36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026

Nr. 21 MOTIE VAN HET LID KLOS C.S.

Voorgesteld 12 februari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Klimaatfonds een eindejaarsmarge heeft van 100%, maar dat in de toepassing van de begrotingsregels dit principe niet is gehanteerd voor de Klimaatfondsmiddelen die zijn overgeheveld naar andere begrotingen en niet zijn besteed;

constaterende dat in artikel 6 van de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds is bepaald dat bijdragen aan andere begrotingen uit het Klimaatfonds die niet zijn besteed, ten bate moeten komen van het fonds;

overwegende dat op dit punt spanning zit tussen de begrotingsregels en de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds;

overwegende dat middelen in een begrotingsfonds zijn opgenomen omdat het precieze moment van besteding onzeker is en het wenselijk is dat middelen die voor het Klimaat- en energiefonds zijn bestemd hiervoor behouden blijven;

verzoekt de regering opnieuw te bezien hoe met overgehevelde niet-bestede middelen uit het Klimaatfonds wordt omgegaan, en de Kamer hierover bij de Miljoenennota te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Klos

Jumelet

Grinwis

Flach

Teunissen

Van Oosterhout

Naar boven