36 800 IX Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026

E MOTIE VAN HET LID VAN ROOIJEN

Voorgesteld 12 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kwaliteit van wetgeving onder meer veronderstelt dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal als medewetgever voldoende tijd heeft om zich een afgerond oordeel te kunnen vormen over voorliggende wetsvoorstellen;

overwegende dat de ervaring leert dat dit niet voldoende het geval is bij voorstellen die voortvloeien uit de op Prinsjesdag bij de Tweede Kamer ingediende Rijksbegroting en die op 1 januari van het nieuwe begrotingsjaar in het Staatsblad dienen te worden gepubliceerd;

overwegende dat door die tijdsdruk de Eerste Kamer der Staten-Generaal haar taak om deze voorstellen zorgvuldig te toetsen niet naar behoren kan uitoefenen;

verzoekt de regering om het indienen van de Rijksbegroting structureel enige maanden eerder te doen plaatsvinden en mitsdien Prinsjesdag te verplaatsen naar een vaste dag in mei;

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Rooijen

Naar boven