De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 250 (x € 1.000).
II
In artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 250 (x € 1.000).
Dit amendement ziet toe op het overhevelen van € 250.000 binnen de beschikbare begrotingsruimte
ten behoeve van de ondersteuning van organisaties die zich inzetten voor de bescherming
en bijstand van de Oeigoerse bevolking, die al jaren wordt geconfronteerd met ernstige
mensenrechtenschendingen, zoals bijvoorbeeld Human Rights Watch en de Coalition to
End Forced Labour in the Uyghur Region.
Uit rapportages van de Verenigde Naties en internationale mensenrechtenorganisaties,
waaronder de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), blijkt dat in de regio Xinjiang
sprake is van grootschalige dwangarbeid, in het bijzonder in sectoren als katoen,
textiel en industriële productie. Producten die onder deze omstandigheden tot stand
komen, vinden via internationale handelsketens hun weg naar de Europese markt.
De Europese Unie heeft inmiddels een verordening aangenomen die producten die met
dwangarbeid zijn vervaardigd van de interne markt moet weren. Deze verordening treedt
naar verwachting in 2027 in werking. De effectiviteit van deze verordening zal in
belangrijke mate afhangen van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie, documentatie
van misstanden en de ondersteuning van slachtoffers.
Organisaties die Oeigoeren bijstaan spelen een cruciale rol bij het documenteren van
dwangarbeid, het ondersteunen van slachtoffers en het leveren van expertise die noodzakelijk
is voor effectieve handhaving van mensenrechtennormen. Tegelijkertijd staan juist
deze organisaties onder druk en beschikken zij vaak over beperkte middelen.
Met dit amendement draagt de indiener bij aan de versterking van internationale mensenrechtenbescherming
en aan een zorgvuldige voorbereiding op de Europese aanpak van producten die met dwangarbeid
zijn vervaardigd. Het voorgestelde bedrag van € 250.000 is doelgericht en passend
binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid.
De dekking van dit amendement wordt gevonden binnen de begroting van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Het verplichtingen- en uitgavenbudget van artikel 1.2 (Bescherming
en bevordering van mensenrechten) wordt verhoogd.
De indiener is van mening dat deze uitgaven kunnen worden gedekt binnen de niet-juridisch
verplichte middelen van artikel 1 van de begroting Buitenlandse Zaken, door inzet
van de middelen die binnen dit artikel reeds zijn gereserveerd voor het mensenrechtenbeleid.
Deze inzet past binnen de bestaande beleidsdoelstellingen van het kabinet om mensenrechten
van kwetsbare groepen te bevorderen en vergt uitsluitend een nadere invulling binnen
de bestaande beleidsruimte, zonder dat juridisch verplichte uitgaven worden geraakt.