36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026

Nr. 86 MOTIE VAN HET LID VAN BRENK

Voorgesteld 19 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers geen goed inzicht hebben in de uitvoeringskosten van hun pensioenbeheerder in vergelijking met andere pensioenbeheerders;

constaterende dat het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) geen vergelijking mogelijk maakt tussen de uitvoeringskosten van pensioenfondsen op basis van verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen;

overwegende dat er geen praktische of statistische redenen zijn die een gedegen vergelijking van kostenniveaus met uniforme kengetallen in de pensioensector onmogelijk maken;

overwegende dat het ontbreken van goed vergelijkende kengetallen voor de kostenniveaus van pensioenfondsen een gevolg is van de wens om deze informatie liever niet vrij te geven;

overwegende dat transparantie en inzicht in het «persoonlijke pensioenvermogen» de belangrijkste doelstelling was van de WTP;

overwegende dat kostenkengetallen voor de verschillende kostensoorten van pensioenuitvoerders een geweldig inzicht kunnen verschaffen waarmee de uitvoerders worden gestimuleerd om van elkaar te leren;

overwegende dat pensioenuitvoerders uiteraard in staat moeten worden gesteld om hun kostenniveau toe te lichten omdat er ook legitieme redenen kunnen zijn voor afwijkingen;

verzoekt de regering om in samenspraak met de pensioensector enkele verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen te ontwikkelen, die het mogelijk maken voor de deelnemer om pensioenuitvoerders te beoordelen op de kosten van uitvoering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Brenk

Naar boven