Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XXIII nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XXIII nr. E |
Ontvangen 1 juni 2026
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
1
De fractieleden van BBB vragen een toelichting van de regering op de uitvoerbaarheid van het plan om de ambitie voor wind op zee te verhogen naar 40 gigawatt, terwijl het stroomnet volgens de aan het woord zijnde leden nu al overvol zit. Deze leden vragen of niet beter ingezet kan worden op een verhoging van de ambities voor kernenergie als stabiele stroombron.
Antwoord
Het kabinet zet in het coalitieakkoord stevig in op zowel kernenergie als windenergie op zee.
Om los te komen van fossiele brandstoffen zijn de verschillende bronnen van schone energie naast elkaar nodig. Het klopt dat netcongestie een beperking kan vormen voor de uitrol van nieuwe bronnen van elektriciteit. Het kabinet zet in op een energiemix met daarin én kernenergie én windenergie én zon-PV én de import van schone energiedragers. Daarbij vullen wind en zon elkaar goed aan en kunnen in combinatie met batterijen en de incidentele inzet van regelbaar vermogen ook zorgen voor betrouwbare en betaalbare energie, zoals ook kernenergie dat kan doen. Een aanvullend voordeel van inzet op verschillende bronnen is dat daardoor de kwetsbaarheid van ons systeem afneemt. In de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem dat rond de zomer naar de Kamer gaat, zal ik nader ingaan op de combinatie van verschillende bronnen en de noodzaak daarvan.
2
In het coalitieakkoord is het voornemen opgenomen om per 2029 hybride warmtepompen te verplichten. De voornoemde leden ontvangen graag een toelichting op hoe de regering deze ambitie wenst te gaan realiseren.
Antwoord
Het kabinet vindt het belangrijk dat we als maatschappij minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Dat maakt ons minder gevoelig voor hoge en fluctuerende gasprijzen door geopolitieke spanningen en draagt bij aan de klimaatdoelen. Een hybride warmtepomp zorgt in vrijwel alle situaties voor een lagere energierekening, bij gelijkblijvend comfort. Het is dus logisch dat op plekken waar geen warmtenet komt, de warmtepomp op termijn de norm wordt. Het kabinet heeft daarom aangekondigd slimme, hybride warmtepompen te stimuleren én normeren vanaf 2029. Het voorstel hiervoor wordt de komende tijd uitgewerkt in de vorm van een wijziging van nationale bouwregelgeving, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Over de vormgeving van de norm zal het kabinet beide Kamers in het najaar informeren. Uitgangspunt daarbij is dat het haalbaar moet zijn voor mensen en bedrijven om aan de nieuwe regels te voldoen en dat daar waar dat niet het geval is passende ondersteuning wordt geboden.
3
De leden van de BBB-fractie ontvangen tevens graag een toelichting op welk bedrag er is gereserveerd voor de plannen van de regering waarin de gemeente Moerdijk, in de woorden van de BBB-fractie, «het veld moet ruimen» ten behoeve van de energietransitie?
Antwoord
Het kabinet is voornemens om samen met de regio een besluit te nemen over de ontwikkelrichting voor de uitbreiding van haven- en industriecluster Moerdijk eind juni 2026. Hiervoor is nog geen bedrag gereserveerd, bijvoorbeeld via het Coalitieakkoord of de Voorjaarsnota.
4
Deze leden ontvangen voorts graag een toelichting op hoe de massale aanleg van windparken op de Noordzee zich verhoudt tot de historische en economische rechten van de Nederlandse vissers, zeker nu de praktijk volgens voornoemde leden aantoont dat het uitvoeringsproces rondom de «gebiedspaspoorten» voor passieve visserij al anderhalf jaar stilligt.
Antwoord
In het ruimtelijke ordeningsproces van de Noordzee wordt gestreefd naar een balans tussen de energietransitie, de voedseltransitie en natuur. Windenergie op zee vormt een essentieel onderdeel van onze toekomstige energievoorziening en is noodzakelijk voor energieonafhankelijkheid, leveringszekerheid en om de klimaatdoelstellingen te realiseren en de energievoorziening te verduurzamen. Historisch gezien heeft de visserij in beginsel overal toegang behalve op de plekken waarop dat niet mag. Bij het aanwijzen van nieuwe windenergiegebieden weegt het kabinet visserijbelangen expliciet mee. Zo zijn in het Partieel Herziene Programma Noordzee 2022–2027 (PH PNZ 22–27) keuzes gemaakt mede naar aanleiding van deze belangen, waaronder het vervallen van het eerder aangewezen windenergiegebied Lagelander, de instelling van een open zone in het nieuw aangewezen windenergiegebied 6/7 ten behoeve van de langoustinevisserij en het uitgangspunt om in Doordewind actieve visserij toe te staan mits dit veilig, haalbaar en uitvoerbaar is.
Om medegebruik binnen windparken op zee te faciliteren, wordt voor alle windparken uit de Routekaart een zogeheten handreiking gebiedspaspoort opgesteld. Voor windenergiegebied Borssele, Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord zijn deze beschikbaar. Op deze manier wordt er ruimte geboden voor onder andere passieve visserij. Op 8 april 2026 is door de Staatssecretaris van LVVN een uitvraag gepubliceerd in de Staatscourant voor de windparken Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord (Staatscourant 2026, 13942 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen). Nadat de herziening handreiking gebiedspaspoort voor windenergiegebied Borssele is gepubliceerd zal er nog een uitvraag voor passieve visserij volgen. Voor windenergiegebied Borssele is na een evaluatieproces meer ruimte beschikbaar gekomen voor passieve visserij. Zoals aangekondigd in de PH PNZ 22–27 wordt er beoogt in het Programma Noordzee 2028–2033 de overgang te markeren van passieve visserij als experimenten naar een beroepsmatige uitrol van passieve visserij.
5
Ook vragen de leden van de BBB-fractie wat de ambities in de voorliggende begroting betekenen voor de toekomstige voedselproductie en voedselzekerheid.
Antwoord
De KGG-begroting heeft slechts zeer beperkt effect op de voedselzekerheid. In elk geval twee ambities kennen een positief effect op de voedselzekerheid. Dit betreft de verduurzaming van kunstmestproductie en de maatregelen voor randvoorwaarden voor de glastuinbouw.
Het kabinet heeft in het kader van de maatwerkafspraken een subsidie verleend aan Yara Sluiskil voor de toepassing van Carbon Capture and Storage (CCS) bij de kunstmestproductie, met een looptijd van 15 jaar. Met deze overeenkomst spreekt Yara Sluiskil het commitment uit om ten minste de komende 15 jaar in Nederland actief te blijven. Daarmee draagt de afspraak niet alleen bij aan de verduurzaming van de Europese industrie, maar ook aan de borging van de voedselzekerheid door kunstmestproductie.
Het kabinet streeft onder andere middels de KGG-begroting een gebalanceerd pakket van maatregelen na om de randvoorwaarden voor verduurzaming van de glastuinbouwsector te verzekeren. Onderdeel van die inzet op randvoorwaarden zijn o.a. de aanpak van netcongestie en de levering van duurzame CO2. Verduurzaming van de glastuinbouw borgt het toekomstperspectief van de sector en daarmee – voor zover sprake is van voedselproductie – de voedselzekerheid.
6
Tot slot vragen zij wat de impact is van de Bonaire-rechtszaak op deze begroting?
Antwoord
De rechtbank heeft de Staat in de Klimaatzaak Bonaire bevolen om binnen achttien maanden in nationale regelgeving absolute emissiereductiedoelstellingen voor de gehele economie vast te leggen voor de periode tot 2050, inclusief tussentijdse doelstellingen en reductietrajecten. Daarnaast moet de Staat de resterende emissieruimte voor Nederland inzichtelijk maken en uiterlijk in 2030 een nationaal klimaatadaptatieplan vaststellen en uitvoeren dat ook Bonaire beslaat. De uitspraak van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat het kabinet de bevelen uit het vonnis direct moet uitvoeren, ongeacht of hoger beroep wordt ingesteld.
Wat betreft de emissiereductiedoelstellingen betekent dit concreet dat er moet worden gewerkt aan een wijziging van de Nederlandse Klimaatwet. De rechtbank stelt een aantal eisen aan de emissiereductiedoelstellingen, maar laat ook ruimte voor invulling. Op dit moment wordt gestart met het wetstraject. De mogelijke hieruit voortvloeiende financiële consequenties zijn niet op voorhand in te schatten en afhankelijk van de beleidskeuzes ter invulling van de doelstellingen, zoals de verhouding tussen uitgaven, normen en prijsprikkels.
Ten aanzien van het adaptatiebevel geldt dat klimaatadaptatiebeleid, waaronder de Nationale Adaptatiestrategie, onder de coördinerende verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat valt. De gevolgen van het vonnis voor de verdere uitwerking van het nationale klimaatadaptatieplan worden momenteel in kaart gebracht.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
7
De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de betaalbaarheid van energie voor veel huishoudens. Het aantal personen dat met energiearmoede te maken heeft blijft stijgen, inmiddels raakt het 510.000 huishoudens. Door de oorlog in Iran zijn olie- en gasprijzen flink gestegen. De gemiddelde gasprijs die energieleveranciers vragen is sinds januari 2026 met 32 procent gestegen. De leden van de SP-fractie betreuren de afwachtende houding van de regering om de energierekening van huishoudens te verlagen. Welke maatregelen gaat de regering nemen om op de korte termijn de energierekening van huishoudens te verlagen?
Antwoord
In het recente Kamerdebat rondom de economische gevolgen van de crisis in Iran en de daaropvolgende Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok (Kamerbrief 20 april 2026, nr. 36 933-1), heeft het kabinet geschetst welke maatregelen binnen en buiten het energiedomein passend zijn bij verschillende toekomstscenario’s. Het kabinet werkt momenteel aan de opening van het Noodfonds Energie om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen die problemen hebben met het betalen van hun energierekening. Daarnaast wordt in augustus gekeken naar de koopkrachtbesluitvorming in brede zin.
8
Is de regering bereid het Noodfonds Energie opnieuw te openen, om huishoudens in energiearmoede nu te ondersteunen?
Antwoord
Het kabinet werkt aan een noodfonds energie, zodat de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening komende winter ondersteund kunnen worden, zoals ook is aangekondigd in de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok (Kamerbrief 20 april 2026, nr. 36 933-1).
9
En is de regering bereid om mee te doen met het EU-initiatief van de Ministers van Financiën van Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en Oostenrijk om een winstbelasting in te voeren voor energiebedrijven, en deze middelen in te zetten voor lastenverlichting voor huishoudens?
Antwoord
De Minister van Financiën heeft in het debat over het maatregelenpakket i.h.k.v. de gestegen energieprijzen op 22 april jl. aangegeven dat er nog veel onduidelijk is over of er hogere winsten optreden, waar dat door veroorzaakt zou worden en of er sprake is van overwinsten. Daarnaast kan zo’n maatregel negatieve gevolgen hebben voor het investeringsklimaat in Nederland en lopen er nog juridische procedures tegen de Staat en de Europese Commissie vanwege de maatregelen die in 2023 zijn getroffen. Het is daarom van belang om duidelijkheid te verkrijgen. Zoals aangekondigd in het Tweede Kamer debat over maatregelen hoge energie- en brandstofprijzen op 22 april jl. en per motie bekrachtigd1, zal het kabinet de komende tijd in Europa actief pleiten voor verder onderzoek naar de situatie. Op het moment dat daar meer duidelijkheid over is, zal het kabinet de situatie opnieuw bekijken en eventuele acties overwegen.
10
Hoe kijkt de regering naar het invoeren van een prijsplafond voor gas en elektra om de lasten door deze crisis te dempen?
Antwoord
Het kabinet heeft, zoals ook in de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok (Kamerbrief 20 april 2026, nr. 36 933-1) wordt benoemd, een voorkeur voor het treffen van gerichte maatregelen. Bij gerichte maatregelen, zoals het Noodfonds Energie of koopkrachtmaatregelen, komt de steun terecht bij de huishoudens die dit het hardst nodig hebben. Enkel in het scenario waarbij de energieprijzen verder stijgen en bovendien langdurig hoog zijn, waardoor de energierekening voor ook alle huishoudens met middeninkomens en hoger onbetaalbaar dreigt te worden, wordt generiek ingrijpen overwogen.
11
De leden van de SP-fractie merken op dat Nederland de gevolgen van de energiecrisis ervaart mede doordat wij afhankelijk zijn van energie-infrastructuur en bedrijven in private handen en in het Midden-Oosten. Door als overheid energiebedrijven in eigen handen te nemen krijgen we zeggenschap over energieproductie en prijzen, en zijn we minder gevoelig voor prijsschokken en marktverstoringen. Deelt de regering de mening van de leden van de SP-fractie dat zeggenschap over energieproductie en leverantie essentieel is om leveringszekerheid en betaalbaarheid te waarborgen?
Antwoord
Nee, leveringszekerheid en betaalbaarheid zijn niet beter geborgd in een stelsel met publieke bedrijven. Het klopt dat de afgelopen twee maanden gepaard gingen met hogere prijzen voor olie en gas. Prijzen worden gevormd door vraag en aanbod op de wereldmarkt. De hogere prijzen werden hoofdzakelijk veroorzaakt door het wegvallen van aanbod uit de Perzische Golf. Een publiek stelsel van energielevering in Nederland had hier geen verschil gemaakt. Een publiek stelsel gaat een in veel gevallen ten koste van efficiëntie en innovatie op de markt, wat ten koste gaat van de betaalbaarheid van energie op de lange termijn. Overigens is de energiemarkt rond de eeuwwisseling geliberaliseerd, in lijn met de afspraken binnen de Europese Unie. Het nationaliseren van de energielevering staat op gespannen voet met Europese wetgeving.
12
Welke langetermijnvisie heeft het de regering om energieonafhankelijkheid te verbeteren?
Antwoord
Dit kabinet vindt de huidige afhankelijkheid die we hebben voor onze energievoorziening onwenselijk en wil onze energieonafhankelijkheid vergroten. De belangrijkste reden voor deze afhankelijkheid is het gebruik van fossiele energiebronnen. Nederland en Europa zijn voor de import van olie en gas afhankelijk van andere landen. De belangrijkste route naar meer onafhankelijkheid is dan ook meer eigen productie van energie. Dit doet het kabinet door ambitieus in te zetten op meer energieopwek van eigen bodem, zowel nationaal als Europees. Bijvoorbeeld door in Nederland windparken op zee en kerncentrales te realiseren en in Europees verband betere energieverbindingen onderling aan te leggen en in te zetten op ambitieuze doelen en instrumenten die de omschakeling van fossiele energie naar duurzame alternatieven versnellen.
Evengoed is het zo dat Nederland en Europa niet volledig zelfvoorzienend kunnen worden in hun energievoorziening en we dus energiedragers zullen blijven importeren in de toekomst. Daarin is het belangrijk dat we risicovolle afhankelijkheden vermijden. Het blijvend afbouwen van gas uit Rusland is daar een goed voorbeeld van, maar ook het inzetten op energiediplomatie om duurzame energiedragers zoals waterstof of duurzame brandstoffen in de toekomst te kunnen importeren uit betrouwbare landen. Uiterlijk met Prinsjesdag komt het kabinet met een actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Hierin zet het kabinet uiteen hoe ze de ontwikkeling van het energiesysteem richting 2040 wil vormgeven en ook wat dit betekent voor onze energieonafhankelijkheid.
13
De leden van de SP-fractie maken zich groeiende zorgen over de economische en maatschappelijke schade door klimaatverandering en milieuvervuiling. Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties gaat de opwarming van de aarde mogelijk sneller dan de modellen van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) aannemen, dat één op de acht plant- en diersoorten dreigt uit te sterven en dat milieuvervuiling jaarlijks tot negen miljoen doden leidt.8 Kan de regering inschatten hoe groot de economische en maatschappelijke schade door klimaatverandering en milieuvervuiling voor Nederland is? Zo niet, is de regering bereid hier onderzoek naar te doen?
Antwoord
11 juni 2025 is het kabinet door de Tweede Kamer via de motie-Rooderkerk c.s.2 reeds gevraagd een syntheseonderzoek uit te voeren over de verborgen kosten van niet handelen in klimaat- en energiebeleid en dat voor het einde van dat jaar aan de Kamer te sturen. Ter uitvoering hiervan heeft het kabinet aan de Klimaat- en Energienota 2025 de bijlage Notitie kosten van niet-handelen in het klimaat- en energiebeleid toegevoegd, met een overzicht van diverse bestaande studies naar de kosten van niet handelen in klimaat- en energiebeleid.3
De conclusie van dit overzicht is dat, hoewel het niet goed mogelijk is om een eenduidige kwantitatieve conclusie over het totaal van alle kosten te formuleren, de onderzoeken aangeven dat klimaatverandering zowel mondiaal als in Nederland reeds substantiële kosten veroorzaakt die in de toekomst verder zullen stijgen. Op basis van een top-down-methode schat PBL dat in Nederland de monetaire milieuschade door CO2-uitstoot 21,1 miljard euro per jaar bedroeg in 2022. Bovendien laat onderzoek van CE Delft bijvoorbeeld zien dat in een scenario waarin er geen verder klimaat- en energiebeleid wordt gevoerd en een wereldwijde temperatuurstijging van 2,1 °C in 2050 en 3,6 °C in 2090 plaatsvindt, de klimaatschade in 2100 tussen 6,1 en 6,3% van het Nederlandse bbp bedraagt.
Meer recentelijk heeft het PBL de studie «Voorbij de Risico’s – Keuzes voor een klimaatbestendige leefomgeving»4 uitgebracht, waarin ook op de economische en maatschappelijke kosten van klimaatverandering en aanpassing wordt ingegaan. Het PBL benadrukt in deze studie dat aard en verdeling van de kosten van aanpassing aan klimaatverandering mede samenhangen met beleidskeuzes rond adaptatie. Daarbij kan volgens PBL gekozen worden voor twee typen adaptatierichtingen: «intensiveren» en «transformeren». In de woorden van PBL: «Blijven we achteraf reageren op ontstane problemen, of richten we Nederland zo in dat risico’s aan de voorkant worden verkleind?» Verder hangen de kosten van aanpassing aan klimaatverandering ook af van keuzes ten aanzien van welke risico’s acceptabel zijn, welke mate van bescherming gewenst is en wie in welke mate wordt beschermd.
Voor wat betreft de kosten van milieuschade heeft het PBL in 2025 de studie «Actualisering monetaire milieuschade» uitgebracht.5 Hierin is de milieuschade (inclusief broeikasgassen) van het jaar 2022 doorgerekend. De milieuschade voor dat jaar bedroeg 46 miljard (4,6% van het bbp). Milieu en leefomgevingsbeleid levert dus naast menselijk welzijn ook miljarden op voor de economie, bijvoorbeeld door lagere zorgkosten en hogere arbeidsproductiviteit. Het PBL zegt hierover: «Het is van groot belang dat de overheid zorgdraagt voor een beleid dat nog sterker inzet op het verder reduceren van milieuschadelijke stoffen, het verminderen van (deels nog onbekende) risico’s van milieuvervuiling en bijdraagt aan de kennisontwikkeling over de gezondheids- en ecologische effecten van stoffen die in het milieu worden gebracht.»
14
Welke stappen neemt de regering om economische schade door klimaatverandering en milieuvervuiling te voorkomen?
Antwoord
Voor het beperken van klimaatschade is inzet nodig op het gebied van mitigatie en op het gebied van klimaatadaptatie. Effectief mitigatie- en adaptatiebeleid kan daarbij niet alleen de verwachte stijging van kosten door klimaatverandering verminderen, maar ook resulteren in bijkomende voordelen voor onder andere de economie, milieu, gezondheid en energieonafhankelijkheid.
Op het terrein van mitigatie zet Nederland met de EU op mondiale schaal in op het uiteindelijk beperken van de mondiale temperatuurstijging tot 1.5 graden aan het einde van deze eeuw met een zo beperkt en kort mogelijke tussentijdse overschrijding. Daartoe hebben de EU en Nederland zich wettelijk vastgelegd op het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050. Om de opwarming terug te brengen tot 1,5 graden zal daarna moeten worden bijgedragen aan mondiaal negatieve emissies. In de Klimaatstrategie 2025–30 is uitgewerkt hoe Nederland klimaatneutraliteit in 2050 wil bereiken6.
Om de gevolgen van de reeds bestaande en toenemende klimaatverandering in Nederland tegen te gaan is de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) ontwikkeld. De eerste versie van de NAS verscheen in 2016 (NAS’16). Later dit jaar zal het kabinet de nieuwe NAS (NAS’26) presenteren.7 Belangrijke bouwstenen voor de nieuwe NAS zijn de KNMI-klimaatscenario’s (2023)8, het advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad9, het advies van de Wetenschappelijke raad van het Regeringsbeleid10 en de herijking van de klimaatrisico’s door het Planbureau voor de Leefomgeving11. In de nieuwe NAS zullen de laatste inzichten van de risico’s van klimaatverandering in Nederland worden beschreven en worden aangegeven wat het Rijk zal doen om de verwachte klimaatschade te beperken. Ook zal worden aangegeven welke maatregelen andere partijen – zoals bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en decentrale overheden – kunnen nemen. Het beperken van klimaatschade is namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid van het Rijk.
Voor de milieuopgave in zijn algemeenheid gaat het kabinet aan de slag met wat in de praktijk werkt. Schadelijke stoffen zoals PFAS en andere zeer zorgwekkende stoffen zijn een groot risico voor mens en milieu. Hier zet het kabinet zich in voor een Europese restrictie en werkt het aan minder emissies en betere monitoring. Ook de luchtkwaliteit moet structureel verbeteren om gezondheidskosten te verminderen. Hierbij wordt ingezet op het Schone Lucht Akkoord waarbij samen met decentrale overheden afspraken gemaakt worden ten behoeve van structurele verbetering van de luchtkwaliteit. Verder wordt er onder andere gewerkt aan de gezondheid van omwonenden van de industrie en wordt het VTH-stelsel versterkt. In het Nationaal MilieuProgramma (NMP) zal een samenhangende en overkoepelende koers uitgezet worden richting een gezonde, schone en veilige leefomgeving in 2050.12
Antwoorden op vragen begroting Klimaatfonds 2026
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
1
Buitenlandse hyperscale datacentra verbruiken naar de mening van de leden van de BBB-fractie momenteel enorme hoeveelheden stroom; zo stellen deze leden dat één datacenter evenveel verbruikt als een middelgrote stad. Kan de regering uitleggen hoe zij dit rechtmatig acht en welke dwingende wettelijke kaders zij gaat stellen om prioriteit te geven aan bijvoorbeeld woningbouw?
Antwoord
Datacenters zijn onderdeel van de digitale infrastructuur. We gebruiken allemaal steeds meer data in ons dagelijks leven. Daarmee groeit de sector en dit past ook bij de Nederlandse digitaliseringsambities. Het Rijk heeft 2 locaties aangewezen waar grootschalige hyperscale datacenters zich mogen vestigen: Eemshaven en Middenmeer, waarbij 70 MW aansluitvermogen én 10 hectare ruimtebeslag als criteria worden gehanteerd. Deze locaties zijn onder andere gekozen vanwege de aanwezige infrastructuur en het aanbod van energie. In de rest van Nederland geldt een verbodsbepaling op vestiging voor datacenters die voldoen aan deze criteria. De kamer heeft opgeroepen tot een nationale aanpak datacenters, waarbij de groei van datacenters in het licht van aspecten als digitalisering, ruimte en het energiesysteem wordt bekeken. Voor het zomerreces zal u hier over geïnformeerd worden.
2
De gasopslagen lopen leeg en Nederland importeert duur (buitenlands) gas, mede doordat elektriciteitscentrales méér gas verbranden om schommelingen van instabiele wind- en zonne-energie op te vangen. Garandeert de regering met het indienen van deze begrotingsstaat voldoende gasvoorraad voor de komende winters?
Antwoord
In Nederland bedraagt de gasvraag voor binnenlands verbruik op dit moment ca. 300 TWh per jaar.13 In deze gasvraag wordt voorzien met gas uit een breed scala aan bronnen: productie in Nederland op land en op de Noordzee, import via pijpleidingen uit Noorwegen, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk en LNG-import per schip. Overigens wordt de helft van al het door Nederland getransporteerde gas ook weer geëxporteerd naar het buitenland. Daarnaast wordt in de winter gas gebruikt uit de seizoensgasopslagen die in het voorafgaande vulseizoen (de periode van april tot medio november) worden gevuld, in de regel door marktpartijen.
Gasunie Transport Services (GTS) heeft de wettelijke taak om jaarlijks een overzicht op te stellen van de leveringszekerheid van gas en het kabinet te adviseren over de volumes om op te slaan in de seizoensopslagen voor de volgende winter. Op basis van het overzicht dat GTS in september 2025 heeft uitgebracht heeft het kabinet een nationaal vuldoel van 115 TWh op 1 november 2026 vastgesteld.14 Dit zou in combinatie met de andere bronnen en infrastructuur volgens GTS voldoende moeten zijn om een koude winter (koudste in 30 jaar) zonder tekorten door te komen, ook bij een uitval van de grootste bron van volume gedurende de winter of de grootste bron van capaciteit.
Het uitgangspunt bij het opslaan van gas in de seizoensopslagen is dat het aan marktpartijen is om deze vullen. Om het vuldoel te halen neemt de overheid ook verschillende maatregelen. Ten eerste heeft Energie Beheer Nederland (EBN) voor het opslagjaar 2026–2027 opnieuw instemming gekregen om gas op te slaan, indien de markt dat niet voldoende doet, in de gasoplagen Bergermeer, Norg en Grijpskerk. Die mogelijkheid is verruimd naar maximaal 80 TWh. De uitbreiding komt voort uit de beëindiging van de activiteiten van GasTerra waardoor gasopslagen Norg en Grijpskerk in het opslagjaar 2026–2027 niet door GasTerra worden gebruikt. EBN heeft sinds 2 april toegang tot de gasopslag Norg.15 Ook heeft EBN toegang tot de gasopslag Bergermeer. Voor Grijpskerk geldt dat de NAM, de eigenaar van de gasopslag Grijpskerk, deze onlangs aan de markt heeft aangeboden via een zogenaamde open season.16 Als de opslagcapaciteit in Grijpskerk niet door een marktpartij wordt gecontracteerd, dan kan EBN hiervoor alsnog in beeld komen indien dit noodzakelijk is in het belang van de leveringszekerheid. Voor het realiseren van het Nederlandse vuldoel is het niet nodig het gehele volume van Grijpskerk te vullen.
Hoewel er voldoende middelen beschikbaar zijn gemaakt op de begroting, is het wel belangrijk om te vermelden dat het borgen van de leveringszekerheid door het opslaan van gas in gasopslagen kostbaar kan zijn. Dat geldt zeker in dit vulseizoen gelet op de prijsontwikkelingen op de gasmarkt, mede als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten.
3
Waarom zet de regering niet veel steviger in op kernenergie dat ook in de winter zorgt voor een stabiele energievoorziening?
Antwoord
Het kabinet zet concrete stappen richting de realisatie van kerncentrales 1 + 2. Zo is op 16 februari 2026 de beleidsdeelneming NEO NL opgericht. Deze beleidsdeelneming zal starten met de inkoopprocedure van de technologieleverancier en de nieuwe kerncentrales laten bouwen en zal deze vervolgens exploiteren. Ook op de andere werksporen worden concrete stappen richting realisatie gezet. Zo is op 5 februari 2026 de Nota Reikwijdte en Detail gepubliceerd, een stap richting de ontwerp voorkeursbeslissing voor de locatie. De ontwerp voorkeursbeslissing voor de locatie is op dit moment voorzien voor begin 2027. Op 17 oktober 2025 heeft het kabinet de contouren van het government support package vastgesteld, de Klimaatfondsmiddelen binnen het perceel kernenergie zijn hier grotendeels voor bestemd. Voor de zomer van 2026 zal ik een nieuwe voortgangsbrief over kernenergie aan de Tweede Kamer sturen.
4
De leden van de BBB-fractie lezen in het voorliggende wetsvoorstel dat honderden miljoenen gereserveerd zijn voor de verduurzaming van de industrie. Waarom weigert de regering de hoge energiebelasting op gas structureel te verlagen of in ieder geval te bevriezen, om zo een half miljoen gezinnen in energiearmoede direct te helpen?
Antwoord
Het verlagen van de energiebelasting op gas verlaagt de energierekening voor alle huishoudens en bedrijven die gas verbruiken, het daarmee een zeer generieke maatregel. Het kabinet heeft, zoals ook in de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok (Kamerbrief 20 april 2026, nr. 36 933-1) wordt benoemd, op dit moment een voorkeur voor het treffen van gerichte maatregelen. Bij gerichte maatregelen komt meer steun terecht bij de huishoudens die dit het hardst nodig hebben. Bij een scenario waarbij de energieprijzen verder stijgen en bovendien langdurig hoog zijn, wordt generiek ingrijpen overwogen.
5
Tot slot vragen de fractieleden van de BBB of de regering bereid is om tijdelijk de pauzeknop voor het klimaatfonds in te drukken totdat er zicht is op een oplossing voor bijvoorbeeld de ruimtelijke inpassing, betaalbaarheid en de netcongestie, indien wordt geconstateerd dat dit klimaatbeleid te dwingend is en in combinatie met de huidige oorlogen leidt tot onbetaalbaarheid.
Antwoord
Het kabinet doet met het Klimaat- en energiefonds de benodigde investeringen voor een toekomstbestendiger, onafhankelijker en schoner Nederland. Hierdoor kan Nederland niet alleen stappen zetten in de verduurzaming, maar neemt ook het verdienvermogen van Nederland toe en versterken we onze onafhankelijkheid van andere landen op het gebied van energie en grondstoffen. Zo houden we grip op onze voorzieningen en economische positie. Daarbij dragen sommige maatregelen uit het Klimaat- en energiefonds juist positief bij aan betaalbaarheid, zoals subsidie voor het isoleren van woningen waarmee de energierekening naar beneden kan, en het verbeteren van randvoorwaarden, zoals de gereserveerde middelen voor de glastuinbouw. Bij de verstrekking van middelen uit het fonds vindt toetsing plaats op verschillende aspecten, waaronder op (juridische en praktische) uitvoerbaarheid, bijvoorbeeld bij relevante voorstellen of inpassing in de ruimte en op het net wel mogelijk is. Ook wordt gewogen wat de bredere sociaaleconomische effecten zijn, bijvoorbeeld op betaalbaarheid. Veel klimaatmaatregelen zijn juist op lange termijn voordelig voor de betaalbaarheid van energie. Verantwoording over de voorgestelde uitgaven vanuit het fonds vindt plaats middels het (Ontwerp-)Meerjarenprogramma, dat jaarlijks bij Voorjaarsnota en op Prinsjesdag verschijnt.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, J. de Bat
Klimaat en Energie Nota 2025. https://open.overheid.nl/documenten/6744a7e2-bc2a-47b0-833e-8e4c5dd3d793/file
PBL – Voorbij de Risico’s (2026). https://www.pbl.nl/publicaties/voorbij-de-risicos-keuzes-voor-een-klimaatbestendige-leefomgeving
PBL – Actualisering monetair milieuschade (2025). https://www.pbl.nl/publicaties/actualisering-monetaire-milieuschade
Klimaatplan 2025–2035 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/14/minvkgg-klimaatplan-2025-2035
https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/nieuws/2023/nieuwe-knmi-klimaatscenario/
WKR: Meeveranderen met het Klimaat, 16 juni 2025 https://www.wkr.nl/documenten/2025/06/19/advies-meeveranderen-met-het-klimaat
WRR: Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie, 19 mei 2025 https://www.wrr.nl/documenten/2025/05/22/mens-en-klimaat.-de-kracht-van-sociale-infrastructuur-bij-adaptatie
Klimaat en Energie Nota 2025. https://open.overheid.nl/documenten/6744a7e2-bc2a-47b0-833e-8e4c5dd3d793/file
PBL – Voorbij de Risico’s (2026). https://www.pbl.nl/publicaties/voorbij-de-risicos-keuzes-voor-een-klimaatbestendige-leefomgeving
PBL – Actualisering monetair milieuschade (2025). https://www.pbl.nl/publicaties/actualisering-monetaire-milieuschade
Klimaatplan 2025–2035 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/14/minvkgg-klimaatplan-2025-2035
https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/nieuws/2023/nieuwe-knmi-klimaatscenario/
WKR: Meeveranderen met het Klimaat, 16 juni 2025 https://www.wkr.nl/documenten/2025/06/19/advies-meeveranderen-met-het-klimaat
WRR: Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie, 19 mei 2025 https://www.wrr.nl/documenten/2025/05/22/mens-en-klimaat.-de-kracht-van-sociale-infrastructuur-bij-adaptatie
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-XXIII-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.