De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Artikel I, onderdeel A, vervalt.
II
Artikel I, onderdeel F, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 vervalt «en 1 januari 2026».
2. In subonderdeel 2 wordt «derde» vervangen door «tweede».
3. Subonderdeel 3 vervalt.
IV
Artikel IV, onderdeel B, vervalt.
V
Artikel IV, onderdeel D, wordt als volgt gewijzigd:
1. «Artikel 36c wordt als volgt gewijzigd» wordt vervangen door «Artikel 36c, tweede
tot en met vierde lid, vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot tweede lid.»
2. Subonderdeel 1 vervalt.
3. Subonderdeel 2 vervalt.
VII
Artikel XXIII, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «onderdelen A en» vervangen door «onderdeel».
2. In onderdeel e wordt «onderdelen B en» vervangen door «onderdeel».
Toelichting
NB: Dit amendement moet in samenhang worden bezien met het corresponderende amendement
op het Belastingplan 2026. Om wetstechnische redenen is voor het beoogde doel zowel
een amendement op het BP26 als op OFM26.
Dit amendement voorkomt dat elektrische auto’s (EV’s) in één klap de facto zwaarder
worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineauto’s. Vooral kleinere EV’s hebben
namelijk nog een hogere aanschafprijs dan hun fossiele evenknie. De huidige bijtelling
voor EV’s is 17% voor de eerste € 30.000 aan cataloguswaarde en daarboven 22%. In
het Belastingplan 2026 dreigt dat over de hele linie in één keer 22% te worden. Indieners
stellen voor dit meer geleidelijk te doen: 18% in 2026 voor de eerste € 30.000 euro,
20% in 2027 en pas vanaf 2028 22%. Als een EV in 2026 wordt aangeschaft, geldt de
voorgestelde bijtelling van 18% gedurende 60 maanden; dat is kortom gelijk aan de
huidige gang van zaken. Dit amendement vult daarmee ook het broodnodige flankerende
beleid in dat nu ontbreekt bij de door het kabinet voorgestelde pseudo-eindheffing.
Dekking wordt gevonden in een geleidelijke versobering van de youngtimerregeling.
Indieners stellen voor de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te
verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar. Deze
geleidelijke versobering biedt eigenaren van youngtimers het komende jaar de ruimte
om hierop desgewenst te anticiperen. Beide maatregelen – de lagere bijtelling voor
EV’s en de versobering van de youngtimerregeling – dragen bij aan de gewenste vergroening
van het wagenpark in Nederland.
Toelichting technisch
Dit amendement hangt samen met het amendement op het wetsvoorstel Belastingplan 2026
dat regelt dat de looptijd van de voor het gebruik van een auto van de zaak zonder
CO2-uitstoot geldende korting op het bijtellingspercentage tot 1 januari 2028 wordt verlengd,
zij het in gewijzigde vorm. In het onderhavige wetsvoorstel worden momenteel enkele
technische wijzigingen voorgesteld die samenhangen met de omstandigheid dat de korting
op de bijtelling per 2026 helemaal zou worden afgeschaft (behoudens overgangstermijnen).
Als echter de looptijd van de korting op de bijtelling wordt verlengd, is het ook
nodig dat een aantal van de in dit wetsvoorstel opgenomen technische wijzigingen niet
worden doorgevoerd. Dat wordt geregeld via dit amendement.
Volledigheidshalve wordt opgenomen dat de wijzigingen die samenhangen met het einde
van de looptijd van de korting op de bijtelling per 1 januari 2028 niet in dit amendement
zijn opgenomen, omdat deze nog in een volgend wetsvoorstel kunnen worden opgenomen
en het relatief veel wijzigingen zijn.
Grinwis Oosterhuis