36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Nr. 104 MOTIE VAN HET LID ARMUT C.S.

Voorgesteld 12 februari 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inspectie werkt met het Onderwijsresultatenmodel;

constaterende dat een van de vier indicatoren in het Onderwijsresultatenmodel de positie is van de leerling in leerjaar 3 in het voortgezet onderwijs ten opzichte van het basisschooladvies;

constaterende dat als de positie van de leerling anders is dan het basisschooladvies dit tot een negatieve(re) score voor de middelbare school kan leiden;

overwegende dat er gegronde redenen kunnen zijn waarom er gekozen wordt voor een praktische opleiding of anderszins passende onderwijsroute;

overwegende dat in 2027 een grondige herziening van de onderzoekkaders en hierdoor ook van het Onderwijsresultatenmodel gepland staat;

verzoekt de regering bij de herziening van de onderzoekkaders en het Onderwijsresultatenmodel het feit dat de keuze voor een andere onderwijsroute kan leiden tot een negatieve(re) score mee te nemen en te onderzoeken of dit kan worden bijgesteld in de nieuwe onderzoekkaders,

en gaat over tot de orde van de dag.

Armut

Rooderkerk

Boomsma

Beckerman

Claassen

Ceder

Moorman

Naar boven