36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026

Nr. 56 MOTIE VAN DE LEDEN BOOMSMA EN GRINWIS

Voorgesteld 19 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de manier waarop natuurdoelen en ambities in wetgeving worden omgezet kan leiden tot juridische fuiken die een integrale belangenafweging frustreren, en zelfs vergunningverlening voor projecten die sterk bijdragen aan natuurherstel kunnen belemmeren;

overwegende dat het goed mogelijk is om ambitieuze natuurdoelen te verwezenlijken en aan alle Europese verplichtingen te voldoen zonder onnodige juridisering;

verzoekt de regering bij het uitwerken van nieuwe natuurwetgeving, waaronder die gericht op de implementatie van de Natuurherstelverordening, de Kaderrichtlijn Water, de Habitatrichtlijn en nieuwe stikstofwetgeving, binnen ruimte die Europese regelgeving biedt:

  • te waarborgen dat bij vergunningverlening en beheer voldoende ruimte blijft voor een integrale belangenafweging;

  • ambities zodanig vorm te geven dat deze proportioneel en uitvoerbaar zijn en niet leiden tot onnodige juridisering;

  • daarbij te bezien of, naar voorbeeld van onder meer Frankrijk, bij vergunningverlening onderscheid kan worden gemaakt tussen activiteiten met een hoog en laag risico op significante effecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Grinwis

Naar boven