36 800 M Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026

Nr. 5 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 januari 2026

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

De begrotingsstaat van het Klimaatfonds (M) voor het jaar 2026 komt te luiden:

Vastgestelde begrotingsstaat van het Klimaatfonds (M) voor het jaar 2026 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Beleidsartikelen

478.163

478.163

0

1

Kernenergie

0

0

0

2

CO2- vrije gascentrales

0

0

0

3

Energie-infrastructuur

36.000

36.000

0

4

Vroege fase opschaling

54.598

54.598

0

5

Verduurzaming Industrie en innovatie mkb

311.549

311.549

0

6

Verduurzaming gebouwde omgeving

76.016

76.016

0

7

Onverdeeld

0

0

0

Toelichting

Algemeen

Met deze nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2026 van het Klimaatfonds wordt de begrotingsstaat van het Klimaatfonds (M) gewijzigd in verband met het overhevelen van Klimaatfondsmiddelen naar het Ministerie van IenW voor de maatregel Stopcontact op Land. Conform de afspraak uit het Meerjarenprogramma 2026 Klimaatfonds worden de middelen via een nota van wijziging overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van IenW omdat in voldoende mate aan de gestelde voorwaarde is voldaan.

Onderdeel A

Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

De financiële reeks voor Stopcontact op Land loopt van 2026 tot en met 2032 en bedraagt in totaal € 65,5 miljoen. De laatste jaren, 2031 en 2032, vallen buiten de meerjarenperiode en zijn daarom niet zichtbaar in ondestaande tabellen. De meerjarige doorwerking van verplichtingen en uitgaven met betrekking tot het gewijzigde beleidsartikel 3 komt er als volgt uit te zien:

Tabel 1 Meerjarige doorwerking verplichtingen (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

3

Energie-infrastructuur

         
 

Stand vóór nota van wijziging

37.900

334.367

330.567

487.066

220.500

 

Overhevelingen IenW

– 1.900

– 9.300

– 8.500

– 12.500

– 10.500

 

Stand na nota van wijziging

36.000

325.067

322.067

474.566

210.000

             

Totaal

Klimaatfonds

         
 

Stand vóór nota van wijziging

480.063

1.692.543

2.195.956

2.592.200

2.091.459

 

Mutaties artikel 3

– 1.900

– 9.300

– 8.500

– 12.500

– 10.500

 

Stand na nota van wijziging

478.163

1.683.243

2.187.456

2.579.700

2.080.959

Tabel 2 Meerjarige doorwerking uitgaven (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

             

3

Energie-infrastructuur

         
 

Stand vóór nota van wijziging

37.900

334.367

330.567

487.066

220.500

 

Overhevelingen IenW

– 1.900

– 9.300

– 8.500

– 12.500

– 10.500

 

Stand na nota van wijziging

36.000

325.067

322.067

474.566

210.000

             

Totaal

Klimaatfonds

         
 

Stand vóór nota van wijziging

480.063

1.692.543

2.195.956

2.592.200

2.091.459

 

Mutaties artikel 3

– 1.900

– 9.300

– 8.500

– 12.500

– 10.500

 

Stand na nota van wijziging

478.163

1.683.243

2.187.456

2.579.700

2.080.959

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Artikel 3 Energie-infrastructuur

Overheveling IenW: Stopcontact op Land

Bij Stopcontact op Land gaat het om het behouden van de huidige netaansluitingen en het realiseren van een aansluiting op verzorgingsplaatsen (tankstations langs de snelwegen). Vanuit efficiencyoverwegingen en ten behoeve van het voorkomen van extra netverzwarende activiteiten dient daarbij de aanleg en het beheer van het stopcontact door het Rijk te gebeuren. Rijkswaterstaat is de uitvoerder van deze maatregel. Deze maatregel is nodig en randvoorwaardelijk om invulling te kunnen geven aan de verwachte vermogensvraag op de verzorgingsplaatsen. Voor het behouden van bestaande aansluitingen en de aanvraag van toekomstbestendige netaansluitingen moeten in het eerste kwartaal van 2026 middelen beschikbaar komen. Stopcontact op Land staat als toekenning onder voorwaarde gereserveerd in het Klimaatfonds. Op dit moment wordt in voldoende mate aan de voorwaarden voldaan waardoor de middelen worden toegekend en overgeheveld naar IenW. Dit is in overeenstemming met de afspraken in het Meerjarenprogramma 2026.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Naar boven