Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Naar aanleiding van de vragen van het Kamerlid Piri (GL-PvdA) tijdens het commissiedebat
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 16 april 2026 heb ik toegezegd uw Kamer per brief te
informeren over het besluit van het kabinet om de motie-Piri1 vooralsnog in beraad te houden, hangende de uitspraak van de Hoge Raad in het cassatieberoep
van 42 extern ingehuurde Afghaanse ambassadebewakers.2
Op 2 december 2025 heeft uw Kamer een motie van het Kamerlid Piri aangenomen waarin
zij het kabinet verzoekt om «de gedane toezeggingen van het toenmalige kabinet na
te komen en de veilige overbrenging van Afghaanse bewakers, inclusief hun directe
gezinnen, naar Nederland per direct te realiseren.»3 Het vorige kabinet heeft op 29 december 2025 gecommuniceerd dat zij de motie, hangende
de uitspraak van de Hoge Raad, in beraad zou houden.4 Ook het huidige kabinet heeft op 15 april 2026, in de beantwoording van vragen van
de Eerste Kamer, laten weten de motie in beraad te houden.5
Het kabinet heeft besloten de uitspraak van de Hoge Raad af te wachten omdat de uitkomst
van de lopende rechtszaak sturend is voor het handelingsperspectief van het kabinet.
Het kabinet wil graag eerst juridische duidelijkheid van de Hoge Raad alvorens een
besluit te nemen over de opvolging van de motie-Piri. Het kabinet is er zich van bewust
dat dit besluit onzekerheid oplevert voor de betrokken voormalige Afghaanse bewakers
en hun gezinnen. Om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen, ook voor alle betrokkenen,
heeft het kabinet ingestemd met een versnelde behandeling van het cassatieberoep.
De uitspraak van de Hoge Raad wordt begin volgend jaar verwacht.
Tot slot onderstreept het kabinet graag dat het sinds 15 augustus 2021 een grote inspanning
heeft geleverd in het overbrengen van Afghanen die, in verschillende hoedanigheden,
hebben bijgedragen aan de Nederlandse inzet in Afghanistan. In samenwerking met verschillende
departementen en in een complexe context zijn ruim 4.600 Afghanen overgebracht naar
Nederland.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen