36 800 B Dossiertitel

Nr. 24 VASTSTELLING VAN DE BEGROTINGSSTAAT VAN HET GEMEENTEFONDS VOOR HET JAAR 2026

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2026

Hierbij stuur ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, het jaarlijkse Onderhoudsrapport Specifieke Uitkeringen (OSU) 2025, zoals voorgeschreven op grond van artikel 20 van de Financiële-verhoudingswet.

Het aantal specifieke uitkeringen is in 2025 afgenomen

In 2025 hebben de verschillende ministeries 158 specifieke uitkeringen verstrekt met een totaal uitbetaald bedrag van 18,5 miljard euro. Dit is een afname in aantal en omvang uitbetaalde specifieke uitkeringen ten opzichte van 2024 (185 specifieke uitkeringen met een omvang van € 20,3 mld.).

Ook is het aantal en de omvang van nieuwe specifieke uitkeringen in 2025 afgenomen ten opzichte van 2024. Nieuwe specifieke uitkeringen zijn uitkeringen die in het jaar 2025 zijn ingesteld en die ook vanaf 2025 worden uitbetaald en waarover verantwoording dient plaats te vinden. In 2025 zijn er 39 nieuwe specifieke uitkeringen ingesteld (omvang € 0,6 mld.), ten opzichte van 72 in 2024 (omvang € 2,6 mld.).

Voor een nadere analyse van het aantal specifieke uitkeringen in 2025 verwijs ik u naar bijlage 1. Bijlage 2 geeft een overzicht weer van alle specifieke uitkeringen, uitbetaald in 2025 per ministerie, alsmede een overzicht van de administratieve specifieke uitkeringen per ministerie.

Verdere inzet op de afname van het aantal specifieke uitkeringen

Het is de inzet van het kabinet om terughoudend om te gaan met het instellen van nieuwe of het verlengen van bestaande specifieke uitkeringen. Zowel om de administratieve- en controlelasten te beperken alsmede om de beleids- en bestedingsvrijheid van medeoverheden te bevorderen.

Om het aantal specifieke uitkeringen te beperken, is het instellen of verlengen van specifieke uitkeringen alleen mogelijk op basis van een kabinetsbesluit1. Op basis van een afwegingskader besluit het kabinet over de verstrekking van een specifieke uitkering. Ook vindt overleg plaats met de koepels IPO en VNG. De Kamer wordt over de uitkomsten van de besluitvorming geïnformeerd.

Daarnaast werkt het kabinet aan het aanpassen van de Financiële-verhoudingswet. In het wetsvoorstel hiertoe wordt de decentralisatie-uitkering aangepast naar een nieuwe uitkeringsvorm: de bijzondere fondsuitkering. De bijzondere fondsuitkering kan een alternatief bieden voor de specifieke uitkering. In het wetsvoorstel wordt, naast deze nieuwe uitkeringsvorm, ook ingezet op het verminderen van de lasten die samenhangen met specifieke uitkeringen. Op deze wijze wordt de specifieke uitkering een minder belastende uitkeringsvorm, voor zowel medeoverheden als het Rijk.

Op 23 maart 2026 heeft de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel2. Ik streef ernaar het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk in te dienen bij uw Kamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Naar boven