36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026

Nr. 121 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN

Voorgesteld 5 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaar in, jaar uit VWS in begrotingen aangeeft dat vanaf het huidige begrotingsjaar de apparaatskosten zullen gaan dalen;

constaterende dat dit nog nooit is gebeurd en de kosten alleen maar sterk zijn gestegen, veel sneller ook dan de totale zorgbegroting;

constaterende dat VWS er in al die jaren dus nog nooit in is geslaagd de aan de Kamer beloofde versobering van de bedrijfsvoering en reductie van de apparaatskosten te realiseren;

overwegende dat er dus werkelijk geen enkele reden is om aan te nemen dat de voorgenomen bezuiniging van 615 miljoen euro aan apparaatskosten in 2026 naar 485 miljoen in 2030 nu wel zal gaan lukken – sterker, het is extreem onwaarschijnlijk dat dat gerealiseerd zal gaan worden;

verzoekt de Minister een concreet overzicht naar de Kamer te sturen met daarin in detail beschreven op welke begrotingsposten de komende jaren exact hoeveel bezuinigd zal gaan worden om de voorgenomen bezuinigingen op de apparaatskosten te realiseren en de Kamer in een brief halfjaarlijks te informeren in hoeverre deze bezuinigingen zijn gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Houwelingen

Naar boven