36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026

Nr. 72 AMENDEMENT VAN HET LID BECKERMAN

Ontvangen 23 maart 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 21 Land- en tuinbouw van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 200 (x € 1.000).

II

In artikel 22 Natuur, visserij en landelijk gebied van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 200 (x € 1.000).

III

In artikel 1 Bewaking en bestrijding van dierziekten van de begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds worden het uitgavenbedrag en het ontvangstenbedrag verlaagd met € 200 (x € 1.000).

Toelichting

Dierenhulpverleners bevinden zich in de frontlinie van zoönosenbestrijding. Zij komen als eersten in contact met mogelijk besmette dieren. De medewerkers en vrijwilligers van dierenambulances worden structureel blootgesteld aan potentiële besmettingsrisico’s bij het ophalen en vervoeren van (mogelijk) besmette vogels. Bij elke melding van een roofvogel of watervogel moeten voorzorgsmaatregelen worden toegepast, waaronder persoonlijke beschermingsmiddelen en strikte hygiëneprotocollen. De extra kosten voor beschermingsmiddelen, speciale vervoersinrichting, hygiënemaatregelen, daadwerkelijk transport en dierenarts komen grotendeels terecht bij deze vrijwilligersorganisaties. Vogelgriep heeft inmiddels een structureel karakter en daarmee is ook structurele bescherming van betrokken hulpverleners vereist. De Tweede Kamer heeft reeds in 2023 uitgesproken dat structurele ondersteuning van dierenhulpverleners bij vogelgriep noodzakelijk is. Dit werd in december 2025 nog eens bevestigd tijdens het debat over vogelgriep.

Middels dit amendement wordt € 200.000 per jaar vrijgemaakt voor een structurele subsidieregeling voor de bescherming van dierenhulpverleners bij uitbraken van zoönosen (specifiek vogelgriep) gericht op preventie van besmetting en versterking van arbeidsveiligheid. Indiener beoogt derhalve structurele verwerking van de middelen. De geschatte meerkosten voor dierenhulpverleners voor deze taken zijn ruim € 400.000 per jaar. Bij een 50/50 verdeling tussen rijk en gemeenten komt de rijksbijdrage dus uit op zo’n € 200.000.

De voorgestelde middelen worden gedekt door deze in mindering te brengen op de rijksbijdrage aan het Diergezondheidsfonds. Ook dit fonds richt zich op uitbraken van zoönosen en deze middelen worden zo via een andere weg voor eenzelfde doel ingezet. Veilige ruiming door dierenhulpverleners draagt bij aan de vermindering van de verspreiding van vogelgriep en helpt daarmee onttrekkingen uit het Diergezondheidsfonds te verminderen.

Beckerman

Naar boven