Inleidende opmerkingen
Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie
voor Binnenlandse Zaken tot Vaststelling van de begrotingsstaten van de overige Hoge
Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) voor het jaar
2026. We danken de leden voor hun inbreng en gaan graag in op de in het verslag gestelde
vragen.
In deze nota zijn de vragen en opmerkingen uit het verslag integraal opgenomen in
cursieve tekst en de beantwoording van de vragen in gewone typografie. Daarbij is
de volgorde van het verslag aangehouden.
1. Inleiding
De leden van de fracties van PvdD en Volt hebben met belangstelling kennisgenomen van de begrotingsstaat overige Hoge Colleges
van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad 2026 (Voorjaarsnota). Voor
de leden van de fractie van de PvdD was dit aanleiding tot het maken van de volgende
opmerkingen en het stellen van de volgende vragen, mede namens de leden van de fractie
van Volt. Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers sluit zich aan bij alle vragen.
2. Beleidsartikelen
In de jaarverslagen van de Raad van State wordt al jaren achtereen geklaagd over een
tekort aan juristen die nodig zijn om de taken van de Afdeling advisering en de Afdeling
bestuursrechtspraak uit te voeren. Kunt u aan de leden van de fracties van PvdD en
Volt aangeven hoeveel formatieplaatsen van juristen benodigd zijn om die taken uit
te voeren en hoeveel er op dit moment vacant zijn? Geldt het personeelsgebrek zowel
voor de adviestaken als voor de rechtspraak?
Van de Raad van State heb ik begrepen dat er de afgelopen periode meer juristen bestuursrechtspraak
zijn aangenomen dan vertrokken, maar ook dat er nog steeds een tekort is. Er is dus
nog steeds behoefte aan meer juristen voor de ondersteuning van de staatsraden van
de Afdeling bestuursrechtspraak bij het afdoen van zaken. Van het aantal op dit moment
niet bezette formatieplaatsen ben ik niet op de hoogte. Wel constateer ik dat het
aantal juristen bestuursrechtspraak in 2025 gegroeid is ten opzichte van het jaar
ervoor, namelijk. 289 in 2025 en 252 in 2024 (zie jaarverslagen over 2024 en 2025).
In de eerste suppletoire begroting 2025 is er 5 miljoen euro, oplopend tot 12 miljoen
euro in 2028 vrijgemaakt voor de Afdeling bestuursrechtspraak.
De doorlooptijden bij de Afdeling bestuursrechtspraak nemen niet af. Kan de regering
aan deze leden toelichten of dit mede te wijten is aan het personeelsgebrek?
In 2025 is in meer zaken uitspraak gedaan dan er nieuwe zaken zijn binnengekomen.
De voorraad zaken is dus gedaald.
De gemiddelde doorlooptijd van zaken in 2025 is blijkens het jaarverslag 36 weken.
Deze doorlooptijd is minder sterk opgelopen dan in voorgaande jaren (zie cijfers uit
jaarverslagen).
Deelt de regering het oordeel van deze leden dat vanuit rechtsstatelijk oogpunt het
vereist is om de doorlooptijden terug te brengen? Komt het voor dat het de Afdeling
bestuursrechtspraak niet lukt om uitspraak te doen binnen de «redelijke termijn» die
op grond van artikel 5 lid 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
in acht moet worden genomen?
Berechting binnen een redelijke termijn is een kernelement van het recht op een eerlijk
proces (artikel 17 Grondwet, artikel 6 EVRM, artikel 47 EU-Handvest en artikel 14
IVBPR). De reden daarvoor is dat de mate van onzekerheid waarmee een procespartij
in een geschil kampt zoveel mogelijk moet worden beperkt (Kamerstukken II 2015/16, 34 517, nr. 3, par. 7.3). Daarnaast is berechting binnen een redelijke termijn noodzakelijk voor
de effectiviteit en geloofwaardigheid van de rechtspraak. Of de redelijke termijn
is overschreden, is contextafhankelijk en moet door de rechter in een concrete zaak
worden beoordeeld. Wel kan in algemene zin worden gezegd dat het, gelet op de genoemde
redenen, wenselijk is dat de doorlooptijden waar mogelijk worden teruggebracht.
Het komt af en toe voor dat niet kan worden voldaan aan de redelijke termijn die wordt
bedoeld in – naar wordt aangenomen – artikel 6 Europees verdrag van de Rechten van
de Mens (EVRM).
Kan de regering aan deze leden aangeven welke maatregelen zij op het oog heeft om
het tekort aan juristen weg te werken? Is het mogelijk om juristen die bij de Raad
van State komen werken financieel extra te belonen?
De Raad van State gaat zelf over de maatregelen om het tekort aan juristen weg te
werken.
Kan de regering toelichten of een door de Raad van State zelf georganiseerde opleiding
kan voorzien in het aantrekken van voldoende personeel, als het probleem is dat juristen
die belangstelling hebben voor een aanstelling van de afdelingen niet voldoende opgeleid
zijn om de taken op het gebied van wetgeving of rechtspraak te verrichten? Is de regering
bereid dat te financieren? Welke andere oplossingen zijn mogelijk?
De Raad van State trekt goed gekwalificeerde juristen aan en biedt een intensief opleidingsprogramma
aan gedurende de eerste jaren van hun aanstelling. Dat programma is erop gericht om
juristen bij de directie Bestuursrechtspraak op te leiden tot zelfstandig werkend
jurist en alle vaardigheden, gedrag en competenties te laten verwerven die nodig zijn
om een goed en bekwame jurist (en ambtenaar van staat) te zijn.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma