36 830 Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1348 wat betreft de toepassing van het begrip «veilig derde land»

C BRIEF VAN DE LEDEN ŠEFČOVIČ EN BRUNNER VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2025

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar zorgvuldige bestudering van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1348 wat betreft de toepassing van het begrip «veilig derde land» {COM (2025) 259 final}.

Het voorstel vloeit voort uit de verplichting van de Commissie uit hoofde van de asielprocedureverordening1 om uiterlijk op 12 juni 2025 het begrip «veilig derde land» te evalueren en in voorkomend geval gerichte wijzigingen voor te stellen.

De Commissie neemt nota van de gemaakte opmerkingen en zou de volgende uitleg willen geven.

Volgens de regels van de asielprocedureverordening (artikel 59, lid 3) voor de manier waarop het begrip «veilig derde land» moet worden geëvalueerd, heeft de Commissie een uitgebreide evaluatie van het begrip uitgevoerd en gepresenteerd. De Commissie heeft de uitdagingen die de lidstaten hebben ondervonden en de ervaringen die zij hebben opgedaan bij de toepassing van het begrip onderzocht, en uitgebreid overleg gepleegd met de belangrijkste belanghebbenden, waaronder de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR), leden van het Europees Parlement, lidstaten en maatschappelijke organisaties. Het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie2 bevat de analyse die aan het voorstel ten grondslag ligt, met inbegrip van de juridische en gerechtelijke beoordeling waarop het is gebaseerd. Het onderhavige voorstel van de Commissie is een gerichte wetswijziging van de asielprocedureverordening waarvoor het op basis van de richtsnoeren voor betere regelgeving3 niet nodig is om een effectbeoordeling uit te voeren.

Met het voorstel worden de veiligheidsnormen of waarborgen voor de grondrechten niet gewijzigd, maar wordt procedurele flexibiliteit ingevoerd. Aan de objectieve criteria om te beoordelen of een derde land als «veilig» kan worden aangewezen, moet nog altijd worden voldaan voordat het begrip kan worden toegepast op personen die om internationale bescherming verzoeken. Deze objectieve criteria4 blijven ongewijzigd en in overeenstemming met de internationale normen. De beoordelingen moeten gebeuren op basis van een reeks betrouwbare en actuele informatiebronnen, waaronder informatie van de lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA), de Europese Dienst voor extern optreden, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties5. Ook het vereiste van een individuele beoordeling van de veiligheid van het derde land voor de betrokken verzoeker blijft onverlet.

De toepassing van het begrip «veilig derde land» blijft facultatief voor de lidstaten. In de praktijk is de toepassing door de lidstaten tot dusver ongelijk. In drie lidstaten is het begrip niet in de nationale wetgeving opgenomen; vijf lidstaten hebben lijsten van veilige derde landen vastgesteld; twaalf lidstaten passen het begrip alleen in individuele gevallen toe; en zes lidstaten passen het in de praktijk niet toe6. De Commissie is niet op de hoogte van bestaande overeenkomsten of regelingen van lidstaten met een derde land waarbij het begrip «veilig derde land» wordt toegepast. De toepassing van het begrip «veilig derde land» is onderdeel van de Verklaring EU-Turkije van 2016.

Wat rechtsmiddelen betreft, zijn bij de evaluatie van de Commissie alle aspecten van een eerlijke rechtsbedeling onderzocht, met inbegrip van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, en is opgemerkt dat de automatische schorsende werking van beroepen niet vereist is op grond van het internationaal recht. Het voorstel doet geen afbreuk aan het recht om beroep in te stellen tegen een niet-ontvankelijkheidsbesluit dat is genomen op basis van het begrip «veilig derde land», maar brengt de regel betreffende de schorsende werking in overeenstemming met andere niet-ontvankelijkheidsgronden uit hoofde van de asielprocedureverordening. Verzoekers behouden het recht om een verzoek in te dienen om te mogen blijven en hebben recht op kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging7. Bovendien zou bij beroepen tegen een terugkeerbesluit in verband met een niet-ontvankelijkheidsbesluit dat is genomen op basis van het begrip «veilig derde land» de uitvoering van terugkeerbesluiten nog altijd worden opgeschort wanneer er een risico bestaat dat het beginsel van non-refoulement wordt geschonden.

De Commissie zal toezicht blijven houden op de uitvoering en ervoor zorgen dat de EU-regels worden nageleefd door middel van mechanismen die zijn vastgesteld in het kader van het migratie- en asielpact, met inbegrip van de jaarlijkse verslaglegging in het kader van de verordening betreffende asiel- en migratiebeheer8. Het EUAA zal ook toezicht houden op basis van zijn vernieuwde mandaat9. Wanneer het begrip «veilig derde land» in de asielgrensprocedure wordt toegepast, is ook het mechanisme voor toezicht op de grondrechten van toepassing10. Bovendien bevat het voorstel een clausule op grond waarvan de lidstaten, voordat zij overeenkomsten of regelingen met derde landen sluiten, de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis moeten stellen. Wanneer het Unierecht systematisch wordt geschonden, kan de Commissie van verschillende instrumenten gebruikmaken om de correcte uitvoering van het EU-recht te waarborgen, met inbegrip, indien passend, van inbreukprocedures. Burgers en maatschappelijke organisaties kunnen ook klachten indienen via de bestaande mechanismen. Tot slot voorziet de asielprocedureverordening reeds in periodieke evaluaties door de Commissie van de toepassing ervan11.

Het voorstel wordt momenteel behandeld door het Europees Parlement en de Raad, en de Commissie vertrouwt erop dat er tijdig een akkoord zal worden bereikt.

De Commissie hoopt dat zij met de toelichting in dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt ernaar uit de politieke dialoog in de toekomst voort te zetten.

Maroš Šefčovič, Lid van de Commissie

Magnus Brunner, Lid van de Commissie


X Noot
1

Artikel 77 van Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU PE/16/2024/REV/1 (PB L, 2024/1348, 22.5.2024).

X Noot
2

SWD(2025) 600 final.

X Noot
4

Artikel 59, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
5

Artikel 59, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
6

Zie het werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD/2025/600 final).

X Noot
7

Artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
8

Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 PE/21/2024/REV/1 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024).

X Noot
9

Artikel 14 van Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 PE/61/2021/REV/1 (PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1).

X Noot
10

Artikel 43, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
11

Artikel 77 van Verordening (EU) 2024/1348.


X Noot
1

Artikel 77 van Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU PE/16/2024/REV/1 (PB L, 2024/1348, 22.5.2024).

X Noot
2

SWD(2025) 600 final.

X Noot
4

Artikel 59, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
5

Artikel 59, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
6

Zie het werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD/2025/600 final).

X Noot
7

Artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
8

Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 PE/21/2024/REV/1 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024).

X Noot
9

Artikel 14 van Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 PE/61/2021/REV/1 (PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1).

X Noot
10

Artikel 43, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1348.

X Noot
11

Artikel 77 van Verordening (EU) 2024/1348.

Naar boven