Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XX nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XX nr. E |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.
De afgelopen decennia hebben migratievraagstukken een grote invloed gehad op de Nederlandse samenleving. Sinds 2015, een jaar dat in het teken stond van een verhoogde instroom van asielzoekers, is Nederland net als veel andere EU-landen geconfronteerd met een dynamiek van pieken en dalen in migratie. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot voortdurende opschaling en afschaling van opvangcapaciteit, hetgeen druk heeft gelegd op uitvoeringsorganisaties en lokale overheden, maar ook op het draagvlak in de samenleving. In de afgelopen jaren hebben daarnaast verschillende rapporten, waaronder van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen, laten zien dat meer grip op migratie noodzakelijk is mede gelet op de grote opgaven op het gebied van huisvesting, arbeidsmarkt en sociale cohesie. Nergens ter wereld kan migratie ongeremd zijn. Vanuit de overtuiging dat een reactieve benadering onvoldoende houvast biedt voor de toekomst, kiest het kabinet voor een koerswijziging met meer grip op migratie door de instroom te verlagen en vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te verhogen, stabiele en fatsoenlijke opvang te realiseren, en waarbij sneller meedoen de norm wordt. Met deze beleidsbrief schetst het kabinet de contouren van een toekomstbestendig migratiebeleid dat oog houdt voor de mensen waarover het gaat en tegelijkertijd recht doet aan de grenzen van wat onze samenleving aankan.
Instroom en terugkeer
Dit kabinet geeft prioriteit aan het implementeren van het Europese Migratiepact, waarmee meer grip op de Europese instroom wordt verkregen. Het Migratiepact wordt op 12 juni a.s. van kracht. Invoering van nieuwe grensprocedures aan de buitengrenzen van de EU en tegengaan van secundaire migratie binnen de EU zijn enkele van de maatregelen die onze grip zullen vergroten. In EU verband steunt dit kabinet ook de activiteiten van Frontex aan de buitengrens en op nationaal niveau zullen we de Koninklijke Marechaussee de komende jaren versterken met extra capaciteit en innovatie, in Europees en Caribisch Nederland. Onderdeel hiervan is een verruiming van de mogelijkheden voor regulier toezicht aan de binnengrenzen, het Mobiel Toezicht Veiligheid.
De aangenomen Wet Invoering tweestatusstelsel en – vooral – de Uitvoerings- en implementatiewet behorend bij het Pact creëren een efficiëntere en meer gestroomlijnde asielprocedure. Hierin zitten ook de maatregelen vervat waar de uitvoering om had gevraagd en die ook opgenomen waren in de verworpen asielnoodmaatregelenwet. Op het onderdeel afschaffen rechterlijke dwangsommen is reeds een nieuw amendement ingediend door de SGP en JA21 op de wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Aanvullend zal het kabinet begin mei een nota van wijziging, indienen op voornoemde wet, met daarin de ongewenstverklaring. Tenslotte komt het kabinet met een nieuw wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders op basis van een zorgvuldige procedure, advisering en gesprekken met maatschappelijke organisaties.
Om effectieve terugkeer en vertrek van niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen te bevorderen streeft het kabinet naar een snel en stevig resultaat op de EU-Terugkeerverordening en de samenwerking met landen buiten de Europese Unie, onder andere via migratiepartnerschappen. Om de geïntensiveerde inzet op brede, strategische partnerschappen en de samenwerking met derde landen vorm te geven wordt er in een ambtelijke taskforce internationale migratie samengewerkt met betrokken departementen waaronder Buitenlandse Zaken en uitvoeringsorganisaties.
Voor de lange termijn ziet dit kabinet een kans voor Nederland om een leidende rol te nemen in het debat over een toekomstbestendig mondiaal migratiesysteem. De visie van dit kabinet is dat asielaanvragen in de toekomst buiten de EU kunnen worden afgehandeld. Als eerste stap daarnaartoe werkt het kabinet op korte termijn aan innovatieve oplossingen zoals terugkeerhubs en het veilig derde land concept. Hiertoe vinden in 2026 diplomatieke missies met andere EU lidstaten plaats en ook organiseren de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken gezamenlijk een asieltop.
Opvang en meedoen
Het kabinet wil meer rust en stabiliteit brengen in de asielopvang.
Om dit te realiseren zijn in het coalitieakkoord verschillende maatregelen opgenomen om voldoende en duurzame opvangplekken te realiseren, asielzoekers sneller mee te laten doen en om kwetsbare groepen beter te beschermen.
Om te beginnen zet het kabinet in op voldoende en toekomstbestendige opvangcapaciteit. Met de toepassing van de Spreidingswet werkt het kabinet aan een vergroting van het aandeel reguliere, structurele opvanglocaties en vermindering van de afhankelijkheid van noodopvang. Met meer reguliere en structurele opvangplaatsen wordt het continue verplaatsen van asielzoekers, waaronder ook kinderen, sterk verminderd. Dit draagt bij aan rust op de opvanglocaties waardoor kinderen zich ook beter kunnen ontwikkelen. Daarnaast wordt de doelgroepflexibele regeling uitgewerkt die het mogelijk maakt om opvanglocaties flexibel in te zetten voor asielzoekers, ontheemden en de huisvesting van statushouders.
Tegelijkertijd wil het kabinet dat asielzoekers sneller kunnen meedoen in de samenleving. Nieuwe regels maken het mogelijk dat asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning al na drie maanden aan het werk kunnen. Daarnaast is de inzet van het kabinet dat deze groep aan het begin van de asielprocedure al kan beginnen met taalles. De mogelijkheden hiervoor worden bezien. Het voornemen is om voor de zomer van 2026 een plan van aanpak «Werk en meedoen» te kunnen presenteren. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid pakt hierin de voortrekkersrol in de keten. Daarnaast werkt het kabinet aan de uitbreiding van zogeheten Meedoenbalies, zodat asielzoekers sneller bemiddeld kunnen worden naar activiteiten, taalles of (vrijwilligers)werk. Meedoen wordt de norm, in dat licht maken we naturalisatie mogelijk voor personen die tweemaal een tijdelijke verblijfsvergunning hebben gekregen, maar leggen we de lat wel hoger dan voorheen (taaleis naar niveau B1).
Tot slot hebben we bijzondere aandacht voor de veiligheid van kwetsbare groepen. In en rond opvanglocaties moet een veilige leefomgeving worden gewaarborgd, met extra bescherming voor bijvoorbeeld lhbtiq+-personen en kinderen. Samen met COA en Nidos zetten we ons in om kwetsbare alleenstaande minderjarige vreemdelingen die achttien worden, langer begeleiding te bieden. Komende periode gaan we dit verder onderzoeken.
Veiligheid
Dit kabinet koerst op een stevigere aanpak van asielzoekers die de wet overtreden. We gaan het bestaande juridische instrumentarium vaker en consequenter toepassen. Daarbij gaat het om inbewaringstelling, versnelde afwijzing en de toepassing van vreemdelingrechtelijke consequenties, in elk geval bij herhaald overlastgevend gedrag (recidive). Voor uitbreiding van verscherpt toezichtlocaties is bestuurlijke bereidheid essentieel en starten we gesprekken. Daarnaast wordt in overleg met politie, Justitie en Veiligheid en lokaal gezag uitgewerkt hoe extra politie-inzet bij aanmeldlocaties kan worden georganiseerd binnen het politiebestel en welke keuzes dit vraagt. Voor de bescherming van de nationale veiligheid zal maatwerk plaatsvinden bij het vertrek van personen die een risico vormen voor de nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
Oekraïense ontheemden
Voor de ontheemden uit Oekraïne is de inzet van dit kabinet om te werken aan vrijwillige terugkeer in combinatie met de wederopbouw van Oekraïne. Terugkeer en wederopbouw zijn een zaak van lange adem, waarbij zowel nationale als internationale inzet vereist is. Op internationaal niveau wordt in EU-verband onderhandeld over de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Daarnaast bereiden we ons in de tussentijd op nationaal niveau op verschillende scenario’s voor. Voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland werken we een tijdelijke verblijfstatus uit, ook met oog op de Europese discussie. Inzet is om voor deze groep te werken aan terugkeer en het deel dat niet terugkeert zoveel mogelijk via de reguliere systemen onder te brengen, zodat de IND en het COA niet extra belast worden. Deze opgave vergt nauwe interdepartementale samenwerking maar ook met de medeoverheden, met name de gemeenten. Zij werken aan het maken van bestuursafspraken over de te leveren inspanningen en de randvoorwaarden die het Rijk daarbij invult.
Slagvaardige overheid
Uitvoerbaarheid is heel belangrijk voor een goede werking van de migratieketen. Met de implementatie van het Pact en de nationale maatregelen die in voorbereiding zijn, zetten we in op een effectievere procedure en werkwijze. Tegelijkertijd blijft de opgave voor de uitvoering de komende periode groot. Het vergroten van de grip op migratie en de aanpassing van het migratiestelsel zal veel van de uitvoeringsorganisaties vergen. Er zal een transitiefase aanbreken na aanvaarding van de nationale wetgeving en het Europese Migratiepact die nog gepaard zal gaan met aanpassingsvraagstukken. Om de haalbaarheid van beleid vroegtijdig in kaart te brengen werken we volgens het Beleidskompas, waar uitvoeringstoetsen onderdeel van zijn. Verder wordt binnen de migratieketen gekeken naar mogelijkheden tot besparingen, in lijn met de actieagenda Slagvaardige Overheid. In het coalitieakkoord is een jaarlijkse efficiency doelstelling opgelegd aan de uitvoeringsorganisaties. Samen met de migratieketen en betrokken partijen onderzoeken we hoe we deze doelstelling kunnen realiseren en kunnen komen tot een zo optimaal mogelijk functionerend migratiestelsel.
Taskforce asiel en migratie
De Taskforce Asiel en Migratie biedt een kans om in het migratiedomein doorbraken te creëren die interdepartementale overeenstemming en een sterke samenwerking met medeoverheden vereisen. De druk op de migratieketen vraagt keuzes om orde en rust terug te brengen. Het kabinet heeft de taskforce daarom de opdracht gegeven te werken aan vier pijlers: (i) de instroom beperken en doorstroom en vertrek bevorderen; (ii) realiseren van voldoende en fatsoenlijke opvangplekken en aanpakken van overlast; (iii) maatregelen treffen zodat iedereen sneller meedoet en werkt, en; (iv) sturen op gerichte arbeidsmigratie die onze economie versterkt en het aanpakken van misstanden rondom arbeidsmigratie. Aan de hand van keuzes in deze pijlers kan het kabinet gaan investeren in de duurzame verandering die de migratieketen nodig heeft.
Wij verwachten u hiermee helder te hebben geïnformeerd over de maatregelen die we gaan nemen om invulling te geven aan de afspraken in het coalitieakkoord. We kijken uit naar een goede samenwerking en vanzelfsprekend blijven wij uw Kamer gedurende de regeerperiode per onderwerp zorgvuldig informeren over de voortgang en nadere planning.
De Minister van Asiel en Migratie, B. van den Brink
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-XX-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.