De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000).
II
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.000 (x € 1.000).
Toelichting
Bij de behandeling van de J&V-begroting 2025 is met steun van D66, PVV, VVD, GL-PvdA,
CDA, JA21, BBB, DENK, SGP, PvdD, SP en Volt de motie Ceder/Bikker (36 600 VI, nr. 103) aangenomen, waarin het kabinet werd verzocht in te zetten op een adequate financiering
van het Platform ondermijning kleine zeehavens. Dit in het licht van de drugs- en
ondermijningsproblematiek rond zeehavens, die door sterkere handhaving bij grote havens
steeds meer verplaatst naar kleinere zeehavens. Inmiddels is een gericht plan van
aanpak opgesteld door de verschillende gemeenten, inclusief een overkoepelende programmaorganisatie.
Bij de uitvoering van de motie Ceder/Bikker heeft het ministerie weliswaar een paar
ton uitgetrokken, maar dit is niet de door de Kamer verzochte «adequate financiering»
die nodig is om dit project te laten slagen. Zo is er nu bijvoorbeeld geen geld voor
camera’s die in- en uitgaande schepen monitoren en de inzet van andere technische
hulpmiddelen. Belangrijker, ook financiering voor specifieke acties in de zeehavens
zelf – de inzet van een politieboot bijvoorbeeld – is nu niet beschikbaar. Indieners
achten deze opstelling onverstandig, en stellen met dit amendement 3 miljoen euro
beschikbaar zodat de aanpak van drugscriminaliteit en (drugs gerelateerde) ondermijning
in kleine zeehavens adequaat gefinancierd van start kan gaan, conform het eerdere
verzoek van de Kamer.
Dekking voor dit amendement wordt gevonden in de verwachte onderuitputting op het
ondermijningsbudget. Bij dit budget is het in de afgelopen jaren (2023, 2024 en 2025)
structureel minimaal 10 procent van de begrote middelen niet tot besteding gekomen.
Dit leidde tot onderuitputting van respectievelijk 95, 99 en 86 miljoen euro. Het
Ministerie van Financiën schrijft dan ook dat «een besparing [kan] worden gerealiseerd
van 20 miljoen euro structureel».1 Dit laatste beogen indieners expliciet niet, daar zij de aanpak van ondermijning
van groot belang vinden, en willen dat deze middelen tot volledige besteding komen.
Evenwel denken zij dat een beperkte inzet van de verwachte onderuitputting in 2026
inpasbaar is. Indieners roepen de regering op de adequate financiering van het Platform
ondermijning kleine zeehavens in de toekomst structureel te verwerken in de begroting.
Bikker Coenradie Diederik van Dijk