36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Nr. 109 MOTIE VAN HET LID BOOMSMA

Voorgesteld 12 februari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in de academische wereld al geruime tijd zorgen worden geuit over een gebrek aan pluriformiteit, met name in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen;

overwegende dat het voor de academische vrijheid, die is verankerd in artikel 1.6 van de Wet op het hoger onderwijs, van groot belang is dat er voldoende ruimte blijft voor ongebonden onderzoek, met ook voldoende vrijheid om de consensus te bevragen;

van mening dat academische vrijheid gebaat is bij wetenschap zonder taboes, omdat het gevaar altijd op de loer ligt dat dominante opvattingen onvoldoende worden uitgedaagd;

overwegende dat het gepresenteerde coalitieakkoord voorstelt om de budgetten voor onderwijs en onderzoek te verhogen;

verzoekt het kabinet bij de Voorjaarsnota met een voorstel te komen over het vergroten en waarborgen van de academische vrijheid door meer ruimte te bieden voor ongebonden onderzoek, en een deel van het budget voor wetenschappelijk onderzoek ten goede te laten komen aan onderzoek dat dominante invalshoeken of narratieven onderzoekt en/of bevraagt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Naar boven