Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XIV nr. K |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-XIV nr. K |
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de beleidsbrief LVVN 2026–2027. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 17 juni 2026.
• De antwoordbrief van 10 juli 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf
Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 17 juni 2026
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben kennisgenomen van de beleidsbrief van die u met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op 24 april 2026 gestuurd heeft.2 Naar aanleiding hiervan heeft het fractielid van de Fractie-Visseren-Hamakers een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen door het fractielid van de Fractie-Visseren-Hamakers.
Op pagina zeven van de brief van 24 april schrijft u over uw inzet in EU-verband. Vanaf 2028 (onder het nieuwe MFK) gaat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) op in het fonds Nationaal en Regionaal Partnerschap Plannen (NRPP).3 De vorige regering schreef in het BNC-fiche4 dat ze zich zou inzetten tegen de oormerking van GLB-geld voor degressieve areaal gebonden inkomenssteun, zodat er meer geld overblijft voor interventies voor landbouw, milieu en klimaat. Ook wilde de vorige regering zich inzetten voor afbouw en maximering van marktverstorende gekoppelde steun.
Vraag 1
Neemt u deze standpunten van uw voorganger over in de onderhandelingen over de vorm en voorwaarden die vanaf 2028 gaan gelden?
Vraag 2
Als u dat niet doet, kunt u dan aangeven waarom niet?
Vraag 3
Wat zijn uw prioriteiten voor de onderhandelingen over pijler 1 van het MFK?
Vraag 4
Kunt u aangeven wat uw prioriteiten zijn voor het Nederlandse NRPP?
Vraag 5
Kunt u toezeggen dat in de Nederlandse uitwerking van het NRPP de middelen voor het verbeteren van milieu en klimaat fors omhooggaan ten opzichte van de huidige begroting?
Vraag 6
Kunt u aangeven hoe u de Eerste en de Tweede Kamer de komende periode betrekt, naast de aangekondigde Kamerbrief over LVVN inzet, bij de onderhandelingen in EU verband over het nieuwe MFK en pijler 1? Kunt u ook toezeggen dat u de Kamers op een zodanige manier betrekt dat zij tijdig invloed kunnen uitoefenen op de (Nederlandse rol in de) onderhandelingen?
De Minister-President deed in een debat over de regeringsverklaring op 7 april 2026 de toezegging dat de Nederlandse veehouderij uiterlijk in 2040 dierwaardig is.5 Ook schrijft de Minister in de Tweede Kamerbrief van 8 juni over LVVN inzet in de EU dat het kabinet zich op Europees niveau zal inzetten voor dierwaardige veehouderij.6
Vraag 7
Hoe gaat u het doel van een dierwaardige veehouderij meenemen in de NRPP onderhandelingen in Europees verband?
Vraag 8
Welke Europese regelgeving voor dierenwelzijn op het boerenerf wilt u concreet verbeteren? En op welke datum zet u in voor het uitfaseren van kooihuisvestingen voor onder meer kippen en zeugen?
Vraag 9
Kunt u aangeven hoe u de Kamers betrekt bij de uitwerking van het Nederlandse NRPP? Welke stakeholders betrekt u? Betrekt u ook dierenwelzijnsorganisaties en natuur- en milieuorganisaties?
Vraag 10
Bent u het met het lid eens dat de transitie van dierlijk naar meer plantaardige eiwitten (zowel de productie als consumptie) essentieel is voor het verbeteren van de Nederlandse voedselzekerheid? Zo ja, wilt u de middelen om deze transitie te versnellen, vergroten in de volgende begrotingen en in de uitwerking van het Nederlandse NRPP?
De leden van de commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoeken u deze uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief aan de Eerste Kamer aan te bieden.
Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers over de Beleidsbrief Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2026–2027, met kenmerk 181471, ingezonden 17 juni 2026.
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
181471
1
Op pagina zeven van de brief van 24 april schrijft u over uw inzet in EU-verband. Vanaf 2028 (onder het nieuwe MFK) gaat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) op in het fonds Nationaal en Regionaal Partnerschap Plannen (NRPP). De vorige regering schreef in het BNC-fiche dat ze zich zou inzetten tegen de oormerking van GLB-geld voor degressieve areaal gebonden inkomenssteun, zodat er meer geld overblijft voor interventies voor landbouw, milieu en klimaat. Ook wilde de vorige regering zich inzetten voor afbouw en maximering van marktverstorende gekoppelde steun.
Neemt u deze standpunten van uw voorganger over in de onderhandelingen over de vorm en voorwaarden die vanaf 2028 gaan gelden?
Antwoord
Ja, ik neem deze standpunten over. Dat past bij de aangenomen motie in de Tweede Kamer van de leden Bromet en Podt (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1780) over pleiten voor vergroten van de ruimte voor ecosysteemdiensten en de landbouwtransitie door de bandbreedte voor inkomenssteun stapsgewijs te verlagen.
2
Als u dat niet doet, kunt u dan aangeven waarom niet?
Antwoord
Niet van toepassing, zie antwoord op vraag 1.
3
Wat zijn uw prioriteiten voor de onderhandelingen over pijler 1 van het MFK?
Antwoord
De Nederlandse prioriteiten over pijler 1 (NRPP) zijn beschreven in de brief «Update Nederlandse inzet volgend MFK/EMB» (Kamerstuk 22 112, nr. 4357). Hierin stelt het kabinet dat de begroting meer gericht moet worden op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Voor het kabinet geldt als uitgangspunt dat middelen uit de EU-begroting worden ingezet waar deze de grootste Europese toegevoegde waarde en grensoverschrijdende impact hebben. Om ruimte te creëren voor nieuwe prioriteiten zet het kabinet daarom in op besparingen, met name binnen pijlers 1 en 4 (Europees ambtenarenapparaat), met uitzondering van de migratie- en interne veiligheidsfondsen en de verplichte rente- en terugbetalingen van NextGenerationEU.
Het kabinet is positief over de modernere structuur en de integratie van verschillende fondsen in het NRPP, waarin conditionaliteiten sterk verankerd zijn. Het kabinet is voorstander van een meer resultaatgerichte financiering waarbij uitbetaling van middelen plaatsvindt op basis van vooraf afgesproken mijlpalen en doelstellingen. Tegelijkertijd heeft het kabinet continu aandacht voor uitvoerbaarheid en administratieve lasten van het NRPP. Daarnaast wordt ook ingezet op het behoud van een gelijk speelveld voor landbouwproducten in de EU en voldoende aandacht voor biodiversiteit en natuurherstel.
4
Kunt u aangeven wat uw prioriteiten zijn voor het Nederlandse NRPP?
Antwoord
Voor de invulling van het Nederlandse NRPP vinden momenteel de voorbereidende werkzaamheden plaats. In dit proces zal ook overleg plaatsvinden met de betrokken stakeholders, om gezamenlijk de prioriteiten te bepalen. Nederland streeft ernaar tijdig tot een werkbaar en breed gedragen plan te komen.
5
Kunt u toezeggen dat in de Nederlandse uitwerking van het NRPP de middelen voor het verbeteren van milieu en klimaat fors omhooggaan ten opzichte van de huidige begroting?
Antwoord
Op het moment is nog geen keuze gemaakt over de verdeling van de middelen onder het NRPP. Een dergelijke toezegging kan derhalve niet worden gedaan.
6
Kunt u aangeven hoe u de Eerste en de Tweede Kamer de komende periode betrekt, naast de aangekondigde Kamerbrief over LVVN inzet, bij de onderhandelingen in EU verband over het nieuwe MFK en pijler 1? Kunt u ook toezeggen dat u de Kamers op een zodanige manier betrekt dat zij tijdig invloed kunnen uitoefenen op de (Nederlandse rol in de) onderhandelingen?
Antwoord
De Kamers zullen regulier geïnformeerd worden over het verloop van de onderhandelingen middels de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad. Daarnaast informeren de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën de Kamers middels updatebrieven en de geannoteerde agenda’s van de Raad Algemene Zaken over het verloop van de MFK-onderhandelingen, waar het NRPP (pijler 1) onderdeel van uit maakt. Op deze momenten kunnen beide Kamers ook reageren op de voorgestelde inzet van het kabinet.
7
De Minister-President deed in een debat over de regeringsverklaring op 7 april 2026 de toezegging dat de Nederlandse veehouderij uiterlijk in 2040 dierwaardig is. Ook schrijft de Minister in de Tweede Kamerbrief van 8 juni over LVVN inzet in de EU dat het kabinet zich op Europees niveau zal inzetten voor dierwaardige veehouderij.
Hoe gaat u het doel van een dierwaardige veehouderij meenemen in de NRPP onderhandelingen in Europees verband?
Antwoord
Binnen de MFK-voorstellen ziet voornamelijk de GLB-verordening toe op kwesties rondom dierwaardigheid. De meest recente tekstvoorstellen voor het nieuwe GLB bieden voldoende ruimte om middelen te kunnen besteden aan de transitie naar een dierwaardige veehouderij. Ik heb me hiervoor ingezet bij de EU-onderhandelingen over het nieuwe GLB. Deze onderhandelingen lopen momenteel echter nog. Het is dus nog te vroeg om al conclusies te trekken. Daarbij wil ik wel benadrukken dat het GLB-budget beperkt is en dat de keuzes over invulling van het Nederlandse NRPP waarin het GLB zal opgaan nog gemaakt moeten worden. Dierenwelzijn wordt daar als prioriteit nadrukkelijk bij betrokken.
8
Welke Europese regelgeving voor dierenwelzijn op het boerenerf wilt u concreet verbeteren? En op welke datum zet u in voor het uitfaseren van kooihuisvestingen voor onder meer kippen en zeugen?
Antwoord
Nederland heeft reeds richting de Europese Commissie aangegeven dat de EU-wetgeving zich moet richten op een meer dierwaardige veehouderij, in principe voor alle diersoorten en categorieën die op veehouderijen voor productiedoeleinden mogen worden gehouden. Pluimvee, rundvee en varkens hebben hierbij prioriteit. Voor wat betreft het Europees uitfaseren van kooihuisvestingen voor kippen zetten we in op 2035. Voorts is de inzet dat alle kraamzeugen gehuisvest dienen te zijn in stallen met vrijloopkraamhokken per 2040.
9
Kunt u aangeven hoe u de Kamers betrekt bij de uitwerking van het Nederlandse NRPP? Welke stakeholders betrekt u? Betrekt u ook dierenwelzijnsorganisaties en natuur- en milieuorganisaties?
Antwoord
Conform het partnerschapsprincipe zijn de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen als gelijkwaardige partners reeds nauw betrokken bij de vormgeving van het NRPP. Nog dit jaar zal in partnerschap met provincies, gemeenten en sociale partners worden gestart met de inhoudelijke invulling van het NRPP. Tevens zal later dit jaar een consultatieproces van start gaan, waarin maatschappelijke partijen de ruimte zullen krijgen om input te leveren. De Tweede Kamer wordt tijdig geïnformeerd wanneer en in welke vorm dit consultatieproces zal plaatsvinden. Tevens zal de Tweede Kamer op een later moment nader worden geïnformeerd over de opzet van het NRPP en betrokken worden alvorens het plan wordt ingediend.
10
Bent u het met het lid eens dat de transitie van dierlijk naar meer plantaardige eiwitten (zowel de productie als consumptie) essentieel is voor het verbeteren van de Nederlandse voedselzekerheid? Zo ja, wilt u de middelen om deze transitie te versnellen, vergroten in de volgende begrotingen en in de uitwerking van het Nederlandse NRPP?
Antwoord
Een verschuiving naar meer plantaardige teelten voor humane consumptie kan de voedselzekerheid, specifiek het onderdeel stabiliteit, vergroten en de Nederlandse en Europese afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer, zoals soja, verminderen.
Momenteel wordt een groot deel van het Nederlandse landbouwareaal ingezet voor veevoerproductie (zoals gras, snijmaïs en granen). Via vee wordt dit omgezet in vlees en zuivel, maar deze omzetting gaat gepaard met energieverlies en is daardoor minder efficiënt dan directe productie voor menselijke consumptie.
Voor de invulling van het Nederlandse NRPP vinden momenteel de voorbereidende werkzaamheden plaats. In dit proces zal ook overleg plaatsvinden met de betrokken stakeholders, om gezamenlijk de prioriteiten te bepalen.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Steenkamp (CDA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kamerstukken II 2024/2025, 22 112, nr. 4144, pagina 3 e.v., Fiche MFK, Oprichting Europees Fonds Nationale en Regionale Partnerschap plannen.
Zie het verslag van het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring op eerstekamer.nl (Verslag van de plenaire vergadering van dinsdag 7 april 2026 - Eerste Kamer der Staten-Generaal (Handelingen nog niet beschikbaar).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-XIV-K.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.