36 800 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2026

36 800 C Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2026

Nr. 23 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2026

In deze brief informeer ik u, mede namens de medefondsbeheerder, de Staatssecretaris van Financiën, over de voorgenomen wijziging van de Financiële verhoudingswet, alsmede over de nieuw in te stellen specifieke uitkeringen (SPUKS) en het voortzetten van bestaande specifieke uitkeringen.

Wijziging van de Financiële verhoudingswet

Op 9 januari 2026 heeft het vorige kabinet de Raad van State om advies gevraagd voor het voorstel tot wijziging van de Financiële verhoudingswet. Op 23 maart 2026 heeft de Raad van State haar advies gepubliceerd onder nummer W04.26.00003/I. Onderdeel van de wijziging is de introductie van de Bijzondere Fondsuitkering (BFU). De BFU valt onder de vrij besteedbare middelen van gemeenten en provincies. Belangrijk kenmerk van de BFU is de mogelijkheid om kwantitatieve informatie op te vragen die medeoverheden verplicht moeten verstrekken. De BFU kan hierdoor een goed alternatief vormen voor de specifieke uitkering en draagt daarmee bij aan vermindering van het aantal specifieke uitkeringen. Mijn streven is om het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.

Nieuwe en voort te zetten specifieke uitkeringen

Het voortzetten van bestaande specifieke uitkeringen of het toekennen van nieuwe specifieke uitkeringen is slechts mogelijk op basis van een kabinetsbesluit.1 Aan de hand van het eerder vastgestelde en aan uw Kamer verzonden afwegingskader2, zijn zeventien specifieke uitkeringen beoordeeld door de vakdepartementen, de fondsbeheerders en de koepels.

Op 21 mei 2025 bent u eerder geïnformeerd over de uitkomst van de beoogde overheveling van specifieke uitkeringen.3 Voor een deel van de specifieke uitkeringen is besloten om deze in 2026 te behouden, te evalueren en op basis van deze evaluatie te besluiten over overheveling in 2027, waarbij het uitgangspunt is dat deze worden overgeheveld naar een BFU. Het kabinet heeft geconcludeerd dat het in verband met een goede begrotingsvoorbereiding wenselijk is om tijdig zekerheid te hebben over de uitkeringsvorm van middelen in 2027. Tien specifieke uitkeringen waarover in april 2025 het besluit «SPUK 2026, evaluatie met uitgangspunt BFU» genomen is, worden daarom met een jaar verlengd als SPUK. Het uitgangspunt blijft om de SPUK daarna over te hevelen naar de BFU.

Voorts worden twee specifieke uitkeringen met twee jaar verlengd. Voor deze twee specifieke uitkeringen blijkt een langere doorlooptijd voor een wetswijzigingstraject noodzakelijk. Tot slot zijn er vijf nieuwe specifieke uitkeringen ingesteld. Dit betreft vier uitkeringen waarbij sturing, monitoring of voorwaarden van toepassing zijn, die het instellen van een specifieke uitkering noodzakelijk maken, en een uitkering vooruitlopend op een wetswijziging.

In de bijlage «uitkomst nieuwe en voort te zetten specifieke uitkeringen» wordt het oordeel per specifieke uitkering weergegeven met nadere toelichting. Over de specifieke uitkeringen is overeenstemming bereikt met de koepels van de medeoverheden, wat betreft de juiste uitkeringsvorm op dit moment.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

Naar boven