36 836 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID BECKERMAN

Ontvangen 1 april 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel B, subonderdeel 1, onder d, vervalt «tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen maximum».

Toelichting

In het ontwerpbesluit is een maximumbedrag van € 60.000 vastgesteld voor de tegemoetkoming aan Groningse gedupeerden. Indieners zijn van oordeel dat dit plafond fundamenteel op gespannen voet staat met het beginsel van rechtsherstel dat aan deze regeling ten grondslag zou moeten liggen.

De parlementaire enquêtecommissie heeft in haar conclusies duidelijk vastgesteld dat de Groningers jarenlang zijn tekortgedaan door een systeem dat te veel was gericht op het beperken van overheidsuitgaven en te weinig op daadwerkelijk herstel van recht. Het instellen van een maximumbedrag dreigt precies dezelfde fout te herhalen. De vereenvoudigde procedure is bedoeld als een laagdrempelig alternatief voor gedupeerden. Juist daarom is de € 60.000-grens zo problematisch. Gedupeerden die aantoonbaar hogere schade hebben, kunnen door de jarenlange traumatische ervaringen met een wantrouwende overheid ervoor kiezen om genoegen te nemen met een lager bedrag dan waar zij recht op hebben. De drempel om een hogere vergoeding aan te vragen is voor velen simpelweg te groot. Dit is geen vrije keuze, maar een keuze onder druk. Een systeem dat gedupeerden op deze manier dwingt tot zelfbeperking, doet geen recht aan de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie. Dit amendement strekt er daarom toe expliciet op te nemen in de wet dat er geen maximumbedrag is voor de tegemoetkoming aan Groningse gedupeerden.

Beckerman

Naar boven