Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-V nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36800-V nr. E |
Ontvangen 11 mei 2026
Graag bied ik uw Kamer hierbij de nota aan naar aanleiding van het verslag van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Europese Zaken inzake de Vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026.
Inleiding
De leden van de fractie van BBB hebben met belangstelling kennisgenomen van de Begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2026. Naar aanleiding van deze begrotingsstaat leggen zij de volgende vragen aan de regering voor.
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het begrotingswetsvoorstel en wensen naar aanleiding hiervan de regering enkele vragen te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
1) Op 25 maart 2026 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie A/80/L.481 aan, inhoudende de «United Nations Declaration of the Trafficking of Enslaved Africans and Racialized Chattel Enslavement of Africans as the Gravest Crime against Humanity».
De tekst was voorgesteld door de Afrikaanse Unie en werd verdedigd door de Minister van Buitenlandse Zaken van Ghana. De resolutie werd aangenomen met 123 stemmen voor, 3 tegen en 52 onthoudingen, waaronder Nederland.
De resolutie merkt de trans-Atlantische slavenhandel en de Afrikaanse slavernij in Noord- en Zuid-Amerika aan als de «ernstigste misdaad tegen de mensheid vanwege de definitieve breuk in de wereldgeschiedenis, de omvang, de duur, het systematisch karakter, de brutaliteit en de blijvende gevolgen die de levens van alle mensen blijven bepalen door middel van op ras gebaseerde regimes van arbeid, eigendom en kapitaal.»2
Deze resolutie – zo stellen de leden van de BBB-fractie –
a) gaat voorbij aan een groot deel van de slavernijgeschiedenis, namelijk de slavenhandel in de islamitische wereld, die aanzienlijk langer duurde en veel omvangrijker was dan de trans-Atlantische slavenhandel;
Deelt de regering de mening van deze leden, en zo nee, waarom niet?
Heeft Nederland bij de beraadslagingen in de Algemene Vergadering aandacht gevraagd voor slavernij die tot op heden bestaat in delen van Afrika en het Midden-Oosten, en zo nee, waarom niet?
Antwoord
De resolutie richt zich specifiek op de trans-Atlantische slavenhandel en de historische en hedendaagse gevolgen daarvan. Het staat een indiener van een resolutie in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in dit geval Ghana, vrij zelf een thematische focus te kiezen. Nederland onderschrijft dat alle vormen van slavernij en slavenhandel, waar ook, ernstige misdrijven en grove schendingen van de menselijke waardigheid zijn. In de beraadslagingen in de Algemene Vergadering heeft Nederland zich gericht op de inhoud van de voorliggende resolutie en de daarbij relevante juridische en beleidsmatige aspecten.
b) schept een onterechte hiërarchie onder misdaden tegen de menselijkheid en plaatst dientengevolge de Holocaust op een lager niveau dan de slavenhandel, wat volgens de leden van de BBB-fractie neerkomt op bagatellisering van de Holocaust;
– Deelt de regering deze mening, en zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet acht het onwenselijk om verschillende misdrijven tegen de menselijkheid in een rangorde te plaatsen. Daarmee is niet gezegd dat deze resolutie beoogt andere historische gruweldaden te bagatelliseren, maar wel dat het kabinet de gekozen formulering juridisch en principieel onjuist acht en zich daarom kritisch heeft opgesteld. Het kabinet heeft desondanks niet tegen de resolutie gestemd, omdat de tekst ook onderdelen bevat die het kabinet onderschrijft.
c) stelt in dictum 6: «claims for reparations represent a concrete step towards remedying historical wrongs against Africans and people of African descent,»3 waardoor de ware intentie van de indieners aan het licht komt, namelijk het verkrijgen van (omvangrijke) herstelbetalingen van Westerse landen;
Hoe gaat de regering garanderen dat deze resolutie op geen enkele wijze zal leiden tot financiële verplichtingen (in de vorm van herstelbetalingen) voor Nederland?
Acht de regering het rechtvaardig dat huidige Nederlandse belastingbetalers financieel aansprakelijk worden gehouden voor historische gebeurtenissen waaraan zij part noch deelhadden, en zo ja waarom?
Antwoord
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland tot het bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen. Het kabinet heeft zich bovendien expliciet uitgesproken tegen passages die zouden kunnen suggereren dat sprake is van een juridische verplichting tot het bieden van rechtsherstel, inclusief herstelbetalingen.
Gelet op deze zwaarwegende bezwaren door de leden van de BBB-fractie tegen deze resolutie ingebracht rijst bij hen de vraag waarom de regering niet heeft besloten tegen deze resolutie te stemmen. Wil de regering dat met kracht van argumenten inzichtelijk maken?
Antwoord
Het kabinet heeft zich, samen met 51 andere landen waaronder alle EU lidstaten, onthouden van stemming. Deze keuze is gemaakt omdat de resolutie enerzijds elementen bevat die het kabinet onderschrijft, namelijk de erkenning van de bijzondere ernst van het slavernijverleden en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking daarvan in het heden. Het kabinet zet zich in voor blijvende aandacht voor dit verleden, onder meer via erkenning, herdenken en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden, bijvoorbeeld door middel van maatschappelijke dialoog, aanpassingen in het onderwijs en de bestrijding van racisme en discriminatie. Anderzijds bevat de resolutie ook onderdelen waar wij principiële en juridische bezwaren tegen hebben, waaronder het aanbrengen van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die daaraan worden verbonden. Zowel betrokkenheid bij het onderwerp als de bezwaren tegen specifieke onderdelen zijn door middel van een onthouding inclusief stemverklaring duidelijk gemaakt.
2) Op 28 januari 2026 zonden de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Buitenlandse Zaken een brief aan de Tweede Kamer met betrekking tot de aanpak van de Russische schaduwvloot. Daarin vermeldden zij het volgende: «Het kabinet werkt (daarom) aan een nationale strategie voor de aanpak van de schaduwvloot. Er wordt met spoed gewerkt aan het versterken en robuuster maken van de Nederlandse wetgeving die gebruikt kan worden om schepen aan te houden.»4
Wil de regering, mede in het licht van de op 4 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen motie (nr. 56) van het lid De Roon, strekkende tot harder optreden tegen schepen van de Russische schaduwvloot,5 berichten welke stappen zijn gezet teneinde tot onderzoek en eventuele inbeslagname van die schepen te komen?
Antwoord
Het kabinet heeft sinds de brief aan de Kamer van 28 januari jl. over de stand van zaken aanpak schaduwvloot gewerkt aan het wetgevingstraject dat de handelingsopties voor een robuuster optreden mogelijk moet maken. Het streven is in ieder geval voor het zomerreces spoedwetgeving naar de Raad van State te zenden en na het zomerreces deze aan uw Kamer voor te leggen.
3) Het Nederlandse Arctische beleid is neergelegd in de beleidsnota «Nederlandse Polaire Strategie 2021–2025, Beslagen ten IJs.»6
In het voorjaar van 2026 hebben zich ingrijpende ontwikkelingen voorgedaan in het Arctisch gebied, zoals onder andere de publiek gemaakte politieke voornemens van de Verenigde Staten met betrekking tot Groenland en de daaropvolgende gezamenlijke actie van een aantal NAVO-landen in het Arctisch gebied.
Tevens blijkt al langere tijd dat Rusland en China hun inspanningen opvoeren om hun invloed in dat gebied uit te breiden. Zo heeft Rusland zijn Noordelijke Vloot opgewaardeerd tot een (vijfde) militair district en een Arctische strategie uitgebracht met als doelen het bevorderen van de exploitatie van grondstoffen en van het ontwikkelen van een Noordelijke Zeeroute.
Wil de regering zo snel mogelijk een nieuwe Nederlandse Polaire Strategie voor de komende vier tot vijf jaar formuleren en in een beleidsnota vervatten? Wil de regering zich daarbij, gelet op het strategisch belang van dat gebied, in het bijzonder richten op bestaande en te verwachten militaire ontwikkelingen en dreiging(en)?
Antwoord
Het kabinet streeft ernaar om uw Kamer de Nederlandse Polaire Strategie 2026–2030 nog voor de zomer te doen toekomen. Ten opzichte van de vorige strategie zal hierin meer aandacht zijn voor de veranderende geopolitieke situatie en veiligheid in met name het noordpoolgebied, naast blijvende aandacht voor klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteit, duurzame economische ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek.
4) Welke ambities heeft de regering om meer organisaties dan thans het geval is als terroristisch aan te merken? Te denken valt aan de Moslim Broederschap; zal naar deze organisatieonderzoek naar worden gedaan? Is (of zal) hierover overleg (worden) gepleegd met andere EU-lidstaten, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en/of landen in het Midden-Oosten?
Antwoord
Conform eerdere toezegging aan de Kamer zet het kabinet in op een voortrekkersrol voor Nederland op het gebied van het hervormen van het EU Terrorismesanctieregime. De EU heeft in februari jl. aangekondigd dit sanctieregime te versterken, o.a. door de toevoeging van een inreisverbod voor te listen individuen. Voor plaatsing op de Europese terrorismelijst moet worden voldaan aan de juridische vereisten en het uitgangspunt van unanimiteitsbesluitvorming.
Er is doorlopend contact met andere landen over het voordragen van organisaties of individuen voor de EU Terrorismesanctielijst. Over individuele listingsvoorstellen worden geen uitspraken gedaan, dit schaadt namelijk de effectiviteit van sancties en kan onze diplomatieke belangen raken.
5) De leden van de BBB-fractie begrijpen dat er wordt gewerkt aan een actualisatie van de Sanctiewet 1977. Welke verplichtingen staan er voor de regering in die geactualiseerde wet om zelf onderzoek te doen of zij meer landen, organisaties of personen sancties wil opleggen? Staat in die wet ook dat burgers, ngo’s of bedrijven de regering kunnen verzoeken om onderzoek te doen? Zo niet, is de regering bereid te overwegen deze twee elementen in de Sanctiewet op te nemen? Zo niet, waarom niet?
Antwoord
De regering verwijst de leden van de BBB-fractie graag naar de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen die de regering 12 februari jl. aanbood aan het parlement. Het wetsvoorstel ziet niet op de ontwikkeling van voorstellen voor nieuwe sanctiemaatregelen. Het wetsvoorstel vervangt de huidige Sanctiewet 1977 die thans de schakel vormt tussen internationale sanctiemaatregelen, m.n. Europese sancties, en de nationale uitvoering. Het wetsvoorstel beoogt het Nederlandse sanctiestelsel te moderniseren, en introduceert daartoe onder andere meer mogelijkheden voor bestuursrechtelijke handhaving, een Centraal Meldpunt Sancties, verbeterde grondslagen voor informatie-uitwisseling en een regeling voor beheer en bewind van bepaalde bevroren tegoeden en economische middelen.
6) Welke staatsaandelen en beleidsdeelnemingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken? Hoeveel is de totale waarde daarvan? Zijn deze allemaal de afgelopen (vijf) jaren geëvalueerd of en in hoeverre deze nog in het Nederlands belang zijn? En of het Nederlands belang niet beter is gediend met verkoop? Zo niet, wil de regering dit alsnog aanvullen? Stuurt de regering deze evaluaties ook altijd naar de Eerste Kamer, en zo niet: wil zij dat vanaf nu wel doen, zo vragen de leden van de BBB-fractie.
Antwoord
Op de begroting voor Buitenlandse Zaken (Artikel 3, Effectieve Europese Samenwerking) staan Nederlandse aandelen en garanties bij één regionale ontwikkelingsbank, de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB). Het aandeelhouderschap bestaat uit een combinatie van ingelegd kapitaal (paid-in capital) en oproepbaar kapitaal (callable capital). In het overzicht risicoregelingen in de begroting wordt gerapporteerd over de totale waarde van dit kapitaal, ca. EUR 287 miljoen waarvan het grootste deel oproepbaar kapitaal. Deze aandelen zijn geen staatsdeelnemingen of beleidsdeelnemingen, en zij vallen niet onder het deelnemingenbeleid van het Rijk.
De Nederlandse doelstellingen van de financiering via ontwikkelingsbanken zijn onder meer de versterking van internationale financiële stabiliteit, duurzame groei in partnerlanden en een stabieler internationaal economisch speelveld. De CEB draagt ook bij aan de wederopbouw van Oekraïne (o.a. huisvesting, energie, onderwijs en gezondheidszorg). Daarnaast kan betrokkenheid bij deze banken kansen bieden voor Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven.
De beoordeling van deze inzet verloopt niet via het deelnemingenkader, maar via de reguliere begrotings- en evaluatiesystematiek. Over Artikel 3 van de Buitenlandse Zaken begroting wordt periodiek gerapporteerd op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Nederlandse inzet in de Europese samenwerking in de Europese Unie. Voor de periode 2016–2023 is voor Artikel 3 een periodieke evaluatie uitgevoerd en in mei 2025 met de Tweede Kamer gedeeld. De periodieke rapportage bestrijkt het hele Artikel 3 m.b.t. de CEB waren er geen aanbevelingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie
Kan de regering aangeven op welke wijze de actuele gespannen situatie in het Midden-Oosten kan leiden tot een positiebepaling die meer aansluit bij de positie van Nederland als thuisbasis van het internationaal gerechtshof in relatie tot overtredingen van internationale conventies?
Antwoord
Nederland roept alle partijen op de weg in te slaan naar onderhandelingen voor een diplomatieke duurzame oplossing en verdere escalatie te voorkomen. Nederland staat daarover ook veelvuldig in contact met alle betrokken partijen en de landen in de regio. Elk militair optreden moet binnen de kaders van het internationaal recht plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht voor het gebruik van geweld door staten, moet worden gerespecteerd. Het kabinet vraagt steevast aandacht voor de bescherming van burgers en respect voor het internationaal recht. Dit alles is passend bij de Nederlandse positie als gastland van de internationale hoven en tribunalen.
Zien de leden van de fractie van Partij voor de Dieren het juist dat de inzet van de regering eerder gericht lijkt te zijn op deelname aan de vijandelijkheden dan op de-escalatie en diplomatieke oplossingen? Zo nee, waaruit bestaat die inzet tot de-escalatie en diplomatie dan?
Antwoord
Nee. Zie de beantwoording van bovenstaande vraag.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen
United Nations, «Declaration of the Trafficking of Enslaved Africans and Racialized Chattel Enslavement of Africans as the Gravest Crime against Humanity», A/80/L.48, https://docs.un.org/en/A/80/L.48.
«Nederlandse Polaire Strategie 2021–2025», Bijlage bij: Kamerstukken II, 2020–2021, 35 570 V, nr. 65
United Nations, «Declaration of the Trafficking of Enslaved Africans and Racialized Chattel Enslavement of Africans as the Gravest Crime against Humanity», A/80/L.48, https://docs.un.org/en/A/80/L.48.
«Nederlandse Polaire Strategie 2021–2025», Bijlage bij: Kamerstukken II, 2020–2021, 35 570 V, nr. 65
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36800-V-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.