36 828 Gezamenlijke Mededeling aan het Europees Parlement en de Raad: Een internationale digitale strategie voor de Europese Unie

C BRIEF VAN UITVOEREND VICEVOORZITTER VIRKKUNEN EN LID ŠEFČOVIČ VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Digitalisering

Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Brussel, 29 januari 2026

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar advies over de Gezamenlijke mededeling over een internationale digitale strategie voor de Europese Unie {JOIN(2025) 140 final}.

Op 5 juni 2025 heeft de EU met de nieuwe internationale digitale strategie haar plan gepresenteerd om haar vooraanstaande positie op mondiaal digitaal gebied te versterken en digitale partnerschappen te bevorderen. De digitale revolutie verandert economieën en samenlevingen in een uitdagend wereldwijd geopolitiek landschap. De EU laat met de nieuwe internationale digitale strategie zien dat zij een stabiele en betrouwbare partner is die openstaat voor digitale samenwerking met bondgenoten en partners. Hoewel de EU alles in het werk zal stellen om het concurrentievermogen op het gebied van artificiële intelligentie (AI) en andere belangrijke technologieën binnen de EU te stimuleren, zal zij ook samenwerken met partnerlanden om hun respectieve digitale transitie te ondersteunen. In de strategie wordt opnieuw bevestigd dat de EU vastbesloten is een op regels gebaseerde wereldwijde digitale orde tot stand te brengen, in overeenstemming met haar fundamentele waarden.

Wat de in het advies opgeworpen vragen betreft, verwijst de Commissie naar de bijlage.

De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar het verdere verloop van de politieke dialoog.

Henna Virkkunen, Uitvoerend vicevoorzitter

Maroš Šefčovič, Lid van de Commissie

Bijlage

De Commissie heeft de punten die de Eerste Kamer in haar brief aan de orde stelt, zorgvuldig bestudeerd en wenst de volgende opmerkingen onder de aandacht te brengen, gegroepeerd per onderwerp.

1. Nieuwe elementen in de internationale digitale strategie

De internationale digitale strategie omvat verscheidene nieuwe aspecten, waaronder voorstellen voor een EU-technologieaanbod en een digitaal partnerschapsnetwerk.

Het EU-technologieaanbod zal technologische componenten afstemmen en modulair combineren om wederzijdse voordelen met partnerlanden te creëren, inclusief maatregelen voor capaciteitsopbouw. De EU en de lidstaten gaan het aanbod gezamenlijk beheren, en bedrijven, innovatoren, relevante EU-handelsorganisaties en kamers van koophandel zullen hier nauw bij worden betrokken.

Dankzij het digitale partnerschapsnetwerk zullen bestaande en toekomstige partnerschappen als netwerk kunnen functioneren, met de nadruk op belangrijke onderwerpen met betrekking tot samenwerking en gedeelde belangen. Een dergelijke samenwerking kan de vorm aannemen van regelmatige technische uitwisselingen omtrent gemeenschappelijke vraagstukken (bv. opkomende technologieën, veilige en betrouwbare connectiviteit, normalisatie of samenwerking op het gebied van regelgeving), de voorbereiding van gezamenlijke projecten (bv. onderzoeks- en innovatiesamenwerking, proefprojecten inzake interoperabiliteit, gezamenlijke projecten in derde landen) en de organisatie van activiteiten op netwerkniveau, bestaande uit vertegenwoordigers op hoog niveau van partnerlanden van de EU, de EU en de lidstaten.

2. Digitale partnerschappen en digitale dialogen

De doelstelling van de strategie is ook om voort te bouwen op het succes van gevestigde vormen van samenwerking, die zullen worden verdiept, verbreed en versterkt. De digitale partnerschappen en de digitale dialogen hebben concrete resultaten opgeleverd en zullen de basis vormen voor de nieuwe strategische aanpak. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de overeenkomsten over AI-veiligheid in het kader van het digitale partnerschap tussen de EU en Singapore, overeenkomsten over AI en high-performance computing in het kader van het digitale partnerschap tussen de EU en Canada, en vooruitgang op het gebied van de wederzijdse erkenning van elektronische handtekeningen en veilige internationale connectiviteit dankzij de digitale dialoog tussen de EU en Brazilië.

De Raad voor digitaal partnerschap komt op ministerieel niveau bijeen om de balans op te maken van de samenwerking in het kader van de digitale partnerschappen en om de vervolgstappen af te spreken. Bij die gelegenheid worden gezamenlijke verklaringen van de Raad voor digitaal partnerschap afgelegd volgens de procedure voor niet-bindende instrumenten, met goedkeuring van de Raad.

De Commissie hecht grote waarde aan haar commerciële en technologische betrekkingen met de Verenigde Staten en zij is voornemens de constructieve samenwerking, die de technologische capaciteiten en weerbaarheid van de EU versterkt, voort te zetten. In die zin zetten beide partijen zich ten volle in voor de uitvoering van de gezamenlijke verklaring van augustus 2025 over een overeenkomst inzake wederzijdse, eerlijke en evenwichtige handel, die het kader vormt voor de huidige betrekkingen.

3. EU-verordening cybersolidariteit

Bij artikel 14 van de EU-verordening cybersolidariteit is een EU-cyberbeveiligingsreserve ingesteld om op verzoek bij te staan bij een respons, of de ondersteuning van de respons, op significante cyberbeveiligingsincidenten, grootschalige cyberbeveiligingsincidenten of aan grootschalige cyberbeveiligingsincidenten gelijkwaardige incidenten, en om het herstel van dergelijke incidenten te ondersteunen.

Artikel 19 van de EU-verordening cybersolidariteit bepaalt dat een met het programma Digitaal Europa geassocieerd derde land om steun uit de EU-cyberbeveiligingsreserve kan verzoeken indien de associatieovereenkomst voorziet in deelname aan de reserve. De voorwaarden van deze samenwerking zijn vastgesteld in artikel 19. De wet omvat geen aanvullende internationale activiteiten buiten dit kader.

4. Verbondenheid met het noordpoolgebied

De Europese Commissie hecht veel waarde aan verbondenheid met het noordpoolgebied en heeft via de Connecting Europe Facility (CEF) meer dan 68 miljoen euro geïnvesteerd in verscheidene Europese initiatieven voor betere digitale verbondenheid met het noordpoolgebied.

Wat de status van de EU in de Arctische Raad betreft, is de EU de facto waarnemer, en haar aanvraag uit 2012 voor de status van waarnemer blijft geldig. De Arctische Raad heeft de vaste uitnodiging aan de EU om zijn zittingen op alle niveaus bij te wonen, tot nu toe steeds verlengd. De EU heeft ook deelgenomen aan de informele bijeenkomsten van waarnemers die in 2023, 2024 en 2025 in Warschau en in 2024 in Tromsø werden georganiseerd. Daarnaast onderhoudt de EU regelmatig contact met de Arctische Raad in de marge van gebeurtenissen met betrekking tot het noordpoolgebied.

5. Normalisatie en digitalisering

Wat normen voor de digitalisering op lokaal niveau betreft, is de Commissie van mening dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij het ontwikkelen van consistente technische specificaties om de digitalisering van steden te versnellen, dankzij belangrijke initiatieven zoals Living-in.eu.

In dit verband schraagt de Commissie momenteel de ontwikkeling van Europese normen als aanvulling op andere eerdere inspanningen om mondiale normen vast te stellen in het kader van ITU-T, waarbij de Commissie de bijdrage van de EU actief heeft ondersteund.

Na vaststelling zullen deze Europese normen bijdragen tot relevante initiatieven zoals het Citiverse EDIC1, ter bevordering van een concurrerende markt van interoperabele, op AI gebaseerde oplossingen. Deze initiatieven zullen steden duurzaam en efficiënt maken door middel van AI-simulatie en voorspellende diensten, waardoor beter geïnformeerde besluitvorming mogelijk wordt (lokale digitale tweelingen).

De Open Internet Stack beoogt de totstandbrenging van betrouwbare, soevereine, opensource- en operationele oplossingen die zijn afgestemd op de Europese digitale rechten en beginselen, om de technologische capaciteit van de EU op kritieke gebieden van de digitale toeleveringsketen te vergroten en zo bij te dragen tot de innovatie en het concurrentievermogen van de EU. EuroStack heeft grotendeels dezelfde doelstellingen, en voor beide moeten open normen worden ontwikkeld die interoperabiliteit mogelijk maken en privacy en veiligheid in de digitale waardeketen verzekeren.

StandICT.eu2 biedt cruciale financiële ondersteuning waardoor Europese deskundigen aan digitale normalisatie kunnen werken. De Commissie is voornemens StandICT.eu te blijven ondersteunen en gelijkaardige initiatieven op andere digitale gebieden, zoals recent cyberbeveiliging3 en blockchain4, te blijven bevorderen.

6. Rol van de EU in de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU)

De Europese Unie geniet in de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) momenteel de status van «regionale en internationale sectoren», met rechten die vergelijkbaar zijn met die van ITU-leden als het bedrijfsleven of de academische wereld, wat bijzonder is in vergelijking met andere VN-agentschappen en andere internationale organisaties. De ITU is het gespecialiseerde agentschap van de Verenigde Naties voor telecommunicatie, dat onder het Statuut en het Verdrag van de ITU valt. De Commissie is vastbesloten om samen met de ITU en haar lidstaten na te gaan hoe dit beter kan.

Wat radiocommunicatie betreft, stelt de Commissie, op basis van de aanbevelingen van de Beleidsgroep Radiospectrum, gemeenschappelijke EU-standpunten voor de onderhandelingen tijdens de Wereldradiocommunicatieconferenties (WRC) van de ITU voor, die bij besluit van de Raad worden aangenomen. De Commissie zorgt ook voor een gecoördineerde Europese aanpak op de WRC’s, waar de lidstaten, op basis van het besluit van de Raad, namens en in het belang van de EU onderhandelen. Daarnaast, en los van de WRC’s, harmoniseert de Commissie het spectrumgebruik op grond van het bij Besluit 676/2002/EG ingestelde regelgevingskader, met inachtneming van de radioreglementen van de ITU, en werkt ze nauw samen met de EU-lidstaten, met name via het Radiospectrumcomité en met de steun van de Beleidsgroep Radiospectrum.

Wat normalisatie betreft, werkt de Commissie samen met de EU-lidstaten om de Europese waarden en belangen in de ITU te verdedigen. In het kader van de gecoördineerde Europese aanpak bij de ITU worden inlichtingen uitgewisseld en EU-standpunten bepaald, met name via de Groep telecommunicatie van de Raad, de groep van EU-lidstaten in het EU-multistakeholderplatform inzake ICT-normalisatie en binnen de Europese Conferentie van de administraties van posterijen en van telecommunicatie (CEPT). De Commissie ondersteunt ook dat EU-deskundigen meewerken aan ITU-normalisatie via het programma Horizon Europa, met projecten zoals StandICT.eu.

De Commissie benadrukt dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen artikel 218, lid 3, VWEU, dat de rechtsgrondslag vormt voor een aanbeveling van de Commissie aan de Raad voor de machtiging tot het openen van de onderhandelingen over een internationale overeenkomst, en artikel 218, lid 9, dat de rechtsgrondslag vormt voor de bepaling van een standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in een krachtens een bestaande overeenkomst opgericht lichaam wanneer dat lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt. Artikel 218, lid 9, VWEU is de toepasselijke rechtsgrondslag voor de vaststelling van alle besluiten van de Raad over het in de WRC’s in te nemen EU-standpunt, aangezien alle voorwaarden van deze Verdragsbepaling zijn vervuld. Ten eerste is het op elke WRC gewijzigde radioreglement gelijkwaardig aan een internationaal verdrag dat overeenkomstig artikel 4 van het Statuut van de ITU bindend is voor alle ITU-lidstaten. Ten tweede hebben de in de WRC overeengekomen herzieningen, rechtsgevolgen.

7. «Team Europa»-aanpak in het kader van de onderhandelingen over de evaluatie van de Wereldtop over de informatiemaatschappij (WSIS+20)

Wat de onderhandelingen over de evaluatie van de WSIS+20 betreft, heeft de Commissie voortdurend uitgebreid met de lidstaten samengewerkt. Ze heeft nauw met de lidstaten samengewerkt en gezamenlijk de EU-onderhandelingsstandpunten ontwikkeld om de samenhang te waarborgen en het collectieve Europese belang te weerspiegelen. In mei 2025 heeft de Raad Buitenlandse Zaken een standpunt voor de onderhandelingen goedgekeurd.

Naast de interinstitutionele coördinatie heeft de Commissie nauw samengewerkt met de bredere gemeenschap van belanghebbenden (het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en de technische gemeenschap) om haar standpunten te onderbouwen en ervoor te zorgen dat die operationeel, geloofwaardig en praktijkgericht zijn.

Naar boven