36 836 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Nr. 46 MOTIE VAN HET LID CLEMMINCK

Voorgesteld 8 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel bij daadwerkelijk herstel afwijkt van de gewone civielrechtelijke causaliteitsbenadering van onder meer artikel 6:98 BW, zodat schade die naar haar aard redelijkerwijs mijnbouwschade zou kunnen zijn zonder onderzoek naar de schadeoorzaak kan worden hersteld;

constaterende dat hierdoor het risico toeneemt dat kosten moeilijker of niet volledig op de NAM kunnen worden verhaald, terwijl de financiële omvang van die ontwikkeling voor de Kamer niet vooraf helder is;

overwegende dat voorkomen moet worden dat een ruimhartige regeling voor bewoners leidt tot een open einde voor de belastingbetaler;

verzoekt de regering om jaarlijks, gelijktijdig met de Staat van Groningen en Noord-Drenthe of anderszins, in de begrotingsstukken aan de Kamer te rapporteren over:

  • de totale omvang van toegekende en uitgekeerde schadevergoedingen onder de verruimde regeling;

  • het bedrag dat daadwerkelijk op de NAM is verhaald;

  • het bedrag dat niet verhaalbaar blijkt;

  • de belangrijkste juridische en feitelijke oorzaken daarvan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Clemminck

Naar boven