De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng
is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende
zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel
van wet voldoende voorbereid.
Algemeen
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging
van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens
(Kamerstuk 36 793). Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het
voorstel en hebben hier op dit moment geen vragen of opmerkingen bij.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben geen
verdere vragen.
Inleiding
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan toelichten hoe wordt geborgd
dat Nederlandse nationale veiligheidsbelangen altijd prevaleren boven buitenlandse
of bondgenootschappelijke operationele belangen, bijvoorbeeld bij NAVO-activiteiten.
Aanleiding
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan garanderen dat de samenloop
tussen de Wet luchtvaart en de Omgevingswet niet leidt tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden,
handhaving en aanspreekpunten voor provincies en gemeenten in grensregio’s.
Inhoud wetsvoorstel
De leden van de D66-fractie constateren dat in artikel 8a.58 wordt opgenomen dat de
Minister van Defensie in het geval van een buitenlandse militaire luchthaven een verklaring
van geen bezwaar kan verlenen. Momenteel is dit nog de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW) in overeenstemming met de Minister van Defensie. Deze leden vragen
waarom de regering niet gekozen heeft voor een variant waarin de Minister van Defensie
dit kan doen in overeenstemming met de Minister van IenW.
De leden van de D66-fractie constateren dat in artikel 8a.59 wordt opgenomen dat de
Minister van Defensie ten aanzien van buitenlandse militaire luchthavens regels over
de wijze van meten en berekenen van geluidbelasting vaststelt. Deze leden vragen waarom
de regering voornemens is om in geval van militaire luchthavens de manier van meten
en berekenen van geluidsbelasting op een andere manier in te richten. Ook vragen deze
leden of de regering op dit punt heeft overwogen om te kiezen voor een variant waarin
de Minister van Defensie dit kan doen in overeenstemming met de Minister van IenW.
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering enkele praktijkvoorbeelden kan geven
van situaties waarbij zelfstandige beslissingsbevoegdheid van de Minister van Defensie
de noodzaak heeft, evenals voorbeelden van situaties waarbij het essentieel is dat
andere Ministers via overleg- of instemmingsconstructies zijn betrokken.
De leden van de PVV-fractie begrijpen het belang van militaire vertrouwelijkheid,
maar zij vragen hoe wordt voorkomen dat het niet openbaar maken van gegevens leidt
tot structureel gebrek aan transparantie richting omwonenden, gemeenten en provincies.
Gevolgen
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan toelichten waarom geen enkele
verbetering wordt aangebracht in de rechtspositie van omwonenden van buitenlandse
militaire luchthavens, terwijl zij wel blijvend worden geconfronteerd met geluidsoverlast,
veiligheidsrisico’s en mogelijke schade.
Totstandkomingsprocedure
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering heeft besloten bij dit wetsvoorstel
af te zien van een uitvoerings- en handhavingstoets door de Inspectie Leefomgeving
en Transport en Militaire Luchtvaart Autoriteit. Deze leden vragen of de regering
bereid is om hen om een algemene zienswijze te vragen over het wetsvoorstel en deze
voor de behandeling in de Tweede Kamer aan de Kamer toe te zenden.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie, P. de Groot
Adjunct-griffier van de commissie, Meedendorp