De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 5 Jeugd worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 338 (x € 1.000).
II
In artikel 5 Jeugd worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 338 (x € 1.000).
Toelichting
Volgens artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind,
hebben kinderen het recht om hun mening te geven over beslissingen die hen aangaan.
Bovendien maakt dit wet- en regelgeving beter, omdat ervaringsdeskundigen als geen
ander weten waar de knelpunten in de praktijk liggen.
Bij de behandeling van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp heeft de Tweede
Kamer ons amendement overgenomen dat regelt dat de Minister overleg dient te plegen
met belangenorganisaties voor ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg. Voorgesteld
werd om de in wording zijnde overkoepelende organisatie Generation YouthCare deze
rol te geven. Hier zijn structurele financiële middelen voor nodig, zodat wordt geborgd
dat de daartoe aangewezen vertegenwoordigers van deze jongerenorganisatie hun taken
kunnen uitvoeren en een organisatie kunnen opbouwen.
De subsidies die op dit moment vanuit VWS naar jongereninitiatieven zoals JWB en ExpEx
gaan zijn tijdelijk en projectmatig van aard, en bovendien kloppen zij ook aan bij
externe fondsen. De financieringsstroom is niet structureel en robuust genoeg om een
waardevol samenwerkingsverband te continueren.
Organisaties die wel structurele ondersteuning krijgen en opkomen voor de belangen
van jongeren vallen onder het Ministerie van OCW. Denk aan scholieren en studentenorganisaties
en de Politieke Jongerenorganisaties. Bij de recente evaluatie van Dialogic (2025)
is geconstateerd dat deze subsidies zowel doeltreffend als doelmatig zijn.
Indiener vindt het niet uit te leggen dat jongeren uit de jeugdzorg geen wettelijke
vertegenwoordiger hebben. Terwijl juist voor deze groep het ontbreken van zeggenschap
en inspraak, enorm veel impact heeft op hun leven en toekomstperspectief.
Indiener stelt voor hier jaarlijks 338.000 voor vrij te maken. De hoogte van dit bedrag
is afgestemd op de subsidie van studentenorganisaties ISO en LSVb, die respectievelijk
415.0000 en 338.000 subsidie krijgen voor hun taken die voortkomen uit de WHW. Nu
de Jeugdwet ook een wettelijke taak geeft aan de Minister om overleg te plegen met
vertegenwoordigers van jongeren, vindt indiener het een logisch vervolg om de ondersteuning
daarvoor op eenzelfde manier te regelen.
De dekking wordt gevonden in de niet ingevulde/vrij te besteden middelen van Artikel
5.
Westerveld