigen dat toekomstige kabinetten via dit wetsvoorstel gebonden zijn aan onbeperkte financiële verplichtingen en of de regering kan aangeven hoe dit zich verhoudt tot de parlementaire begrotingsbevoegdheid in latere jaren?

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar de nota naar aanleiding van het verslag ziet deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit verslag tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Lagas

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

Naar boven