De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 60.000 (x € 1.000).
II
In artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 60.000 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement regelt dat er voor de winter van 2026 middelen worden vrijgemaakt om
huishoudens met lage inkomens en hoge energielasten te ondersteunen door het Tijdelijk
Noodfonds Energie zo snel mogelijk te heropenen. Het kabinet heeft laten weten pas
bij de augustusbesluitvorming te zullen besluiten over eventuele steun voor huishoudens
met een hoge energierekening. Dat betekent dat huishoudens die hun energierekening
niet of nauwelijks kunnen betalen pas (mogelijke) steun krijgen in de winter van 2026–2027.
Door het conflict in het Midden-Oosten, dat meteen al leidde tot stijgende energieprijzen,
en de koude winter van 2025–2026, met een verhoogd energieverbruik tot gevolg, zullen
huishoudens echter al voor die tijd te maken krijgen met hogere (jaar)afrekeningen.
Huishoudens met lage inkomens en hoge energierekeningen kunnen dan ook niet wachten
op steun eind dit jaar.
Het kabinet heeft uitgesproken te blijven werken met een noodfonds energie om mensen
met een kleine portemonnee gericht te ondersteunen bij hun energiekosten. Het publieke
energiefonds dat daartoe dient te worden opgericht laat echter nog op zich wachten
omdat er tot op heden geen publieke uitvoerder is gevonden. Bovendien moet de Europese
Commissie eerst goedkeuring verlenen voor het fonds als onderdeel van het Sociaal
Klimaatplan. De verwachting is daarom dat het fonds niet op korte termijn operationeel
zal zijn. Ondertussen biedt het Tijdelijk Noodfonds Energie een bestaande uitvoeringsstructuur
waarmee op korte termijn nog in 2026 gerichte ondersteuning kan worden geboden aan
huishoudens met hoge energielasten.
Met dit amendement wordt beoogd om het Tijdelijk Noodfonds Energie zo snel mogelijk
weer open te stellen middels een subsidiebijdrage. Uit de uitspraak van de Rechtbank
Gelderland van 4 december 20251 volgt dat dit niet automatisch leidt tot kwalificatie van de uitvoerende stichting
als (buitenwettelijk) bestuursorgaan of tot het ontstaan van een open-einde regeling,
en dat volledige publieke financiering juridisch verdedigbaar is indien de zelfstandige
positie en beslissingsvrijheid van het Tijdelijk Noodfonds Energie gelijk blijven
aan die in de afgelopen jaren. Deze route is de enige manier om huishoudens zo snel
mogelijk en nog deze winter (dus voor de winter van 2026–2027) en vóór de instelling
van het publieke energiefonds gericht inkomens steun te kunnen bieden zoals door de
Tweede Kamer verzocht in het aangenomen amendement Grinwis c.s. (Kamerstukken II 2024/25,
36 725 XV, nr. 11) en de aangenomen motie-Timmermans c.s. (Kamerstukken II 2025/26, 36 800, nr. 20). Met dit amendement dienen huishoudens te worden geholpen die de inkomenssteun het
hardst nodig hebben, namelijk huishoudens met een laag inkomen (bijvoorbeeld tot 130%
of 200% van het sociaal minimum) met hoge energiekosten (energiequote van minimaal
8%).
De dekking wordt gevonden op de gereserveerde middelen voor het energiefonds in artikel
2, die in 2026 60 miljoen euro bedragen. De middelen zijn bedoeld voor de financiering
en inrichting van een meerjarig publiek energiefonds dat huishoudens steunt met lage
inkomens en hoge energielasten. Omdat de oprichting van het publieke energiefonds
op zich laat wachten aangezien er nog geen publieke uitvoerder gevonden is, kunnen
de middelen nog niet in 2026 worden uitgegeven. Omdat voor het jaar 2027 al middelen
zijn ingeboekt is het van belang de middelen die voor 2026 zijn gereserveerd zo snel
mogelijk in te zetten voor gerichte steun aan huishoudens, wat met dit amendement
geregeld wordt.
Lahlah Kröger