Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Sinds de ondertekening van de Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen is
door de Uitvoeringsorganisaties van de Caribische Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten
en de Tijdelijke Werkorganisatie van mijn ministerie gewerkt aan het ondersteunen,
begeleiden en monitoren van de hervormingen uit de Landspakketten. De voortgang van
deze hervormingen wordt beschreven in de halfjaarlijkse Uitvoeringsagenda’s en -rapportages.
In december 2025 zijn de vastgestelde Uitvoeringsagenda’s en -rapportages Aruba en
Sint Maarten over de periode 1 oktober 2025 tot en met 31 maart 2026 reeds aan uw
Kamer toegezonden.1 Inmiddels is ook de Uitvoeringsagenda en -rapportage voor Landspakket Curaçao over
deze periode door de Minister-President van Curaçao, de heer Pisas, en mijzelf vastgesteld
en ondertekend.
Uit de Uitvoeringsagenda en -rapportage blijkt dat Curaçao in de afgelopen periode
een aantal goede stappen vooruit heeft gezet in de uitvoering van het Landspakket,
bijvoorbeeld op het gebied van ondernemerschapsklimaat en economische strategie en
door verbetering van de shared-service organisatie. Anderzijds zijn grote stelselveranderingen
op het gebied van sociale zekerheid, zorg, onderwijs, belastingen en overheidsorganisatie
nog maar beperkt tot uitvoering gekomen.
Over deze vertragingen, de gevolgen, en de wijze waarop Nederland nog kan ondersteunen
vóór het formele einde van de Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen in
april 2027 onderhoud ik contact met de Minister-President van Curaçao.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van Marum