De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een aanzienlijk deel van de mensen die in aanmerking komen voor
inkomensondersteuning of voorzieningen, deze niet of niet tijdig benutten;
constaterende dat informele organisaties zoals voedselbanken, het Armoedefonds, SchuldHulpMaatje
en lokale armoede- en vrijwilligersorganisaties dagelijks contact hebben met mensen
die te maken hebben met financiële onzekerheid;
constaterende dat deze organisaties daardoor een belangrijke signalerende en verbindende
rol kunnen vervullen bij het bereiken van mensen die de weg naar de overheid niet
vanzelf weten te vinden;
overwegende dat proactieve dienstverlening niet alleen vraagt om het identificeren
van mensen die mogelijk recht hebben op ondersteuning, maar ook om laagdrempelige
begeleiding bij het daadwerkelijk benutten van die ondersteuning;
overwegende dat de inzet van informele partijen de publieke verantwoordelijkheid voor
inkomensondersteuning niet mag vervangen, maar deze juist kan versterken;
verzoekt de regering om, bij de verdere uitwerking en implementatie van de Wet proactieve
dienstverlening SZW, samen met gemeenten, UWV en SVB structureel te onderzoeken hoe
informele partijen, waaronder voedselbanken, het Armoedefonds en SchuldHulpMaatje,
kunnen worden betrokken bij:
-
– het signaleren van mogelijk niet-gebruik van inkomensondersteuning en voorzieningen;
-
– het laagdrempelig informeren van inwoners over hun mogelijke rechten;
-
– het bieden van ondersteuning bij het inzetten van de stap naar formele dienstverlening;
-
– het realiseren van een warme overdracht naar gemeente, UWV of SVB waar dat passend
en met toestemming van de betrokkene gebeurt,
-
– verzoekt de regering dit te stimuleren;
verzoekt de regering tevens de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.