De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op 11 juli de genocide in Srebrenica wordt herdacht waarbij meer
dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens zijn vermoord;
constaterende dat de Kamer met de motie-Kuzu c.s. (26 122, nr. 58) en de motie-Nordkamp c.s. (30 139, nr. 288) het kabinet eerder heeft verzocht zich actief in te zetten voor de realisatie van
een nationale herdenkingsplek;
overwegende dat dat monument de nabestaanden en de Bosnisch-Nederlandse gemeenschap
een plek biedt ter samenkomst en herdenking, alsmede een plek voor blijvende educatie
over de genocide in Srebrenica;
voorts overwegende dat het monument ook waardevol is voor veteranen;
constaterende dat op het Churchillplein in Den Haag een tijdelijke plaatsmarkering
is geplaatst en dat voor de realisatie van het monument de stichting Nationaal Monument
Srebrenica Genocide «95 een crowdfunding en ontwerpwedstrijd zal organiseren, waarbij
er ook samenwerking heeft plaatsgevonden met Dutchbat III-veteranen;
van mening dat het te prijzen zou zijn indien de rijksoverheid een bijdrage zou doen
om de totstandkoming van het monument te ondersteunen en te bespoedigen;
verzoekt de regering zich onverminderd in te zetten voor de spoedige totstandkoming
van een permanente herdenkingsplek voor de genocide in Srebrenica, hierbij samen te
werken met de relevante partijen, actief mee te werken aan een gedegen plan, en ook
gezamenlijk financieel bij te dragen aan de stichting Nationaal Monument Srebrenica
Genocide «95, waarbij het doel is dat met deze bijdrage spoedig de eerste stappen
voor de realisatie van het monument kunnen worden bekostigd,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Baarle
Piri
Dobbe
Belhirch
Van Lanschot
Dassen
Struijs
Bikker
Kostic
Teunissen